Tagarchief: taboe

Real Life

Standaard

Het is maandagmorgen en aan nieuws niks te kort. Spoorstakingen, spreidingsplannen, een hoger stroomtarief, Syrië. Maar vooral lijkt het nieuws te worden gedomineerd door een uitspraak die radiopresentatrice Siska Schoeters van Studio Brussel hier afgelopen zaterdag deed in een interview dat ze had met De Morgen, in de rubriek ‘De Tien Waarheden’. Op nummer twee: ‘Kinderen hinderen’: “Soms denk ik, als ik ze in bed leg, ‘Yes! Nu ben ik weer zeven uur van die little fuckers verlost’.” Ja, dat klinkt niet zo mooi inderdaad. Niet dat Siska haar kinderen niet graag ziet, dat wil ze wel benadrukken, en dat geloof ik zeker. Wanneer je het in de context leest, valt de opmerking ook heus te snappen, en er was dan ook veel begrip en bijval. Zelfs de website van het Nederlandse magazine Linda wijdde er een stukje aan. Gelukkig, Hoera. Meer eerlijkheid, ik ben voor. Maar ook streek ze veel mensen tegen de haren in. ‘Dat zeg je toch niet?” En ergens kan ik die groep ook begrijpen. Ik begin me namelijk stilaan te storen aan de teneur van sommige dergelijke artikelen: fijn dat we een taboe doorbreken, maar mag het wat minder alsjeblieft? Little fuckers: really?

Niet zo lang geleden stond in Volksrant Magazine een heel betoog over hoe het leven écht is met kleine kinderen, een artikel afkomstig van de hand van de schrijfsters (Femke Sterken en Barbara van Erp, zie links hieronder) die nota bene een jaar ervoor al een boekje open deden over hoe niet leuk kinderen kunnen zijn. Het is niet dat ik perse op het eind van zo’n stuk wil lezen dat ‘je er zoveel voor terug krijgt’ of iets van dergelijke strekking, maar nu begon ik bij  mezelf te denken: waarom beginnen die mensen er dan aan?
Dat feministes pur sang dan weer klaar staan met de bekende dooddoeners dat vrouwen teveel zeuren terwijl het huishouden tegenwoordig toch een makkie is en de meeste moeders verwende prinsesjes zijn, kun je dan verwachten. Zo verzandt de discussie voor je het weet weer in een hoop clichés over emancipatie.

Siska Schoeters maakte een opmerking die mij veel meer raakte dan de constante uitlatingen over haar ‘fuckers’ ‘etters’ en ‘draken’: namelijk dat ze, toen ze bij een vriendin eens haar hart luchtte over hoe zwaar het stiefmoederschap haar viel (ze heeft naast een zoontje twee stiefkinderen) deze reageerde met: “Zo mag je over je stiefkinderen niet praten.” En dat ze het gevoel had iets niet te mogen zeggen omdat het niet goed stond. Als vrouwen en vriendinnen tegenover elkaar niet eerlijk mogen zijn of de schijn moeten ophouden dat alles altijd fantastisch moet gaan is natuurlijk erg, en kan je inderdaad het idee geven dat je gek bent of een slechte moeder. Had ze het hierbij gelaten dan had ik de boodschap ook wel begrepen.

Had ik, net als Siska, wat meer eerlijkheid gewild van ouders om mij heen alvorens kinderen te krijgen? “Degene die ooit de Roze Wolk heeft uitgevonden, die moet eraan.” zegt Siska ook. Zat ik op een roze wolk? Bij zwangerschap nummer een zeker ja. Al hield het me wel bezig of ik een goede moeder ging zijn. Wat mensen verder ook zeiden over kinderen, wat ik er zelf over wist, een eigen kind, ik kon me er geen voorstelling bij maken. Ik weet ook niet wat ik ermee had gemoeten als iemand me had verteld dat het eigenlijk vooral een heel gedoe is. Het had me niet tegengehouden, in ieder geval. Toen ik mijn zoon eenmaal had, schrok ik wel. Ik vond het zwaar. Ouderschap overviel me. Die verantwóórdelijkheid, man, man, dat gevoel was zo alles overweldigend.

