Nieuw begin.

Standaard

De kerstvakantie is voorbij en tijdens de feestdagen heb ik oude gewoontes min of meer overboord moeten gooien. Ik heb mijn Sissi-trilogie niet kunnen zien omdat alleen ‘Frozen’ op mocht. De kerstmuziek, -waaronder een leuke cd met allemaal gezellige ouderwetse liedjes van onder andere Bing Crosby en Nat King Cole, werd dit jaar beperkt tot ‘Jingle Bells’ van Sinatra, omdat dit ook het enige was wat op mocht staan. En owee als ik een keer probeerde te zappen naar het kerst hit-album en ‘Wham’ wilde draaien.
Alleen als ik hun lievelingsliedje een keer of vijftien had afgespeeld en ze wat uitgeput begonnen te raken van het rond de tafel rennen en op -en- neer springen (ik deed natuurlijk af en toe ook wel mee) mocht er even wat anders op, en bleek Louie zelfs ‘Bakske vol met stro’ mee te kunnen neuriën. Iedere ochtend werd de boom vanonder gecheckt op pakjes.
Ik genoot van hoe ze genoten van de feestdagen. Met het krijgen van kinderen laat je blijkbaar een paar oude tradities varen en mogen er nieuwe hun intrede doen, maar het hele idee van die boom, pakjes, versiersels en lekker eten, ja, dat stond ze ook wel aan. Waar we ook reden, iedere keer schoten we opnieuw uit onze stoel omdat er een van de kinderen “KIJK, LICHTJES!!!” brulde bij het zien van een met lampjes omlijst raamkozijn of verlichte struik, waar we dan erg om moesten lachen. De kerstboom mag nu de deur niet uit.
Het nieuwe jaar begon ook al goed: Een strakblauwe lucht en een skipiste, en, zo ontdekten we eerder die week: een zoon die zowaar interesse aan de dag legde voor de edele lattensport. Dat was nog even spannend, want met Louie weet je het maar nooit. We wilden hem niet alvast van te voren laten proberen op een borstelbaan uit angst zijn interesse te verpesten door een pushy overenthousiasme, maar kijk, hij vond het écht leuk. Helemaal toen hij eens mee naar boven mocht met de stoeltjeslift, en bij papa tussen de benen naar beneden. Niet dat hij zelf écht skiet, want er was zoveel te zien, bergen en sneeuwkanonnen enzo. Man mocht onze twintig kilo zo’n beetje naar beneden dragen, ware topsport.
Anna, is opeens schoolgaand. Het verliep zoals ik min of meer verwachtte: zodra ze de klas binnenstapte, zag ze me niet meer staan. Ik was niet ontredderd, noch in tranen, slechts wat melancholisch. Thuis begon ik aan wat huishoudelijke taken en deed boodschappen, wat in de war dit ook eens in een half uur gedaan te krijgen. Ze gaat voorlopig halve dagen, maar ik besef dat het al weer tijd is een oude routine te laten varen en langzaamaan over te schakelen op een nieuwe. Opeens ligt de baby-peutertijd achter ons. Ik voelde mij even weemoedig bij het idee dat dit ‘nu al voorbij is’ en waande me bijna overbodig. Totdat mijn dochter me na schooltijd om de hals vloog en zoon in tranen was omdat ik hém nog niet mee naar huis nam (onder de middagpauze spelen ze buiten, en kom ik Anna halen). Hoewel ik me realiseer dat het ouderschap precies dit tot doel heeft, jezelf overbodig maken, geloof ik eigenlijk niet dat dit ooit zo zal zijn. Ik hoop eigenlijk ook van niet, in die zin dat je kinderen nog graag naar je toe blijven komen. Maar heel eerlijk: net dat beetje ruimte om ook weer andere dingen te doen, of het nou gaat over schrijven of ongestoord de ramen lappen, is ook wel weer prettig. En zo krijg ik die kerstboom ook ongezien buiten.
IMG_3254

Advertenties

Sinterklaas,wie kent hem niet.

Standaard

Ik heb niets met Sinterklaas. Ik kan er niks aan doen. Er zijn families die er hele spelletjesavonden aan wijden, anderen maken knotsgekke surprises. Maar ik denk dat het hele gedoe gewoon aan me voorbij is gegaan sinds ik op mijn negende het vieren van ‘Kerst met Cadeaus van de Kerstman’ ontdekte, toen een Australische uitwisselingsstudente een tijdje bij ons woonde en dit fenomeen introduceerde. En ik vond het eigenlijk veel leuker. Heiligmannen hebben tegenwoordig ook geen al te beste reputatie.

