Tagarchief: opvoeden

Real Life

Standaard

Het is maandagmorgen en aan nieuws niks te kort. Spoorstakingen, spreidingsplannen, een hoger stroomtarief, Syrië. Maar vooral lijkt het nieuws te worden gedomineerd door een uitspraak die radiopresentatrice Siska Schoeters van Studio Brussel hier afgelopen zaterdag deed in een interview dat ze had met De Morgen, in de rubriek ‘De Tien Waarheden’. Op nummer twee: ‘Kinderen hinderen’: “Soms denk ik, als ik ze in bed leg, ‘Yes! Nu ben ik weer zeven uur van die little fuckers verlost’.” Ja, dat klinkt niet zo mooi inderdaad. Niet dat Siska haar kinderen niet graag ziet, dat wil ze wel benadrukken, en dat geloof ik zeker. Wanneer je het in de context leest, valt de opmerking ook heus te snappen, en er was dan ook veel begrip en bijval. Zelfs de website van het Nederlandse magazine Linda wijdde er een stukje aan. Gelukkig, Hoera. Meer eerlijkheid, ik ben voor. Maar ook streek ze veel mensen tegen de haren in. ‘Dat zeg je toch niet?” En ergens kan ik die groep ook begrijpen. Ik begin me namelijk stilaan te storen aan de teneur van sommige dergelijke artikelen: fijn dat we een taboe doorbreken, maar mag het wat minder alsjeblieft? Little fuckers: really?

Niet zo lang geleden stond in Volksrant Magazine een heel betoog over hoe het leven écht is met kleine kinderen, een artikel afkomstig van de hand van de schrijfsters (Femke Sterken en Barbara van Erp, zie links hieronder) die nota bene een jaar ervoor al een boekje open deden over hoe niet leuk kinderen kunnen zijn. Het is niet dat ik perse op het eind van zo’n stuk wil lezen dat ‘je er zoveel voor terug krijgt’ of iets van dergelijke strekking, maar nu begon ik bij  mezelf te denken: waarom beginnen die mensen er dan aan?
Dat feministes pur sang dan weer klaar staan met de bekende dooddoeners dat vrouwen teveel zeuren terwijl het huishouden tegenwoordig toch een makkie is en de meeste moeders verwende prinsesjes zijn, kun je dan verwachten. Zo verzandt de discussie voor je het weet weer in een hoop clichés over emancipatie.

Siska Schoeters maakte een opmerking die mij veel meer raakte dan de constante uitlatingen over haar ‘fuckers’ ‘etters’ en ‘draken’: namelijk dat ze, toen ze bij een vriendin eens haar hart luchtte over hoe zwaar het stiefmoederschap haar viel (ze heeft naast een zoontje twee stiefkinderen) deze reageerde met: “Zo mag je over je stiefkinderen niet praten.” En dat ze het gevoel had iets niet te mogen zeggen omdat het niet goed stond. Als vrouwen en vriendinnen tegenover elkaar niet eerlijk mogen zijn of de schijn moeten ophouden dat alles altijd fantastisch moet gaan is natuurlijk erg, en kan je inderdaad het idee geven dat je gek bent of een slechte moeder. Had ze het hierbij gelaten dan had ik de boodschap ook wel begrepen.

Had ik, net als Siska, wat meer eerlijkheid gewild van ouders om mij heen alvorens kinderen te krijgen? “Degene die ooit de Roze Wolk heeft uitgevonden, die moet eraan.” zegt Siska ook. Zat ik op een roze wolk? Bij zwangerschap nummer een zeker ja. Al hield het me wel bezig of ik een goede moeder ging zijn. Wat mensen verder ook zeiden over kinderen, wat ik er zelf over wist, een eigen kind, ik kon me er geen voorstelling bij maken. Ik weet ook niet wat ik ermee had gemoeten als iemand me had verteld dat het eigenlijk vooral een heel gedoe is. Het had me niet tegengehouden, in ieder geval. Toen ik mijn zoon eenmaal had, schrok ik wel. Ik vond het zwaar. Ouderschap overviel me. Die verantwóórdelijkheid, man, man, dat gevoel was zo alles overweldigend.

De eerste keer dat ik tijdens de eerste kraamweek even 100 meter liep naar de apotheek om borstcompressen huilde ik heel de weg. Wat moest dat kind zonder mij? En mijn man die dan lief in de deuropening stamelde, het manneke op zijn arm: “Maar ik ben er toch?” Ik wist dat ik nooit meer dezelfde zou zijn. En ik denk dat ik door een best wel hevige postnatale dip ben gegaan. Toen onze dochter werd geboren, werd die periode sowieso overschaduwd door de dood van mijn mama. En dochterlief bleek een huilbaby. Soms vind ik het oneerlijk voor haar, dat ik niet ten volle van haar heb kunnen genieten als klein baby’tje. En ja, die periode was…zwaar.

Sowieso heb ik het gevoel dat er gaten in mijn geheugen zijn gevallen wat betreft de eerste twee jaren van haar leven: we sliepen zo slecht door die kleine refluxbaby, en mijn zoontje het peuterpubertijd in het kwadraat, wat mijn weerstand wat betreft leven in het algemeen behoorlijk kon doen dalen. Zo heb ik toen eens naar mijn schoonzus geroepen, toen we een ochtendje markt gingen doen en ze me bij de voordeur aantrof met twee schreeuwende kinderen- waarvan een in maxi-cosi: “Een tweede kind: Doe. Het. Niet!” Het zijn toen juist de ervaringsverhalen van moeders, in bladen, op internet en het echt, geweest die mij zo geholpen hebben, te weten dat ik niet de enige was. Die trend zie je wel al langer, dat moeders toch openhartiger zijn dan vroeger. Maar nu lijkt het door te zetten naar een soort overtreffende trap. De roze wolk moet en zal doorbroken.

