Tagarchief: familie

Of we het al weten.

Standaard

Het is een vroege herfstdag als ik naar de slager ga voor een kilo rundergehakt. “En weten jullie het al?” vraagt de immer goedgemutste verkoopster. Ik ben even verward en denk dat ze doelt op Anna en mezelf, terwijl we op onze beurt staan te wachten. Maar nog voor ik twee ons Maya-de-Bij-worst en mijn gehakt wil bestellen, zie ik aan haar blik dat ze me herkent.

Ik ben -sinds ons minder-vlees-eten-regime- al een aantal weken niet meer geweest, maar een kort babbeltje over onze semi-emigratie een paar weken terug heeft meer indruk gemaakt dan ik dacht. “Nou, eigenlijk nog niet,” zeg ik herstellende van mijn verbazing. Ik bedenk me hoe leuk ik het wel niet vind dat ze blijkbaar nog weet wie ik ben en steek mijn gebruikelijke ‘We-willen-wel-maar-het-is-zo-ver-verhaal’ af, want zo is het. En ze knikt begrijpend. De meeste mensen snappen wel dat emigreren een tikkeltje meer gevolgen heeft dan wanneer je je camping voor de zomervakantie voor volgend jaar kiest. Zeker als het de andere kant van de wereld betreft.

Anderzijds gebeuren er hier ook dingen. De man is in zijn muziek gedoken. We hebben kippen aangeschaft. Ik werk aan een boek. Louie gaat weer naar school. ik ben daardoor veel alleen met Anna, mijn kleine stuiterpeuter die dan weer niet kan wachten om naar school te gaan, terwijl ik haar broer er de eerste weken nog net niet heen moest sleuren. Zo kon het gebeuren dat ik op de speelplaats stond met twee hevig huilende kinderen aan mijn been: de een wilde niet naar binnen, de ander wilde niet weg.
Tegenwoordig gaat het beter, Louie heeft een ‘beste vriend’ en wanneer hij die naar het lokaal ziet vertrekken drentelt hij er achteraan, zijn moeder opeens compleet vergeten, zijn zus in onbegrip achterlatend. Dan gaan Anna en ik naar huis, en volgt haar persoonlijke entertainment. Waar broerlief urenlang met zijn treintjes op de grond kan liggen en zichzelf eigenlijk al sinds zijn babytijd kan vermaken, is zus er een van het soort dat je graag bij haar spel betrekt. Het is een eindeloos “Mammakommiskijke” “Mammajijmeedoen” of “Mammaikgawegge!” om dan achter de deur te gaan staan, en te wachten of je wel kijkt. Want ze gaat ‘boodschappen doen’: ze morrelt wat met een klein tasje en het doosje oude munten. Dat soort dingen.’S ochtends drinkt ze graag een ‘koppie’ (gestoomde melk met een theelepel koffie en gekleurde sprinkles).
Schoonmaken of koken: erg lief dat ze wil helpen, maar niet als ze met de kraan vol open ook de rest van je aanrecht wil ‘afwassen’ of haar handjes steeds vervaarlijk dicht in de buurt van de kookplaat komen.Je kunt geen koekje ongezien in je mond stoppen want mevrouw heeft het gezien en wil ook. Naar de bakker gaan we niet voor brood maar voor het snoepje dat zíj krijgt. Op woensdag gaan we olijven en noten snaaien op de markt die voor dat doel staan uitgestald bij de delicatessenkraam.
In de supermarkt is ze all over the place, ze wil helpen, ze wil een karretje, ze wil díe koekjes, ze wil dingen op de band leggen en ze wil vooral ondersteboven aan het afscheidingspoortje van de kassa hangen. Ik gok dat ze een talent voor turnen gaat hebben, mijn man is ervan overtuigd dat ze atleet wordt en mijn schoonmoeder hoopt dat ze biatlon – haar favoriete wintersport op tv- gaat doen. Wij staan met zweethanden in de speeltuin wanneer we weer eens tot bovenin het klimrek is geklommen en vragen ons af of ze wel een goeie beschermengel heeft, gezien het feit dat ze soms wel tot drie keer per dag ergens vanaf kukelt (vaak haar eetstoel) omdat ze nooit stilzit of niet helemaal oplet. ‘Goh, wat is ze hard veranderd’ zeggen mensen die we kennen en al een tijdje niet gezien hebben steeds en zo is het.
Het is nu een jaar geleden dat we vertrokken naar de andere kant van de wereld, met een peuter en een kale anderhalfjarige. We zijn er best weemoedig van. Het is ook niet zo dat emigreren een doel op zich is en dat het dus eender welk land kan zijn (al denken we na over alternatieven, zoals Noorwegen, voor die biatlon). Voor nu hebben we familie en vrienden die erg blij zijn dat we in de buurt zijn -dat te beseffen doet ook goed-, en verder zien we wel.  Het is een soort van dilemma: het leven daar, de mensen van wie we houden hier, maar uiteindelijk, hoe of waar dan ook, vinden we onze draai wel.  Het is niet alsof de rest van het leven nu gedefinieerd is.  Zoals ik laatst ergens las: “The point of living is not to resign yourself to one part of life, but to continually redefine yourself.”  Een geruststellende gedachte.