Ooit, in een ver verleden, geloofde ik natuurlijk. Zo hard mogelijk liedjes brullen in de schoorsteen opdat Sinterklaas het maar zou horen. Een bakje water en een wortel klaarzetten voor het paard. Het kwam geen seconde in me op dat je zo’n beest onmogelijk door een schoorsteen kunt proppen, laat staan dat ik me afvroeg hoe een stokoude vent met een baard een zak cadeaus en een schimmel het dak op kreeg. Zo omslachtig ook, als je erover nadenkt. En vreemd, dat er op vijf december ’s avonds heel hard op de deur werd geklopt -gebonkt- zeg maar, en er een mand met cadeautjes gewoon in de gang stond. Een wasmand was dat trouwens, die verdacht veel op de onze leek.
Dat zwarte piet pikzwart moest met een pruik op en een clownspak aan, heeft volgens mij alles te maken met het feit dat de buurman/gekke oom/ oudere kinderen uit de buurt zich op de een of andere manier toch onherkenbaar moesten maken. Ieder jaar was het bij de oma van een vriendinnetje groot feest want de Sint kwam, en er was iets met de hoofdpiet – en sommige jaren ook de Sint- wat me ongelofelijk bekend voorkwam maar ik kon het nooit plaatsen. Dat wilde ik ook niet.
Je jonge jaren zijn het tijdperk van de fantasie, het feit dat iets niet kan -monsters onder het bed, een oude man op een paard op het dak- dat wil er gewoon niet in. De meesten vonden de Sint wel een enge vent.
Dan moest je bij hem op schoot komen zitten en hij wist zogezegd alles. Kreeg je op je kop omdat hij ook gezien had dat je ’s ochtends vroeg, als je ouders nog sliepen, snoep pikte uit de keukenlade? De dag dat iemand mij vertelde dat Sinterklaas niet bestond, ik weet het nog goed, het was door een jongen uit mijn klas, was echter geen ontgoocheling voor me. Ergens wist ik het wel, natuurlijk, en alle puzzelstukjes over pieten en sinten die beurtelings -het verschilde per jaar -eigenlijk toch wel verdacht veel weg hadden van de vader van het vriendinnetje, vielen op hun plek. De zwarte vegen op de briefjes van Sint, die hij toch écht door de schoorsteen had gebracht bij m’n cadeautje? Dat was dankzij de creativiteit van  mijn vader, die gewoon de roet er zelf op smeerde. O ja, het was ook zijn handschrift.
De magie van Sint verdween. En dat was wel jammer.
Nu heb ik zelf kinderen. Vorig jaar om deze tijd zaten we in het buitenland. Daar vieren ze geen Sinterklaas. We hebben het geprobeerd, maar de kinderen beseften in de eerste plaats al niet echt wat het inhield, en ten tweede leek het hele feest zo uit zijn context gerukt dat het niet echt ergens op sloeg. Louie en Anna kregen cadeaus bij de kachel. Buiten was het vijfentwintig graden en zonnig. Ze hadden geen pepernoten en Louie ging gillen als ik ook maar probeerde een ‘zie ginds komt de stoomboot’ (dat had gekund, ook nog) in te zetten. Ja ja, je wil er toch wat cultureel erfgoed in rammen. De stemming kwam er dus niet echt in, al maakte dat de kinderen niets uit want die hadden hun cadeautje. Ik had het idee dat ik voorgoed mijn feeling met het Sinterklaasfeest kwijt was.

Maar: dit jaar zijn we weer in België en daar komt de Sint wel. Op school wordt er aandacht aan besteed en natuurlijk willen we voor onze bloedjes het spelletje wel meespelen. Toegegeven, als een malloot pepernoten en snoep door de gang smijt is best lachen, of aan tafel heel de tijd zeggen: “Wat is dat? Hoorde je dat? Ik dacht echt dat ik iets op het dak hoorde!” Tegenwoordig doet ook het dreigement ‘Pas op hoor, want Sinterklaas ziet dat!’, het vrij aardig, als ze speelgoed niet opruimen of zitten te knoeien met hun eten. Bij Anna trouwens niet, want die snapt niet wat ‘Sinterklaas’ is. Het woord ‘cadeautjes’ begrijpt ze maar al te goed, dat wel, net als ‘chocolaatjes’, sinds ze voor het eerst een chocoladebeest in haar schoen kreeg.
Met een bezoekje aan of van Sint weet ik het ook niet zo. Louie heeft het tegenwoordig niet op vreemde mensen “ik ben verlegen” zegt hij dan (dat is dan vaak nadat hij tegen de betreffende vreemde eerst “Jij moet weg!” heeft geroepen). Anna gaat door een fase van verlatingsangst en zegt dat ze ‘bang heeft voor de mensen’. Dus wellicht gaat er nog een jaar aan ons voorbij- apart van de cadeaus en het ze doen geloven dat die door de schoorsteen zijn gebracht door een oude meneer met een muts en een lange baard en een goedlachse helper met een tintje -of geen- wat het ook mag zijn dit jaar. Dat laat ik maar in het midden.
Ik hoop in ieder geval dat ik weer een beetje mee kan met het verhaal, en ze een aantal jaren een onschuldige fantasie kan laten beleven, alsof ze echt bestaat.