Er wordt gescoord met populistische uitspraken en de nuance is zoek aan het raken, wee te zeggen dat je er ook nog een beetje van geniet! Had de radiopresentatrice het vast niet zo bedoeld met haar ‘kleine fuckers’? Ik geloof het niet, ze wilde graag een reactie uitlokken en dat is gelukt. Ik heb zelf overigens helemaal niet het idee dat ik nooit iemand hoor over de dagelijkse strijd en chaos die baby’s en kleine kinderen met zich meebrengen, en heb het geluk mensen om mij heen te hebben van wie ik allerlei dingen mag zeggen die ‘niet goed staan’, heb ze denk ik ook opgeschreven. Wellicht dat dit scheelt. Ja, Siska zegt wat wij soms ook wel eens denken, soms zelfs dus hardop zeggen. En ik begrijp haar. Ouderschap ís dubbel: het is zwaar en fantastisch tegelijk, mogen we het daar over eens zijn? En laat vooral weten dat je leven niet perfect is, Fuck perfectie! (Zo, ik gebruik ook een krachtterm). Maar laten we er alsjeblieft geen wedstrijd van maken.

http://www.volkskrant.nl/leven/waarom-het-moederschap-niet-altijd-even-leuk-is~a4138664/?utm_source=twitter&utm_medium=social&utm_content=free&utm_campaign=shared+content&hash=7f34c7729781801cef1fc484a6058529067b18a8 (sorry voor de lange link, maar anders was het niet gratis te lezen)

Wel dit artikel: http://www.demorgen.be/opinie/beste-siska-laten-we-de-fuckertjes-maar-even-weglaten-uit-onze-kranten-en-facebook-bf939b8d/

http://www.me-to-we.nl/waren-ze-maar-alvast-de-deur-uit-barbara-schrijft-het-van-zich-af-de-volkskrant/

Het artikel van De Morgen valt niet online te lezen. Maar google ‘ Siska Schoeters’ en je komt genoeg samenvattingen tegen.

Weer Thuis

Standaard

Misschien komt het doordat ik als kind tijdens het skiën eens hard op mijn hoofd gevallen ben (het was het pre- helmentijdperk), of wellicht is het aangeboren. Misschien niet. Ik sta bekend als een chaoot en een rommelkont. Als pas bevallen vrouw was ik behoorlijk geïntimideerd door al die mama’s met babyuitzetten in keurig gerangschikte kleurencombinaties, perfect georganiseerde luiertassen en bizar vlekvrije spuuglapjes, terwijl ik maar met moeite mijn voedingsbeha lekvrij kon houden en ik tetradoeken over mijn schouder had met klodders fruithap of groentemoes, en er af en toe in mijn haar gekotst werd. En na drie keer douchen en verkleden per dag, wordt je gewoon wat minder kritisch.

Inmiddels zijn we vier jaar en twee kindertjes verder. Ik draag te veel relaxbroeken naar mijn zin, loop het liefst op blote voeten ( gelukkig is de Birkenstock dit seizoen weer hip!) en ben helemaal vereenzelvigd met het gehannes met kinderwagens, fietsjes en propvolle tassen, of dat nu een rugzak is of mijn ‘designer handbag,’ (ontworpen door een vriendin), waarin je toetenvegers en kleffe doosjes rozijntjes vindt, omdat die nooit worden opgegeten (alleen de fruitella’s die ze er soms in vinden).

Ik maak me al vier jaar lang druk om slaapjes, eetpatronen, inentingen en verkoudheden, hijs mijn koters in maxi-cosi’s en autostoeltjes, zoek tutjes en knuffelbeesten als die weer eens onvindbaar zijn, maar vergeet de helft van mijn eigen spullen. Ik ben altijd bezorgd, en er hangt altijd wel iemand aan mijn been. Ook ben ik al een iets meer ervaren moeder dan in het prille begin met mijn eerste, en dan overvalt mij wel eens de gedachte dat ik, met wat ik nu weet, bij kind nummer één vast veel minder gestrest zou zijn geweest over het wel een wee van het grut. Anderzijds ben ik meer gestrest dan ooit, omdat ze mekaar nu ook in de haren vliegen, of soms allebei een totaal andere kant op lopen op straat of in de speeltuin, meestal op zo’n moment dat je zelf je veter moet strikken of iets dergelijks.

Ook moet ik veel meer nadenken over ik wat ik zeg, en vooral: wat niet, omdat in ieder geval éen paar oortjes de betekenis van woorden nu vrij goed kent. De ander is gewoon Oost-Indisch doof, wat ook voor problemen zorgt. Bijvoorbeeld: haar op slippers en in je nachthemd achterna moeten rennen omdat ze stiekem toch de hoek van de straat om fietst als je ‘s ochtends de post uit de bus wil halen.