IMG_3018

Advertenties

Het breekt mijn hart een beetje.

Standaard

Het breekt mijn hart een beetje.

Maar toch gaat het gebeuren. We komen weer terug. Niet geheel een verrassing: mijn visum verloopt. We hebben ook nog een huis.  “Komen jullie nog terug?” is ons met enige regelmaat gevraagd, net zo vaak als “Waarom blijven jullie niet?” door mensen hier. Bellen met de luchtvaartmaatschappij omdat we een paar dingen moesten wijzigen voor onze vlucht voelde als verraad. Zowel man als ik waren emotioneel, want heel eerlijk: we zijn er nog niet klaar voor. En dat is niet omdat we hier zes maanden vakantie hebben zitten vieren. Ook al ziet het er op veel foto’s zo uit. We hebben hier echt een indruk kunnen krijgen van hoe het dagelijks leven gaat. Dus ook als je gewoon moet werken, saaie klusjes moet doen en boodschappen, blijft het hier fijn.

Dat het tot nu toe vooral goed weer is geweest, draagt natuurlijk bij aan de levensvreugde, maar over het algemeen durf ik wel te stellen dat het leven hier leuker is. Vrijer.
We hebben de afgelopen maanden de verschillen Tussen hier en daar (thuis) aan den lijve kunnen ondervinden, maar ik kan je zeggen dat het leven in Nieuw-Zeeland niet te vergelijken is met het leven in West Europa. Al was het maar omdat Nieuw Zeeland pas zo’n 200 jaar geleden gekoloniseerd is, wat niets is in vergelijking met een continent waar de historie al sinds het stenen tijdperk wordt bijgehouden, en waar mensen al duizenden jaren een cultuur ontwikkelen. Maori’s zijn hier al zo’n 900 jaar, maar hun geschiedenis is met de komst van de Europeanen wel zo’n beetje grotendeels weggevaagd. Tradities zoals klompendansen, zaklopen (strobaalsurfen), koekhappen, etc. heb je hier niet (niet erg, eigenlijk) en het is niet zo vreemd, denk ik, dat we niet iets kunnen opnoemen dat nou typisch iets is voor hier, tenzij je het hebt over schapen of rugby. Maar goed, we konden wel gemakkelijk redenen opsommen om hier te blijven. En ook weten we nog steeds wat er goed aan het verre België is.
Ik ga het dus maar even opsommen, misschien dat het dilemma dan te snappen valt.