IMG_3141

Charlies Chicken Angels

Standaard

Meet Bea, Linda en Ria.
Deze drie vriendinnen wonen sinds een aantal weken in onze tuin. Ik vind kippen fantastisch. Niet alleen omdat ze eieren leggen, waar ik dol op ben, of omdat ze lekker én veelzijdig te verwerken zijn in talloze gerechten (kip aan het spit!) Maar ook omdat ze gezellig zijn- onze buurvrouw noemde hun getok ‘rustgevend’, en daar ben ik het helemaal mee eens. U begrijpt dat onze kippen echt niet aan het spit kunnen eindigen.

Ik eet alleen andermans kippen, die van ons ken ik nu al te goed. Linda is de kleinste en was vanaf het eerste moment vast van plan op verkenning te gaan buiten de ren. Handig Houdini-de ze zich door de spijlen van de omheining door, keer op keer, totdat we de hele boel nog maar eens extra hebben beveiligd met (het hier hoogstwaarschijnlijk voor bedoelde) kippengaas. Dan moest ik haar vangen, maar ze leek er geen problemen mee te hebben gezellig onder mijn arm te blijven zitten,  als een gevederde chihuahua, verwonderlijk met haar oogjes knipperend.
Bea is de grootste en Ria heeft de kleinste kam. Zij wandelen als twee oude dames naast elkaar door de ren, en bivakkeren graag onder het kippen hok.
Toen ik aan een tante en ervaren kippenhoudster terloops (eens) vroeg wat die beesten nou eigenlijk eten, naast de etensresten, schillen en granen die de meeste kippenhouders die ik ken ze geven, vertelde ze me dat ze zelfs muizen grijpen. Muizen!
Maar het was waar. De eerste dagen cirkelden wij als een soort David Attenboroughs rond de ren, met onze telefooncamera’s op stand-by. Kinderen erbij, u snapt het wel. Die waren overigens bang voor de nieuwe tuinbewoners. Man slaagde er dus werkelijk in een spannende scène met een muis vast te leggen, die op de door ons gestrooide broodkruimels afkwam. Net op het laatst zie je hoe Bea (of Ria, dat weet ik niet precies maar Linda was het zeker niet) op het beestje afschiet dat moet rennen voor zijn leven. Echt waar!
En ja. een paar uur later lag het daar, vertrappeld in de aarde, het lichaampje nog slap en warm. De kippen bekeken me arrogant toen ik hen vroeg: “En wie van jullie zit hier achter?” Niet alsof ze me ooit antwoord zouden kunnen geven natuurlijk. Maar ik was weer een wist-je-datje rijker: kippen vermoorden muizen.
Ik bedacht me later dat we ze ook Kristel, Karen en Josje hadden  kunnen noemen (KIP-3!) Maar Bea, Ria en Linda bekt heel lekker, en het zijn niet heel toevallig ook de namen van onze tantes – de naamkeus per kip is overigens volstrekt willekeurig-, maar dat bedoelen we dus lief.
Toen we de kippen net hadden gekocht en met ze over de markt liepen, zus naast de buggy en beesten erin (zo’n doos met drie stuks pluimvee weegt wat), zagen we zo nog verscheidene gezinnen lopen. Ik bespeurde een trend. “Met honden mag het ook, dus waarom niet met kippen?” Zei een vader, die ook zijn kleine uit de buggy had gezwierd om de gevederde vriendjes erin te zetten. We zijn ook meteen aan de slag gegaan met pogingen om ze te temmen. Stel je voor, een knuffelkip. Het leek ons al leuk als ze uit onze hand zouden eten of de kindertjes eens af en toe hun veertjes mochten aaien. Zo educatief ook!