Maar er is iets geks gebeurd sinds we terug zijn: niet alleen voel ik me zeven maanden teruggekatapulteerd in de tijd (zijn we écht lang weggeweest?). Opeens zijn mijn kinderen wél weer een stuk groter. Ja, voor mijn dochter betekenden die zeven maanden dat ze van onhandige dreumes uitgroeide tot een daredevil-peuter die zelf trappen loopt. Onder toezicht, weliswaar, maar opeens merk ik dat ik mijn handen wat meer vrij heb. Bovendien babbelt ze er een eind op los, met echte zinnetjes enzo, ik begrijp haar in ieder geval. Mijn zoon kleedt zichzelf nog steeds niet aan met zijn vier jaar, maar wel kan hij zelf alles uittrekken. (Hoe doen andere ouders dat toch, hoe?). Hij speelt zo braaf – de momenten daargelaten dat ze elkaar de tent uitvechten, dat schijnt normaal te zijn. Hij zit niet meer in de kinderwagen, en is -voor zover je dat van vierjarigen kunt zeggen- redelijk betrouwbaar als je uit wandelen of naar de speeltuin gaat, luistert als je zegt: “Tot die boom en niet verder.”

Opeens…. gaat het allemaal wat makkelijker. Dat is natuurlijk heel relatief, aangezien de jongste heel onverwachte dingen doet, zoals in plaats van gewoon van het afstapje van de schuif-af te springen, een zweefduik te doen om dan met haar gezicht plat in het zand te belanden (en dan was het nog zand, gelukkig), puur om het eens geprobeerd te hebben. Mijn zoon kan ons met zijn onverzettelijke ‘nee’ nog steeds op de kast krijgen. Maar ja. Nu we thuis zijn, is het een mooi moment voor een volgende stap.

Schoonmoeder had bij wijze van verrassing het huis zo lief geboend, maar ik voelde zelf ook een enorme drang voor een ‘operation clean sweep’. Wég met al het afgedankte babyspeelgoed in de woonkamer en de stapel tetradoeken die nog onderin de kast ligt. De bavetten die overhoop liggen in een keukenkast en er ook gewassen uitzien als poetslappen, de box en het opzetstuk van het kinderstoeltje. En Louie past nu écht niet meer in zijn ledikant, dat enkele spijlen mist. Tijd voor een bed op maat.

Dankzij jetlag en een weemoedig soort heimwee voelen we ons wat verloren, en melancholie steekt zijn kop op: zo snel als alles gaat! Maar ik voel me opeens ook een beetje opgelucht. Ik ben even klaar met het babygepruts, en opgewekt over het feit dat die hummels alweer iets beter op hun eigen benen staan. Niet dat ik ernaar snak dat ze het huis uitgaan of zo, maar je begrijpt me wel. Ik heb nog steeds ogen in mijn rug nodig, maar niet ieder afstapje is een dreigend gevaar en we zijn zo goed als verlost van pampers. Ik ben handiger geworden en, al zeg ik het zelf, beter georganiseerd. Ik schep orde in de chaos, en heb een redelijke structuur in onze dagen weten aan te brengen. Ik maak weekschema’s voor het eten. En ik hoef niet langer op hete dagen smachtend naar het water van het zwembad te kijken vanaf de ligwei, als ik in mijn eentje met de kinderen ben, maar kan ze nu samen meenemen het pierenbad in. Een nieuw tijdperk is aangebroken. Laat maar komen, die zomer.

IMG_2297

Moederdag

Standaard

As we speak zit ik in een prachtig gebied ergens heel erg ver weg, we hebben kajaks in de tuin en het zou zo leuk zijn die het water in te dragen en te gaan varen, dolfijnen te zoeken of uit te vinden wat er te zien is in de baai een eind verderop. Maar dat gaat niet, want we hebben kleine kinderen, en geen oppas. In plaats daarvan heb ik vanmiddag voortdurend play-doh uit mijn dochter haar mond moeten peuteren, een beplaste en volgepoepte onderbroek moeten meedragen in mijn rugzak tijdens het boodschappen doen en geruzied met mijn zoon over het feit dat hij zijn schoenen aan moest (hij won) een paar driftbuien moeten doorstaan en duizend vragen beantwoord en verzoekjes ingewilligd (mamaaa ik wil komkommer! mama, ik wil salami! mama, maak je de tent? mama wat is dat?) koude koffie gedronken, en me onnozel geschrokken, omdat ik dacht dat dochter met haar driewieler de straat op was gegaan en in het water gesukkeld. 
Mijn hart ging tekeer als dat van een racepaard aan de doping, om er vervolgens achter te komen dat ze zich met fiets had opgesloten op de kamer van haar broer, met modderwielen en al, en de boel en passant ook maar had onder geplast (zindelijkheidstraining, tsja.) Dagelijkse kost voor jonge ouders. Ze zitten nog niet eens op school en ik vraag me af en toe echt af of het ooit wat makkelijker wordt- want daar hoor ik heel tegenstrijdige dingen over.

Het zou de zwaarste baan ter wereld zijn, ik heb het filmpje – een advertorial van Amerikaans postkaartenbedrijf Cardstore waar 24 mensen een sollicitatiegesprek doen voor een baan waarbij nogal extreme eisen worden gesteld, zonder dat ze weten bij wié ze eigenlijk op gesprek gaan- zelf gedeeld. Zure criticasters zeggen dat er veel zwaardere banen bestaan, maar ik denk dat het klopt: ik heb voor het moederschap geen eindeloze studies gedaan, het is nou ook weer niet zó fysiek uitdagend (alhoewel, soms.) ik wordt niet gemarteld en het is ook vast minder erg dan werken in een kolenmijn. Ik zit mezelf ook heus niet op de borst te kloppen, dat ik die zwaarste baan zomaar even uitvoer,nee echt niet.