Redenen om te blijven/terug te gaan:
Omdat in Nieuw Zeeland…
….Mensen niet om een praatje verlegen zitten. In Vlaanderen reageren mensen op een vriendelijk ‘goedemorgen’ vaak alsof je de weg vraagt in het Klingon. Heb ook meegemaakt dat ik in de speeltuin in het park 20 minuten heb gebabbeld met een moeder over het feit dat we op dezelfde datum waren uitgerekend, maar toen ik haar een paar dagen later zag en gedag wilde zeggen, draaide ze haar hoofd om alsof ze me niet had gezien. Zelfs al had  ze echt geen idee meer wie ik was: het was gewoon niet erg aardig, om niet te zeggen boertig. Hier in KeriKeri ga ik naar Playgroup, met zeker twintig andere moeders, waarvan degenen die ik echt gesproken heb gewoon nog steeds wisten dat ik In België woonde en me net zo vriendelijk aanspraken als de keer ervoor.
…Files zo goed als niet bestaan. Die in de grote steden tel ik niet mee, daar zijn het grote steden voor, en dat zijn er in NZ welgeteld drie, waarvan er maar een echt ‘ groot’ is (Auckland). De files in Wellington zijn irritant, maar peanuts vergeleken bij de Ring Antwerpen. De laatste weken begon ik KeriKeri zelfs al druk te vinden wanneer er stapvoets verkeer door het centrum (een straat) reed.
… De Vrijheid. Vrijheid.Vrijheid. De uitgestrekte ruimte. En er heerst hier een permanente relaxmodus. Dat is ook wel eens hinderlijk, aangezien men echt nergens haast me lijkt te hebben. Onze tv doet het niet, de klusjesman zou drie weken geleden al komen kijken en heb ‘m na herhaaldelijk bellen nog steeds niet gezien. Maar met vrijheid bedoel ik ook het gevoel dat iedereen oké is met wat je doet of hoe je erbij loopt, je niet wordt doodgegooid met regeltjes of moet plannen wanneer je ergens naartoe gaat. Spontaan afspreken wordt hier zeer gewaardeerd en ik hoef zelden lang te wachten in de rij achter de kassa bij de supermarkt.

…Het klimaat fijn is. Althans waar we nu zitten, want het wisselt nogal per regio. ‘Nothing beats Wellington on a great day’ maar dat zijn er niet zoveel, en je waardeert het daarom des te meer. Meestal waait het er keihard. Het Zuid Eiland is veel kouder en regenachtiger, al zijn er dan ook weer plekken waar het gemiddeld warmer is en waar er goeie zomers zijn. In het uiterste noorden van het Noord Eiland is het subtropisch: vandaag is het 21 graden, midden in de herfst. Ik weet wel waar ik het liefst zit: afgelopen zondag gingen we naar het strand, en daarna lunchen op een terras. Maar moesten we willen gaan skiën, dan kunnen we altijd nog naar het Zuid Eiland vliegen. Maandenlange bewolking, dat heb je hier ook niet.
…Niemand ergens moeilijk over doet. Het is normaal om magere melk’ te vragen in je flat white-to-go. In veel restaurants en winkels staat een doos kinderspeelgoed klaar om het grut koest te houden. Ik was compleet overdonderd toen ik in Wellington in de bus wilde stappen en de buschauffeur UITSTAPTE om mij te helpen Anna’s buggy aan boord te krijgen, ook de helft van de passagiers maakte aanstalten. En dat deden ze ook toen ik het voertuig verliet. Dit terwijl ik in eerste instantie extreem gehaast te werk ging, omdat bus/tramchauffeurs in Antwerpen meestal al amper de moeite nemen te kijken of iedereen in-dan wel uitgestapt is en ook gewoon plompverloren de deuren sluiten, terwijl jij nog met je kinderwagen staat te rommelen, wat vaak leidt tot bijna-ongelukken.
…De mensen zo vriendelijk zijn. Echt vriendelijk. Toen Louie weer eens midden op straat een van zijn woede-aanvallen kreeg, de zevende dag op rij, was er een andere moeder die zo lief en begrijpend reageerde: (‘Dat heeft die van mij ook. soms zijn er van die dagen, dan moet je gewoon maar niet te veel willen en ze voor de tv zetten, voor je eigen gezondheid.’ ) dat de tranen me in de ogen sprongen. Een oudere man die me over straat zag zeulen met boodschappen, een moe jongetje en een peuter in een buggy, bood me aan te helpen dragen. Ook echt gebeurd: toen ik in de coffeeshop van de supermarkt mijn fles pasgekochte sojasaus kapot liet vallen, veegde een medewerkster monter de rommel bij elkaar en bracht me met een glimlach een nieuwe fles, terwijl het toch echt mijn eigen schuld was. Zij deed mij in perplexe blijheid de deur uit lopen. No worries, mate.
….In een dorp wonen hier niet betekent dertig jaar je best te mogen doen er in te passen en dan nog steeds te worden beschouwd als ‘een vreemde’. In Patea (1143 inwoners) wist iedereen binnen een dag wie we waren (bij de drogist, waar ik was voor zonnebrand: ‘ Oh ja, jij bent de vrouw van de dokter en jullie wonen in het huis van Gail en Alan’) en ik ging naar een playgroup die voornamelijk bestond uit kinderen met moeders die getrouwd waren met melkveehouders. Saai was het allerminst. Iedereen kwam van overal: Zuid- Afrika, Engeland, Ierland, Duitsland en ik werd meteen opgenomen in de groep. Allemaal mama’s, allemaal ver van huis, ook al had je het dan soms over 20 jaar terug. Dat schept een band.