De eerste keer dat ik tijdens de eerste kraamweek even 100 meter liep naar de apotheek om borstcompressen huilde ik heel de weg. Wat moest dat kind zonder mij? En mijn man die dan lief in de deuropening stamelde, het manneke op zijn arm: “Maar ik ben er toch?” Ik wist dat ik nooit meer dezelfde zou zijn. En ik denk dat ik door een best wel hevige postnatale dip ben gegaan. Toen onze dochter werd geboren, werd die periode sowieso overschaduwd door de dood van mijn mama. En dochterlief bleek een huilbaby. Soms vind ik het oneerlijk voor haar, dat ik niet ten volle van haar heb kunnen genieten als klein baby’tje. En ja, die periode was…zwaar.

Sowieso heb ik het gevoel dat er gaten in mijn geheugen zijn gevallen wat betreft de eerste twee jaren van haar leven: we sliepen zo slecht door die kleine refluxbaby, en mijn zoontje het peuterpubertijd in het kwadraat, wat mijn weerstand wat betreft leven in het algemeen behoorlijk kon doen dalen. Zo heb ik toen eens naar mijn schoonzus geroepen, toen we een ochtendje markt gingen doen en ze me bij de voordeur aantrof met twee schreeuwende kinderen- waarvan een in maxi-cosi: “Een tweede kind: Doe. Het. Niet!” Het zijn toen juist de ervaringsverhalen van moeders, in bladen, op internet en het echt, geweest die mij zo geholpen hebben, te weten dat ik niet de enige was. Die trend zie je wel al langer, dat moeders toch openhartiger zijn dan vroeger. Maar nu lijkt het door te zetten naar een soort overtreffende trap. De roze wolk moet en zal doorbroken.

Er wordt gescoord met populistische uitspraken en de nuance is zoek aan het raken, wee te zeggen dat je er ook nog een beetje van geniet! Had de radiopresentatrice het vast niet zo bedoeld met haar ‘kleine fuckers’? Ik geloof het niet, ze wilde graag een reactie uitlokken en dat is gelukt. Ik heb zelf overigens helemaal niet het idee dat ik nooit iemand hoor over de dagelijkse strijd en chaos die baby’s en kleine kinderen met zich meebrengen, en heb het geluk mensen om mij heen te hebben van wie ik allerlei dingen mag zeggen die ‘niet goed staan’, heb ze denk ik ook opgeschreven. Wellicht dat dit scheelt. Ja, Siska zegt wat wij soms ook wel eens denken, soms zelfs dus hardop zeggen. En ik begrijp haar. Ouderschap ís dubbel: het is zwaar en fantastisch tegelijk, mogen we het daar over eens zijn? En laat vooral weten dat je leven niet perfect is, Fuck perfectie! (Zo, ik gebruik ook een krachtterm). Maar laten we er alsjeblieft geen wedstrijd van maken.

http://www.volkskrant.nl/leven/waarom-het-moederschap-niet-altijd-even-leuk-is~a4138664/?utm_source=twitter&utm_medium=social&utm_content=free&utm_campaign=shared+content&hash=7f34c7729781801cef1fc484a6058529067b18a8 (sorry voor de lange link, maar anders was het niet gratis te lezen)

Wel dit artikel: http://www.demorgen.be/opinie/beste-siska-laten-we-de-fuckertjes-maar-even-weglaten-uit-onze-kranten-en-facebook-bf939b8d/

http://www.me-to-we.nl/waren-ze-maar-alvast-de-deur-uit-barbara-schrijft-het-van-zich-af-de-volkskrant/

Het artikel van De Morgen valt niet online te lezen. Maar google ‘ Siska Schoeters’ en je komt genoeg samenvattingen tegen.

Advertenties

Schijn

Standaard

Ik kan tegenwoordig geen tijdschrift meer openslaan of ik kom artikelen tegen van vertwijfelde journalistes die zich hardop afvragen waarom het toch lijkt alsof iedereen zijn leven zo op orde heeft, behalve zijzelf. Zoals in Ouders van Nu: “Als werkende moeder van twee (3 en 1 jaar) heb ik het gevoel dat mijn man en ik de laatste tijd langs elkaar heen leven. Volgens mij zijn we niet de enigen, maar het verbaast me dat je er zo weinig over leest of hoort. Wat je wél hoort, zijn dingen als: ‘Nee, hoor, alles gaat prima. Onze taken zijn heel duidelijk verdeeld’.”

In Red heeft de schrijfster in kwestie het over het feit dat ze zo slecht is in het onderhouden van haar sociale contacten, nu ze zo druk is met baan en gezin, en neemt zichzelf onder handen: “Het moet toch anders kunnen.” Eigenlijk vindt ze namelijk dat haar vriendschappen toch niet zoveel zouden moeten lijden onder het leven dat ze nu inmiddels heeft. Hoewel ik hun ‘zorgen’ zelf erg goed begrijp, vraag ik mij toch af met wat voor soort mensen die journalistes dan wel omgaan.