Fijn is het wel, eens een beetje erkenning te krijgen dat je als thuisblijvende moeder echt wel iets nuttigs doet, in plaats dat je voortdurend doemscenario’s voorgeschoteld krijgt over ‘de carrièreboot missen’ en echtscheidingsstatistieken.
Zonder dat soort berichten die heel de tijd in je nek hijgen wordt het hele opvoeden/huishouden – ja zelfs kinderen in het algemeen- de laatste tijd vooral toch al negatief afgeschilderd. Volkrant Magazine, een paar weken terug: een artikel met als kop ‘Waren ze maar alvast het huis uit’, in de Engelse Grazia verscheen een soortgelijk verhaal. Op een blog kom ik een stukje tegen van een mevrouw die openlijk toegeeft dat ze zich een beetje schaamt deel uit te maken van ‘het uitstervende ras van huismoeders’. Het is blijkbaar een trend te klagen over je nakomelingen, en nu ook al geven sommigen zich maar gewonnen en zeggen je bijna dat het een vergissing is opvoeden leuk te vinden. Hadden ze er nu ook nog maar een echte reden voor, maar het belangrijkste argument blijkt te zijn dat er een taboe doorbroken moet worden, namelijk dat opvoeden zwaar is en niet alleen een roze wolk (hallo?! sinds wanneer is dat nieuws?) en, in het geval van de bloggende huisvrouw: dat ze vooral bezig is met wat haar omgeving van haar denkt. En dat is dus echt jammer. 

Ik begrijp het wel hoor. In het filmpje van Cardstore, dat eigenlijk een positieve noot moet zijn, bedoeld voor moederdag, wordt ouderschap impliciet ook afgeschilderd als iets wat niet leuk is en alleen opoffering vereist. De moeder als voetveeg. En in dat licht is het natuurlijk niet flash anno 2014 toe te geven dat je liever fulltime moedert dan een carrière ambieert. En dat terwijl de ‘zwaarste job ter wereld’ natuurlijk ook een beetje met een knipoog bekeken moet worden. Want het is ook gewoon léuk, alleen misschien niet 24/7. Dat je als ouders -de vader wordt nogal eens vergeten- voor tenminste een paar mensen de belangrijkste op aarde bent, daar wordt ook volledig aan voorbij gegaan.

Afbeelding

Ik zal niet ontkennen dat ik ook wel eens ontzettend gefrustreerd zit te wezen. Dat is het niet: in sommige dingen herken ik die ouders wel. Maar of het een taboe is? Ik geloof ook niet in een soort van ‘moedermaffia’ die beweert dat mensen die wel eens moeten zuchten van het ouderschap, heiligschenners zijn. Iedereen vindt het wel eens zwaar, iedereen moppert. ‘Dingen waarvan je niet eens wist dat ze onmogelijk konden zijn, worden dat wel,’ zei de Britse komiek Michael McIyntire eens over ‘het leven met kinderen’, en inderdaad, als je ze niet hebt, heb je geen idee. Ik noem naar de bakker gaan: met een dreumes duurt een tochtje van tweehonderd meter een uur (en daar kun je, als bewust thuisblijvende mama, heel mindful over doen maar soms wil je gewoon alleen maar even om een brood want je hebt nog meer te doen- of probeer je gewoon de timing zo te houden dat er straks een middagslaapje is waarbij jij de krant kunt lezen), als ze iets ouder zijn zetten ze een keel op tegen bejaarden die vriendelijk proberen te doen op straat of slaan op tilt omdat er iets niet gebeurt zoals ze dat willen en werpen zich languit op de grond, als het moet midden op een zebrapad. Ik dacht ook dat het over zou gaan, dat ‘ik- ben- twee- en- ik -zeg- nee’ maar nu mijn zoon bijna vier is, moet ik concluderen dat hij een lange adem heeft hierin. Ach ja. Mijn dochter sprint er tegenwoordig  tijdens wandelingetjes altijd vandoor, wat ook niet altijd een voordeel is, omdat ik dan ook moet rennen, wat de zoon dan weer niet wil en….Never a dull moment. Ik begin nog maar niet over de rest van de lijst van onmogelijke-dingen – die- geen- dingen- lijken- te- zijn.
Maar in dergelijke artikelen zoals ik ze steeds meer tegenkom is het relativeringsvermogen volledig zoek. Dat een sociologe moet uitleggen dat de schoonheid en intimiteit van opvoeden ‘m zit in de kleine momenten, ook als je de hele nacht rondloopt met een baby met krampen, vind ik bizar. Dit wíst ik al, dat is juist  het geen ‘wat je ervoor terugkrijgt’. ‘Dat je leven voorbij is’ dat klopt gewoon niet- wij zitten immers ook ‘gewoon’ in Nieuw-Zeeland. Het leven zoals je het kende, wel, een wilde wandeltocht of op het gemakje koffie drinken ergens zit er helaas niet in. Ik kan me gewoon niet voorstellen dat -zoals in een van die stukjes- een vader die mekkert over het feit dat zijn reizen naar Jordanië door de woestijn nu verleden tijd zijn, echt zoveel medelijden met zichzelf heeft. Of dat de verontwaardiging van de moeder van een 10 jarige, voor wie ze een slaapfeestje organiseert, oprecht is: in plaats van dankbaarheid te tonen schaamt het meisje zich omdat haar moeder een of andere opmerking maakte in het bijzijn van vriendinnetjes. Dat is juist wat het zwaar maakt, vind ik, niet eens het praktische, de rommel die je moet meeslepen op reis of het huishouden zelf, maar dat je emotioneel soms zo ontzettend getergd wordt, dat je je zorgen maakt, je suf piekert om ze. 
Uiteindelijk, als er weer eentje een poepbroek heeft die jij verschoont, er wc rollen verzameld moeten voor het knutselen op school, tien keer per nacht op moet, dat doe je gewoon, daar ben je moeder en vader voor. Maar ik mag hopen dat de meeste ouders er net zo over denken. Ondertussen kajakken we maar om de beurt. Geluksmomenten beleven we in heel veel dingen, niet alleen in grootse momenten en niet in de laatste plaats onze bloedjes zelf. En wie weet, krijg je over een aantal jaar, zo’n mooie kaart voor moederdag,  met een ‘dankjewel’. Maar zelfs zonder dat, zou je het zo weer doen. 