…Het werk als arts hier gewoon veel beter geregeld is. Een work-life balance kan hier écht bestaan.
….Zie de foto’s: Nieuw Zeeland is prachtig.  Het is een verademing. Hoewel Kiwi’s nog wel het een en ander kunnen leren over huizenbouw, heb je hier voor een redelijke prijs iets met een écht stuk grond, dus ook als je geen miljonair bent. Lekker naar het strand zonder dat de rest van het land dat ook doet, en nergens hoogbouw te bekennen. ‘Druk’ is hier echt wel relatief.

En ja, dan die andere kant. Wat was er ook weer leuk aan thuis? Omdat je in Antwerpen….
…..Ook na achten nog ergens een tafel kunt reserveren. Je kúnt een tafel reserveren. In Nieuw Zeeland behalve grotere steden, is nightlife zo goed als onbestaand. Tenzij comazuipen met de plaatselijke jeugd in een louche pub je ding is.
…Niet overal de auto voor hoeft te pakken. In Nieuw-Zeeland moet het dus echt. Als ik de melk vergeet kan ik een kwartier rijden. Wat me ertoe gedreven heeft links te leren rijden, wat lukt, en fijn is, want er rijdt toch niemand, dat dan weer wel.

…..Bakkers hebt. Echt brood. Supermarktketen New World doet hier een goede poging, net als de incidentele artisanale bakkers die je bijvoorbeeld op een Farmers Market vindt, maar verder is het vooral veel klef prefab brood in plastic zakken. Zelf bakken is het devies, moest ik echt in Nieuw Zeeland wonen.

……Er veel publieke ruimte is. Nieuw Zeeland kent prachtige vergezichten en een uitgestrekt landschap. Helaas is dit grotendeels privé-eigendom. Er zijn weliswaar prachtige nationale parken, maar een bos of weidewandeling in je eigen buurt? Forget it. Ook parken zijn er gewoon te weinig, tenzij je in een grotere plaats woont. Speeltuinen genoeg, maar bijna nergens vind ik plek om gewoon wat met de kinderen te wandelen. Langs de baan ja, maar dat is levensgevaarlijk, aangezien stoepen of fietspaden vaak ontbreken, of slechts een halve meter breed zijn.