De meeste mensen die ik ken komen er namelijk zonder meer eerlijk voor uit, dat hun leven het grootste deel van de tijd helemaal niet zo goed georganiseerd is. Zoals een vader die ik onlangs sprak, de helft van een bevriend stel. Tijdens een avondje ‘Zomer van Antwerpen’, met onze voeten in het zand van een zomerbar, en een hip soort Mojito-biertje  (dat vooral smaakte naar afwasmiddel, maar dat terzijde) in de hand, praatten we wat bij. “Ik vind het best wel pittig, twee van die kleintjes,” merkte hij op, waarna we ervaringen uitwisselden over de rommel in huis, chronische oververmoeidheid, het opvoeden van peuterpubers, en een sociaal leven dat er zo’n beetje bij inschiet.

Voordat u denkt: “Die vrouw die daar haar tijdschriftjes leest en in hippe uitgaansgelegenheden staat te socializen, waar gaat die nu over klagen?” Nou, dat avondje weg was het eerste in maanden, en we hebben het welgeteld tot 11 uur volgehouden. En lezen doe ik in bed of op de wc (door columniste Aaf Brandt Corstius, moeder van twee peuters van 2 en 3, al eens omschreven als ‘heilige momenten me-time’) Maar toegegeven, ik heb ’t erg makkelijk in tegenstelling tot vriendinnen die in hun eentje een gezin runnen, die zelfstandige zijn en pas ’s avonds, als de kinderen eindelijk in bed liggen, kunnen gaan werken, maar er wel nog drie keer eruit moeten ’s nachts. Of die fulltime werken en ’s ochtends om zes uur op moeten nadat ze óók de halve nacht zijn wakker gehouden, die een gezin in hun eentje runnen of die niet zo makkelijk kunnen terugvallen op een oppas.

Iedereen heeft het erover dat het zo jammer is dat we elkaar zo weinig zien en dat zo’n week omvliegt, en het zo lastig is soms je dag te plannen met die slaapjes en de rest. Iedereen weet dat een middag weg met één of twee kleine kinderen voorbereiding en inpakwerk vergt dat vergelijkbaar is met een weekje basejumpen in Zwitserland. Niemand heeft daar altijd evenveel energie voor want we slapen allemaal te weinig.

Maar blijkbaar heerst er onder sommige mensen toch een soort taboe rond ‘Help, na een jaar zonder fatsoenlijke nachtrust heb ik wel eens geen zin in seks, de energie om een tafel in een leuk restaurant te boeken, naar de andere kant van het land te rijden, is laat opblijven een straf.’ Of: ‘De combinatie gezin/werk/huishouden etc. zorgt er voor dat ik alles tegelijk moet doen maar nergens tijd voor heb’.

Wat me stoort is de teneur van sommige dergelijke artikelen, dat je wel kinderen mag hebben, maar het blijkbaar niet mag laten merken. Dat is niet alleen onmogelijk, als je onder vrienden al zo de schijn moet ophouden, is het ook best wel sneu. Maar misschien komt dat wel omdat de mensen die ik ken, heel regelmatig een boekje open doen over hun niet zo heel perfecte leven. Juist fijn dat je dat af en toe even bij elkaar kwijt kunt. Het relativeert ook lekker, en dan voel je je weer normaal (zoals ik al zei: ik herken de zorgen).

Ik wil hier dan ook iedereen bedanken voor jullie openhartigheid en iedere keer dat er weer iemand met een ‘heel herkenbaar!’  reageert op een blog- of facebookpost of iets wat ik net verteld heb. Voor het wederzijdse begrip dat frequent afspreken of ellenlange telefoongesprekken niet altijd mogelijk zijn, dat we soms iets moeten cancelen wegens een ziek kind, de driftbui van een peuter die een goed gesprek verstoort, of hoe lastig het is de agenda’s eens synchroon te krijgen. Dat ik blijkbaar niet de enige ben met kindertjes die wel eens niet luisteren, of het huis nooit aan kant krijg, hoe hard ik ook probeer. Of, zoals mijn man reageerde na een avondje terras, toen ik het na het etentje en drie drankjes wel voor gezien wilde houden: ‘We zijn ouders van jonge kinderen, wat dacht je dan?”

Afbeelding