Voor het filmpje: http://www.youtube.com/watch?v=HB3xM93rXbY

 

 

Los

Standaard

Een paar dagen terug had ik de meest verschrikkelijke droom. Mijn zoontje staat aan de oever van een brede rivier. Ik roep hem dat hij weg moet gaan van de kant, maar hij draait zich brutaal lachend om en springt de diepte in. Op dat moment werd ik wakker, totaal in paniek. Nu, een paar dagen later, maak ik me er nog druk om. Ik weet wel hoe het komt: twee jaar terug belandde Louie op een dag in ons kleine vijvertje (dat is nu dicht), en dat staat nog steeds op mijn netvlies gegrift. Een horrorstory op zich zelf, maar gelukkig liep het goed af. Kan zijn dat je daar een soort van nog eens over droomt. Maar er is nog iets anders aan de hand. Onze kleine man wordt groot. Ik weet niet wat Carl Jung ervan zou zeggen, maar naar mijn idee was dat wat mijn droom weergaf: opeens heeft hij niet alleen ideeën en een mening (‘Nee!’) Maar ook verlies je daar op een bepaald moment de controle over. 

Zo constateer ik steeds vaker dat meneer zomaar vertrekt. Stond ik in de tuin van een van onze tijdelijke onderkomens wat onkruid te trekken (een van de voorwaarden in het contract), ik kijk op van mijn uitgetrokken paardenbloem en: jongetje weg. Was ‘ie helemaal door de tuin, de trappen op naar boven, het huis binnen gegaan om daar te spelen. Dat deed hij anders nooit. Of hij rent tijdens een wandeling steeds verder voor me uit en roept heel hard: “Ik wacht niet, mama!” Hij toont ineens eigen initiatief van het soort mij eerder onbekend. Ik kijk net even niet zijn richting uit als ik zijn zus in het zitje van een schommel hijs en meneer, die toen ik voor het laatst keek (twee seconden geleden) bij de glijbaan stond, is nergens meer te bekennen. Midden in een grote speeltuin, de schommels, klimrekken en torens omgeven door houten schuttingen waarvan je dacht dat ze het hele complex ook afsloten maar nee, kinderen kunnen nog steeds het water in of de weg op rennen. Pas vijf minuten later, na de hele speeltuin op stelten te hebben gezet, vonden we hem in een houten kasteel: Hij had een loopbrug gezien, en daar wilde hij per sé naartoe.

Daar waar hij altijd in onze buurt bleef, schiet hij nu ineens impulsief alle kanten op en veel verder weg dan ik gewend ben. Doodeng. Vandaar dus mijn levensechte nachtmerrie. Ik weet dat er schavuiten zijn die veel eerder dan dat jochie van ons rebelse onverwachte dingen doen, zoals je plantenpotten leegscheppen in de woonkamer of gewoon de voordeur uitlopen. En zoon ging thuis ook al een poosje naar zijn peuterklasje, zo een maand of drie voor zijn derde jaar, en dat vond ik toch ook zoiets. Loslaten, dat moest ik; tránen.
Maar dit is anders. Waar het aan de ene kant nog gewoon een klein jongetje is dat je hand pakt en allerlei rare angstjes heeft, durft hij dus ook meer. En dan vooral verder weggaan van mij. Hij laat míj los. 
Het hoort erbij: er komt een dag dat hij ook mijn hand niet meer wil vasthouden omdat dat ‘stom is mama’. Maar toch breekt het klamme zweet me steeds uit als hij weer kniediep in de zee staat, het water vlak, zelfs als zijn vader er gewoon naast staat. “NIET TE VER!!!!” Hoor ik mezelf brullen, en daar ben ik echt niet trots op. Ik wil hem niet de doodsangsten aanpraten, die ik zelf beleef.  En natuurlijk wil ik er ook niet heel de dag als een politie agent achter aanhollen. Maar…Hoe weet ik of hij echt wel beseft dat hij nog niet kan zwemmen, ook niet met bandjes om? of dat hij ‘ stoppen op de hoek van de straat’  als hij op zijn loopfietsje zit, ook áltijd in de praktijk zal brengen? Heb ik hem wel vaak genoeg gezegd dat hij niet met vreemde mensen mee mag lopen? Niks mag aannemen van ze, ook niet als ze je een héle mooie trein beloven? 