…..Er fietspaden zijn. Man keek de dood een aantal keer in de ogen om dat Kiwi’s iets schijnen te hebben tegen fietsers. Het aantal verkeersongelukken is er dan ook naar. Men lijkt nul inschattingsvermogen te hebben zodra er iemand op de weg fietst. Nieuwzeelanders zijn zoals gezegd superaardig, maar eenmaal in de auto vinden ze dat fietsers ‘ zich aan de regels’ moeten houden, wat dat dan ook moge betekenen. Niemand zal het ook maar wagen midden op de weg te fietsen, als ze dat bedoelen, want tussen de linker witte streep  en de berm is er zo’n veertig cm ruimte en schijnbaar heeft de gemiddelde chauffeur die ook nodig om zich te kunnen verplaatsen, dus ieder fietsritje is een zenuwslopende onderneming. Het enige wat je kunt doen is aan de kant springen. Smalle bruggen, bochten? De ‘regel’ is blijkbaar dat je fietsers genadeloos van de weg mag rijden en de pas afsnijden, ze moeten hun plaats maar kennen. Dat de impact van een auto die een fietser raakt, toch wel groter is dan omgekeerd, daar lijkt men geen idee van te hebben. Leve de aardbeien- en boomgaardroute, de fietstunnels en de afgeschermde paden in België. Het kan nog beter, maar je kunt er tenminste een ontspannen tochtje doen of je kinderen met de fiets naar school brengen.  Een bakfietsmoeder heb ik in NZ nog nooit gezien.

… Je echt goed kunt shoppen, in plaats van de keuze te hebben uit Cotton On (soort H&M) surfshops en boetieks met bomma-kleding. In Antwerpen kan ik dingen vinden waar ik echt geld aan uit wil geven, of het nu bij COS is of Baby Beluga. En soms is het veel te duur, maar altijd nog inspirerend om naar te kijken. Plus, je mag je in Antwerpen opkleden. Ik voel me daar tenminste niet overdressed in een top, skinny jeans en sneakers. Wellington als uitzondering. Daar doet iedereen zijn best de meest bizarre modestatements te maken, zoals sokken in waterschoenen. Sinds ik er heb gewoond, wil ik opeens ook weer dolgraag Doc Martens.

….Er Kerst, kerstmarkten, de Zomer van Antwerpen, festivals, cafés en terrasjes zijn. Ik geef toe: als jonge ouder leef ik soms nog in het verleden. Uitgaan doe ik bijna niet, maar ik vind het wel fijn dat de mogelijkheid er is en dat je in de zomer om elf uur ’s avonds nog ergens kunt neerploffen en cocktails drinken. De laatste keer dat wij een avond voor onszelf hadden, omdat een vriendin bij ons logeerde en op de kindjes wilde passen, waren we om negen uur weer thuis, en dan hadden we het restaurant al als laatste verlaten.

…Familie en vrienden daar in de buurt zijn. Eigenlijk het allergrootste voordeel, natuurlijk, en een van de weinige redenen om nog terug te gaan. Er is maar éen ding wat ik op het ogenblik aan deze reis betreur: dat we niet langer zijn gebleven. Ik had graag ervaren hoe het is om iedereen écht te missen. Ons wacht nog steeds een eigen huis, iedereen weet dat we begin juni weer van de vlieger stappen. En we kennen hier heus wel wat mensen, maar een echt sociaal netwerk ontbreekt nog, daarvoor zijn we hier te kort. Dus wat ik mij vaak afvraag, hoe is het als je langer weg bent? Twee, drie jaar? Dat je niet zomaar even terug kunt, terwijl je op facebook en facetime neefjes en nichtjes groter ziet worden, opa’s en oma’s ouder, je continue uitjes en verjaardagen mist. Zouden we dan na een jaar of drie zeggen: zo is het wel genoeg, dit is ook maar niks?’ en het hoofdstuk afsluiten? Of klopt het wat een Duitse emigrante ons zei, namelijk dat het vooral je jeugd is die je mist? Zou ik op den duur kunnen leven met ieder jaar een maand vakantie in Europa?