En het is heel fijn dat je onderbewuste je dingen duidelijk kan maken (ik geloof daar althans in, dat dromen best een functie kunnen hebben) maar het liet in dit geval mijn angst zien, en geen fijne, hapklare oplossing. Ik wil hem natuurlijk als de sodemieter op zwemles doen, en ik doe erg mijn best niet al te hysterisch te zijn als hij lekker op het strand speelt (eigenlijk exact de reden dat ik vooral man zich ermee laat bemoeien in het water). En ik weet wel dat het geen zin heeft, je overdreven druk maken, en dat het nodig is een beetje vertrouwen te hebben. Ik weet daarentegen ook wel dat ik het soort ouder ben die in het weekend wakker gaat liggen tot de kinderen thuis zijn van het uitgaan. Een Amerikaanse hippievriendin van ons verwoordde het eens mooi, toen ik haar, als nieuwbakken moeder, vroeg hoe ze dat nou deed, als haar dochter weer eens op een of andere wildwaterkanotrip ging, of ’s avonds op de fiets over een verlaten weg naar de kroeg. Ze zei: “Ik visualiseer een soort zeepbel van goud om ze heen, als bescherming, in plaats van de negativiteit van mijn zorgen.” Voor sommigen klinkt het zweverig, maar ik vond het bijzonder mooi en in ieder geval veel constructiever dan het soort paniek waar je eigenlijk niet altijd reden toe hebt, of angst die wellicht niet helemaal onterecht is, maar  waar je ook weinig tegen begint. Je kunt ze moeilijk opsluiten, niet waar. En het feit dat onze jongen me een beetje loslaat……. Ik zal er aan moeten wennen. Bijna vier jaar moeder. Al best wel een tijd, maar nog zoveel te leren.Afbeelding

Schijn

Standaard

Ik kan tegenwoordig geen tijdschrift meer openslaan of ik kom artikelen tegen van vertwijfelde journalistes die zich hardop afvragen waarom het toch lijkt alsof iedereen zijn leven zo op orde heeft, behalve zijzelf. Zoals in Ouders van Nu: “Als werkende moeder van twee (3 en 1 jaar) heb ik het gevoel dat mijn man en ik de laatste tijd langs elkaar heen leven. Volgens mij zijn we niet de enigen, maar het verbaast me dat je er zo weinig over leest of hoort. Wat je wél hoort, zijn dingen als: ‘Nee, hoor, alles gaat prima. Onze taken zijn heel duidelijk verdeeld’.”

In Red heeft de schrijfster in kwestie het over het feit dat ze zo slecht is in het onderhouden van haar sociale contacten, nu ze zo druk is met baan en gezin, en neemt zichzelf onder handen: “Het moet toch anders kunnen.” Eigenlijk vindt ze namelijk dat haar vriendschappen toch niet zoveel zouden moeten lijden onder het leven dat ze nu inmiddels heeft. Hoewel ik hun ‘zorgen’ zelf erg goed begrijp, vraag ik mij toch af met wat voor soort mensen die journalistes dan wel omgaan.

De meeste mensen die ik ken komen er namelijk zonder meer eerlijk voor uit, dat hun leven het grootste deel van de tijd helemaal niet zo goed georganiseerd is. Zoals een vader die ik onlangs sprak, de helft van een bevriend stel. Tijdens een avondje ‘Zomer van Antwerpen’, met onze voeten in het zand van een zomerbar, en een hip soort Mojito-biertje  (dat vooral smaakte naar afwasmiddel, maar dat terzijde) in de hand, praatten we wat bij. “Ik vind het best wel pittig, twee van die kleintjes,” merkte hij op, waarna we ervaringen uitwisselden over de rommel in huis, chronische oververmoeidheid, het opvoeden van peuterpubers, en een sociaal leven dat er zo’n beetje bij inschiet.

Voordat u denkt: “Die vrouw die daar haar tijdschriftjes leest en in hippe uitgaansgelegenheden staat te socializen, waar gaat die nu over klagen?” Nou, dat avondje weg was het eerste in maanden, en we hebben het welgeteld tot 11 uur volgehouden. En lezen doe ik in bed of op de wc (door columniste Aaf Brandt Corstius, moeder van twee peuters van 2 en 3, al eens omschreven als ‘heilige momenten me-time’) Maar toegegeven, ik heb ’t erg makkelijk in tegenstelling tot vriendinnen die in hun eentje een gezin runnen, die zelfstandige zijn en pas ’s avonds, als de kinderen eindelijk in bed liggen, kunnen gaan werken, maar er wel nog drie keer eruit moeten ’s nachts. Of die fulltime werken en ’s ochtends om zes uur op moeten nadat ze óók de halve nacht zijn wakker gehouden, die een gezin in hun eentje runnen of die niet zo makkelijk kunnen terugvallen op een oppas.

Iedereen heeft het erover dat het zo jammer is dat we elkaar zo weinig zien en dat zo’n week omvliegt, en het zo lastig is soms je dag te plannen met die slaapjes en de rest. Iedereen weet dat een middag weg met één of twee kleine kinderen voorbereiding en inpakwerk vergt dat vergelijkbaar is met een weekje basejumpen in Zwitserland. Niemand heeft daar altijd evenveel energie voor want we slapen allemaal te weinig.

Maar blijkbaar heerst er onder sommige mensen toch een soort taboe rond ‘Help, na een jaar zonder fatsoenlijke nachtrust heb ik wel eens geen zin in seks, de energie om een tafel in een leuk restaurant te boeken, naar de andere kant van het land te rijden, is laat opblijven een straf.’ Of: ‘De combinatie gezin/werk/huishouden etc. zorgt er voor dat ik alles tegelijk moet doen maar nergens tijd voor heb’.

Wat me stoort is de teneur van sommige dergelijke artikelen, dat je wel kinderen mag hebben, maar het blijkbaar niet mag laten merken. Dat is niet alleen onmogelijk, als je onder vrienden al zo de schijn moet ophouden, is het ook best wel sneu. Maar misschien komt dat wel omdat de mensen die ik ken, heel regelmatig een boekje open doen over hun niet zo heel perfecte leven. Juist fijn dat je dat af en toe even bij elkaar kwijt kunt. Het relativeert ook lekker, en dan voel je je weer normaal (zoals ik al zei: ik herken de zorgen).

Ik wil hier dan ook iedereen bedanken voor jullie openhartigheid en iedere keer dat er weer iemand met een ‘heel herkenbaar!’  reageert op een blog- of facebookpost of iets wat ik net verteld heb. Voor het wederzijdse begrip dat frequent afspreken of ellenlange telefoongesprekken niet altijd mogelijk zijn, dat we soms iets moeten cancelen wegens een ziek kind, de driftbui van een peuter die een goed gesprek verstoort, of hoe lastig het is de agenda’s eens synchroon te krijgen. Dat ik blijkbaar niet de enige ben met kindertjes die wel eens niet luisteren, of het huis nooit aan kant krijg, hoe hard ik ook probeer. Of, zoals mijn man reageerde na een avondje terras, toen ik het na het etentje en drie drankjes wel voor gezien wilde houden: ‘We zijn ouders van jonge kinderen, wat dacht je dan?”

Afbeelding

de overbodige ouder…

Standaard

Kinderen spiegelen je eigen gedrag’ hoor ik wel eens vaker. Dat klopt. Heb ik een rotbui of haast, reken dan maar dat de kindertjes dit haarfijn aanvoelen, en ik getrakteerd wordt op een partij jengelen, languit-op-de grond-werpen, treuzelen en theatraal gedoe. Nu zoon zijn eerste stapjes richting onafhankelijkheid begint te zetten, zie ik de eerste resultaten van onze opvoeding, waarbij ik me natuurlijk constant afvraag ‘of ik het wel goed doe’.

Zoon kakt nog steeds wel eens op het parket, en met de beleefdheidsvormen is nog wat werk. Vraag je, als hij bij de bakker een koekje krijgt: ‘Zeg eens dank u, Louie!’ Dan reageert hij: ‘Dank u Louie.’ Ook bijt hij af en toe zijn zuster flink in haar hand. Hij bedoelt het niet echt slecht, maar beseft gewoon nog niet dat je een ander  pijn kunt doen, iets waar ik hem dus helaas zelf nog aan moet herinneren. Boeken en artikelen over opvoeding komen soms van pas qua bepaalde tips, maar wanneer ik ergens lees dat kinderen tussen twee en vier in staat zouden moeten zijn om de vaatwasser uit te ruimen, realiseer ik me weer dat je ze vooral met een korrel zout moet nemen (al ga ik misschien toch eens proberen of het niet waar kan zijn, van die vaatwasser).

En volgens ‘Oei ik groei’ zou mijn oudste inmiddels als achterlijk bestempeld kunnen worden, omdat hij er geen behoorlijke volzinnen uitgooit. Hij houdt het namelijk liever bij éen kort en krachtig woord, als het even kan. Naast ‘nee’ is ‘saai’ zijn nieuwste favoriet.’Wil je een boterham met confituur?’ ‘Nee, saai!’ ‘Kom, we gaan naar school!’ ‘Nee! Sssaai!’ ‘Wil je dit Pieter-Post filmpje zien?’ ‘Nee, saai!’ ‘Ga je mee wandelen?’ ‘Saaisaaisaaijjj!!’ Op het moment dat ik me afvroeg of het allemaal echt zo vervelend is bij ons thuis, werd ik wat geruster toen ik hem ook ‘saai’ hoorde antwoorden op ‘Geef je opa een dikke knuffel?’ ‘Zullen we je tanden poetsen?’ en ‘Ga je op het potje?’ Eigenlijk op dus zo’n beetje alles, dus hij zal de context ervan niet doorhebben.

Gek genoeg is dat wel het geval bij ‘bang’. Onze man is een schrikachtig ventje. Zodra er iemand de trap af komt bijvoorbeeld, of de kamer binnen, en hij ziet je nog niet, roept hij hard: ‘Bang sijn!’ En racet met een gezichtje in de paniekstand tussen de benen van vader of moeder, of gaat, als dat niet kan, achter de bank staan. En natuurlijk vraag ik me voortdurend af ‘of het allemaal aan mij ligt’. Hij spiegelt het gedrag van zijn ouders, toch? Maar welk gedrag dan? Een moeder vertelde me laatst dat haar kleuterdochter een tijdlang de gewoonte had van alles in plastic zakjes te stoppen. Ook zij  vroeg zich af of er soms iets abnormaals gebeurde binnen het gezin wat ze had gemist.

Wanneer ik op een dag polshoogte kom nemen bij Louie, die met zijn trein speelt in de woonkamer bij mijn vader, blijft hij stuurs voor zich uitkijken terwijl hij zegt: ‘Mama doorlopen’, wat ik licht geschokt ook doe. Tsja. Misschien is het dat: sommige dingen bedenkt ‘ie toch echt zelf. En op een dag gaat hij alles zelf moeten doen, dus ik kan er maar beter aan wennen dat er een soort van initiatief genomen wordt. Laatst las ik ergens een uitspraak van een bekende kinderpsycholoog: ‘Een van de belangrijkste taken van ouders is het zichzelf overbodig maken.’ Ik doe blijkbaar toch iets goed.