Laatst las ik ergens een stukje over ‘semigreren’ wat min of meer betekent dat je in twee landen leeft. Kon dat maar. Maar over-en-weer pendelen tussen NZ en Antwerpen is niet echt een realistische optie. Het kost gruwelijk veel geld en dan zijn er nog de kinderen. Er komt een moment dat die het niet meer gaan accepteren als ze weer eens ergens anders heen gesleept worden. Wat ik van veel mensen hoor die daadwerkelijk zijn gebleven, is dat zij zich altijd wat verscheurd blijven voelen tussen twee landen. Semigrant ben je dus altijd wel op de een of andere manier, al is het in je hoofd. Ik weet dus niet of we er ooit uitkomen, en of dat eigenlijk wel moet. Ik heb mijn hart hier wel een beetje verloren, of we nou terugkomen of niet. Het is heus niet zaligmakend, een ander land. Alles kent voors- en tegens. Maar wij hebben de luxe om te kiezen. Wat is de beste optie? En ……wat als de Zombie-Apocalyps daadwerkelijk uitbreekt?

Afbeelding

Nieuw

Standaard

Weetje: Nieuw-Zeeland werd volgens een bepaalde overlevering al ontdekt rond het jaar 900 door  een volk van jagers en vissers, de Polynesiërs, een zeevaarder genaamd Kupe in het bijzonder. Veel eerder dan Abel Tasman of James Cook trotseerde hij met zijn volk de golven in primitieve houten boten, het soort waarvan tegenwoordig niemand met een beetje gezond verstand er maar aan zou denken er überhaupt  in te stappen, laat staan bij metershoge golven en veel wind. Hoe deze mensen wisten waar ze zoeken moesten? Ze volgden trekvogels op hun route. Ieder jaar wanneer de vogels kwamen, volgden zij hen weer en wanneer ze het spoor toch bijster raakten, keerden ze terug, om het ’t jaar erop opnieuw te proberen. Ze kwamen steeds verder. En zo ontdekten zij het land dat tegenwoordig bekend staat als Nieuw-Zeeland, of in hun taal: Aotearoa, dat ‘Land van de lange witte wolk’ betekent, naar het schijnt omdat het hier op leek toen ze het aan de horizon zagen opdoemen.

In plaats van mij voor te bereiden op een dergelijke boottocht, ben ik dagen bezig geweest met zaken als het ontruimen van de koelkast (waarbij ik de inhoud van halfvolle, kleverige flesjes ‘Wok-essentials’, curry, pesto en andere dingen die al lang over de datum waren, door het toilet heb gespoeld, een rotklus), kinderkleertjes opbergen, vetvingers van de ramen halen (ook al zijn we er niet, maar dan ziet het er tenminste eens van buiten een beetje proper uit) en het regelen van bankzaken enzo. We wogen onze bagage en de kinderen werden steeds lastiger omdat we even minder tijd voor ze hadden en ze voelden dat er iets te gebeuren stond. We namen afscheid van familie en vrienden, dat liet ons bepaald niet onberoerd.

En in tegenstelling tot die mensen van vroeger, bleven onze ontberingen beperkt  tot slecht slapen en vliegtuigvoedsel. Meevaller: Louie heeft zich zo geamuseerd onderweg dat hij, bij aankomst in Wellington, maar bleef vragen waar de vliegtuigen waren en of we nog eens gingen. Daar stonden we dan: twee doodvermoeide ouders met bleke gezichten en dito kindertjes, waarvan een met bloeddoorlopen oogjes van het onbeperkt films kijken onderweg. Kleine zus volkomen de kluts kwijt van het slaapgebrek, want om de zoveel uur werd ze wel een paar keer wakker, nadat het ons eerst een eeuwigheid kostte haar rustig te krijgen -mevrouw was het niet eens met het feit dat ze geen eigen stoel had en je in een vliegtuig niet mag rond hossen. It could have been worse: ze hebben niet gegild, geruzied of gebraakt of iets dergelijks.