Afbeelding

Positive Parenting

Standaard

Doe je schoenen maar uit! Doe maar uit je schoenen, ja. Doe jij je schoentjes uit? Eerst het klittenband, zo ja. Doe ze maar UIT. En nu je sokken. Je sokjes ja. Doe je je sokken uit? Nee lief, je mag je zusje niet in haar oog prikken. Anna’tje is nog zo klein. Aaien mag wel. Kijk zo, aai, aai. Ja. Een kusje mag ook. Nee! Geen kopstoot! En niet bovenop haar gaan liggen. Anna is nog een baby hè? Dat vindt ze niet fijn, als je dat doet. Dan heeft Anna pijn. Ja, Anna weent. Geef haar maar een kus. Nee! Voorzichtig! Da’s veel te hard! Zachtjes, zo. Ja. Voorzichtig!

Ik heb ooit eens een doorgewinterde feministe op tv horen zeggen dat ze “opvoeden helemaal niet moeilijk vond. Gewoon een beetje bijsturen hier en daar.” Of deze mevrouw kinderen had? ze beweerde van wel. Toen de camera inzoomde op haar in de studio aanwezige kroost, vertelde ze er luchtig bij dat de tieners sinds enkele jaren haar stiefkinderen waren. Gelukkig, dacht ik. Gewoon weer iemand die je een schuldgevoel wil aanpraten over hoe je je tijd besteedt. Want hier hadden de papa en ex-echtgenote lijkt me al het nodige voorwerk verricht. Niemand maakt mij wijs dat er kinderen bestaan die na een keer iets gehoord te hebben gekregen, dit commando ook meteen uitvoeren, tenzij het per toeval is of als het robots zijn. Zoiets als die lichtsystemen in huis die aangaan als je klapt, of reageren op spraak. ‘Licht alstublieft!’  Mooi hoor. Maar dat lukt zelfs Cesar Millan niet met de meest brave huishond.

Speaking of which, de laatste tijd kreeg mijn opvoedingstactiek wel  iets van een hondentraining. Omdat mijn nieuwsgierige pup niet altijd meteen reageert op wat ik zeg, betrap ik me er wel eens op dat ik in het park heel hard ‘Kom hier!’ ‘Kom hier!’ sta te papegaaien. En laatst, toen ik Louie vroeg of hij nu eindelijk mee de trap af wilde komen, – ondertussen lag zijn zuster gillend in de box beneden en dat maakte me lichtelijk nerveus-, zag ik mezelf opeens van een afstandje en schaamde me. Dit kon toch niet de bedoeling zijn? Geen wonder dat ie niet luisterde.

Het komt ook omdat ik tegen het soort onderhandelingsopvoeding ben waarbij men met peuters uitgebreid in discussie gaat. In de speeltuin zie ik het wel eens. Het betreffende kind wordt dan vaak na een zalvende uitleg plus allerlei beloftes (snoep, bijvoorbeeld) van een halfuur alsnog krijsend uit het schommeltje getrokken. Ik ben meer voor duidelijkheid. Dus na een paar keer vriendelijk ‘We gaan over vijf minuten naar huis,” en “We gaan nu weer naar huis want het is tijd voor je dutje.” zonder resultaat ga ik tot actie over. Ofwel neem ik hem ook mee onder mijn arm ofwel zeg ik “Dag jongen!” En dan komt hij zelf. Of niet, want hij heeft het zich-languit-op de grond-werpen inmiddels ook onder de knie, en zal niet opstaan omdat hij ziet dat je doorloopt. Dat is wel lastig.

Misschien ben ik dus soms wel te snel. Terwijl ik helemaal niet als een overspannen militair aan het commanderen wil slaan, gebeurt het soms toch. Omdat we ergens naartoe moeten, zijn zus wil eten of ik niet wil dat hij de straat oversteekt ofzo. Bij Louie lijkt trouwens een soort van omgekeerde psychologie beter te werken: hoe minder aandacht ik besteed aan hetgeen ik wil dat hij doet, hoe beter het werkt. Met een vork eten bijvoorbeeld, doet hij vooral als je niet kijkt. Zodra je hem prijst over het feit dat hij er een stukje aardappel of een boontje aan prikt, is de kans des te groter dat hij zijn bestek gillend door de kamer smijt. Idem rijden op een fietsje. Hij vindt dat dus stom, en als hij er dan toch eens op zit en wij er juichend naast staan,  stapt hij er met een boos gezicht vanaf. Hier hapert triple P- opvoeden dus schromelijk.

Opvoeden is herhalen, hoor ik wel eens. Maar Positive Parenting vereist dat je met je geduld tot het alleruiterste en weer terug gaat. Helemaal nu het tijd wordt voor zindelijkheidstraining. Ik denk dat het me nog eerder lukt een zeeleeuw in het circus een bal op zijn neus te laten balanceren. Aan het gedrag (beentjes over elkaar, beetje wringen) kan ik zien dat hij zijn plas best wil ophouden als ik ‘m zonder pamper laat lopen. Maar zodra ik hem richting pot dirigeer, wordt er hevig geprotesteerd.

Mijn kind verandert in een plankje, denk maar niet dat hij gaat zitten. Aandringen doe ik dan maar niet, ik wil niet dat ie een plasprobleem krijgt. Ik probeer het ook met het geijkte stickertjes plakken, maar dat snapt hij niet. Dus dan wachten we maar weer een poosje. Overal hoor en lees ik dat de meeste kindjes trouwens veel later zindelijk zijn dan op hun 2,5 jaar, en dat het, op het juiste moment, vrijwel vanzelf gaat. En iets zegt me, dat dit niet gaat gebeuren in de vier weken die ik nog heb eer het zover zou moeten zijn. Hoewel. Een tijdje terug probeerde ik hem  dingen in de prullenbak te laten gooien. Iets waar hij nu de lol van in ziet. Er is nog hoop.

Louie en de molshoop

Louie aan het dabben in en om een molshoop.