Op onze eerste dag hebben we wat verdwaasd rondgedwaald door onze nieuwe hometown Wellington. Een prachtige dag aan het begin van de lente, maar het volle besef moet nog  indalen. Staan we echt aan de andere kant van de wereld? Anna pikt haar ritme alweer aardig op en was om zes uur deze morgen weer paraat. Louie is verknocht aan zijn nieuwe plastic speelgoedvliegtuig en is met zijn vader een auto gaan kopen. We zijn zeer warm ontvangen door vrienden hier, bij wie we mogen logeren en zoeken nog een huis, en zo zijn er nog allerlei praktische dingen te regelen. Tot zover nog geen nieuws. Al is alles nieuw. We zijn er echt. Toch voelt het ook vertrouwd. ‘Wie stappen zet, maakt grond’, heb ik eens horen zeggen. En zo landen we langzaam in ons nieuwe leven.

Afbeelding

OMA

Standaard

Gisteren is mijn oma overleden. Ze was 94 jaar. Een leeftijd waarop je het mag verwachten. De laatste jaren was ze  ook hardstikke dement, al had ze heldere momenten wanneer je ze het minst zag aankomen. Toen ik haar voor het laatst met Louie bezocht, wat tot mijn grote spijt al minstens een jaar geleden is, herkende ze me eerst niet maar zei bij het weggaan wel: ‘En niet pas terugkomen als ie veertien is hè?’ Een nicht van mij bezocht haar, na de bruiloft, (oma daar zelf mee naartoe nemen lukte praktisch gezien echt niet meer) in haar trouwjurk en met verse echtgenoot, waarop ze quasi-beledigd uitriep: ‘Maar jullie zijn dus al getrouwd’.

Mijn oma. Als ik mijn ooms en tantes moet geloven, liet ze als moeder soms te wensen over. Ze kon enorm lastig doen, en was verre van huishoudelijk aangelegd (mijn moeder en ik ook niet, dus dat verklaart een en ander), want zelf opgevoed met personeel. Ook in haar eigen huishouden was er een dienstmeisje. Tot op het einde van haar leven kon ze mensen tegen zich in het harnas jagen met opmerkingen, en bleef ze steken in negentiende eeuwse denkbeelden. Dat wij ooit een periode naast de burgemeester woonden, vond ze subliem, bier vond ze ordinair en gekleurde mensen eng. Toen ik mijn haar op een keer heel kort en punk had laten knippen, geverfd in opzichtige roodtinten, riep ze verschrikt uit: ‘Kind, weet je dan niet, het haar is het sieraad van een vrouw!’ en was ze ervan overtuigd dat er iets raars in me was gevaren-wat in zekere zin wel klopte als het om smaak ging, maar goed.

Regelmatig kon ze in de clinch liggen met iemand, omdat ze weer eens iets beledigends had gezegd, maar het is me wel vaker opgevallen dat oude mensen op den duur hun connectie met enige vorm van tact verliezen. Zo zat mijn neefje, die als kleine jongen met een groep andere jochies graag door de buurt trok, muisje belde en drollen door de brievenbussen kieperde, volgens haar in een ‘gang’ en zou hij opgroeien voor ‘galg en rad’, zo meldde ze mijn tante fijntjes.

Toch, ze kon ook heel erg lief zijn en als oma was ze top. Ik heb heel wat vakanties doorgebracht in haar boerderij in Brabant, waar ze op een hondje en een gemene ouwe vogel (een Beo die kon praten) na geen beesten had, maar wel een grote verwilderde tuin met bloemen, waar ik hele dagen doorheen hoste, ‘op avontuur uit’. ‘S ochtends vroeg dronken we thee uit kommetjes aan de keukentafel naast de koperen kachel, en lieten we de hond uit in het bos. Soms picknickten we aan een klein meertje met Milky Ways. Ik herinner me een magisch moment waarop er opeens aan de overkant  van het water een kudde schapen opdook uit de mist, die met z’n allen tegelijkertijd door de knietjes gingen om te drinken. Koekjes of cake bakken, ’s avonds met het bord op schoot voor de open haard en de tv en een middagje winkelen in een naburig stadje stond ook altijd op het programma. Net als de kauwgomlollies die we standaard gingen kopen in het buurtwinkeltje. Ze had ook een heel oude houten bank, tevens een opslagkist, die vol met al even oude Suskes & Wiskes lag die ik ’s zomers graag las op een handdoek in de tuin.

Maar op een dag kreeg ze eens een flinke griep en besefte de familie dat ze te oud werd om in haar boerderij, nou niet bepaald het middelpunt van de bewoonde wereld, te blijven. Gejankt heb ik toen we er voor de laatste keer wegreden. Maar er werd een huis gekocht in de buurt van mijn ouders, ook een broer van mijn moeder woonde in de buurt. Zo konden we haar  in de gaten houden. Ik zat er minstens een paar keer in de week, liet haar hondje uit en bleef er vaak slapen als mijn ouders weg waren, ook toen ik al  lang en breed op de middelbare school zat. Als ik in het weekend dan uitging, zat ze in haar kamerjas in haar oude oorfauteuil te wachten tot ik terugkwam. Een keer hebben we toen nog eens een stoffige fles bessenlikeur opengetrokken (mijn favoriete drankje toen) en heb ik haar uitgehoord over haar liefdesleven. Giechelend vertelde ze over een stille liefde en hand-in-hand-lopen.

Ze was ook heel ijdel. Toen mijn vader, die op een middag onderweg was naar het tuincentrum, eens voorstelde bloemen te kopen voor haar plantenbak voor het raam zei ze: “Graag, maar geen geraniums. Anders lijk ik net zo’n oude vrouw achter de geraniums” . Mee op excursies wilde ze ook niet. “Zo’n bus vol oude mensen”. Ze heeft, zo rond haar 85e, ook nog even plastische chirurgie overwogen “Want mijn buik hangt zo”.

Sinds ik Antwerpen woon, zag ik haar veel minder. Ze weet dat ik ben getrouwd, dat Louie er is, man en kind en trouwfoto’s heeft ze gezien, maar ik weet niet of ze het ook onthouden heeft. Ik vind het heel jammer dat ik geen echt afscheid meer van haar heb kunnen nemen. Ze is, zo werd me verteld, naar bed gegaan met een slaapmiddel omdat ze zich niet goed voelde en kort daarop ook echt ingeslapen. De beste manier om te gaan, lijkt mij.

Ik heb, toen ik jonger was, altijd gehoopt dat ik haar boerderij op een dag zou kunnen terugkopen. Maar los van het feit dat ik er nu een bedrag voor zou moeten neertellen dat ik van zijn leven niet kan opbrengen, zijn ook de tijden veranderd. Ik geloof niet dat ik echt in the middle of nowherewil wonen. Ik ben er nog een paar keer langs gereden en in tegenstelling tot mijn herinneringen is de plek veranderd. En nu is oma er niet meer. Het einde van een tijdperk. Dat ik nu nog graag Milky Ways eet en er Cosmos-bloemen in de tuin staan, is indirect een erfenis van haar. Net zoals ik de Margriet soms graag lees omdat het me aan haar doet denken. Ik koester de  twee bundels Margrieten uit 1939 (meer dan 70 jaar trouwe lidmaatschap!) die ik mocht meenemen toen ze naar het bejaardenhuis vertrok en het huis werd leeggeruimd. Het leven mag vluchtig zijn en soms ook veel te kort lijken, op een bepaalde manier is alles wat je dierbaar is, voor altijd.

leeftijdsverschil:92 jaar…:-)