En natuurlijk wanen wij ons nu eco-warriors, nu we in onze eieren voorzien. Er is nog een van het stel -we weten niet wie- die niet leggen wil, maar al vanaf de eerste dag vinden we minimaal één ei en soms twee. We lezen ons in wat betreft het leven en welbevinden van onze kiekens, die zich trouwens aardig zelf redden. Hoe gezellig ze ook met z’n drieën scharrelen, wee de argeloze houtduif of ekster die in de ren een graantje mee komt pikken. Die jagen ze er binnen een paar seconden als een soort Charlie’s Angels weer uit. Af en toe zoek ik wormen voor ze en nu ze dat weten, komen ze op me af stormen en pikken al naar mijn voeten en handen eer ze weten of ik wel wat gevonden heb, en lopen ons overal achterna. Kippen, zo weten we nu na al die aanvallen op indringers, zijn lang niet zo onschuldig als ze lijken en kunnen in behoorlijk kwaadaardige beesten veranderen. En soms zijn ze ook gewoon lekker suf. We hebben inmiddels geleerd dat, wanneer je ze rustig benadert en ze tussen hun veren streelt, ze met hangende vleugels op de grond gaat zitten, en je ze gewoon kunt pakken of aaien. De kip denkt zelf dat er een haan aan komt (dit vertelde de kweker ons) en kan er in feite niet aan weerstaan. Voor ons is het handig als ze weer terug de ren in moeten. En het blijken inderdaad knuffelkippen. Echte kippenfluisteraars, zo voelen wij ons.IMG_2708

Of we het al weten.

Standaard

Het is een vroege herfstdag als ik naar de slager ga voor een kilo rundergehakt. “En weten jullie het al?” vraagt de immer goedgemutste verkoopster. Ik ben even verward en denk dat ze doelt op Anna en mezelf, terwijl we op onze beurt staan te wachten. Maar nog voor ik twee ons Maya-de-Bij-worst en mijn gehakt wil bestellen, zie ik aan haar blik dat ze me herkent.

Ik ben -sinds ons minder-vlees-eten-regime- al een aantal weken niet meer geweest, maar een kort babbeltje over onze semi-emigratie een paar weken terug heeft meer indruk gemaakt dan ik dacht. “Nou, eigenlijk nog niet,” zeg ik herstellende van mijn verbazing. Ik bedenk me hoe leuk ik het wel niet vind dat ze blijkbaar nog weet wie ik ben en steek mijn gebruikelijke ‘We-willen-wel-maar-het-is-zo-ver-verhaal’ af, want zo is het. En ze knikt begrijpend. De meeste mensen snappen wel dat emigreren een tikkeltje meer gevolgen heeft dan wanneer je je camping voor de zomervakantie voor volgend jaar kiest. Zeker als het de andere kant van de wereld betreft.

Anderzijds gebeuren er hier ook dingen. De man is in zijn muziek gedoken. We hebben kippen aangeschaft. Ik werk aan een boek. Louie gaat weer naar school. ik ben daardoor veel alleen met Anna, mijn kleine stuiterpeuter die dan weer niet kan wachten om naar school te gaan, terwijl ik haar broer er de eerste weken nog net niet heen moest sleuren. Zo kon het gebeuren dat ik op de speelplaats stond met twee hevig huilende kinderen aan mijn been: de een wilde niet naar binnen, de ander wilde niet weg.
Tegenwoordig gaat het beter, Louie heeft een ‘beste vriend’ en wanneer hij die naar het lokaal ziet vertrekken drentelt hij er achteraan, zijn moeder opeens compleet vergeten, zijn zus in onbegrip achterlatend. Dan gaan Anna en ik naar huis, en volgt haar persoonlijke entertainment. Waar broerlief urenlang met zijn treintjes op de grond kan liggen en zichzelf eigenlijk al sinds zijn babytijd kan vermaken, is zus er een van het soort dat je graag bij haar spel betrekt. Het is een eindeloos “Mammakommiskijke” “Mammajijmeedoen” of “Mammaikgawegge!” om dan achter de deur te gaan staan, en te wachten of je wel kijkt. Want ze gaat ‘boodschappen doen’: ze morrelt wat met een klein tasje en het doosje oude munten. Dat soort dingen.’S ochtends drinkt ze graag een ‘koppie’ (gestoomde melk met een theelepel koffie en gekleurde sprinkles).
Schoonmaken of koken: erg lief dat ze wil helpen, maar niet als ze met de kraan vol open ook de rest van je aanrecht wil ‘afwassen’ of haar handjes steeds vervaarlijk dicht in de buurt van de kookplaat komen.Je kunt geen koekje ongezien in je mond stoppen want mevrouw heeft het gezien en wil ook. Naar de bakker gaan we niet voor brood maar voor het snoepje dat zíj krijgt. Op woensdag gaan we olijven en noten snaaien op de markt die voor dat doel staan uitgestald bij de delicatessenkraam.
In de supermarkt is ze all over the place, ze wil helpen, ze wil een karretje, ze wil díe koekjes, ze wil dingen op de band leggen en ze wil vooral ondersteboven aan het afscheidingspoortje van de kassa hangen. Ik gok dat ze een talent voor turnen gaat hebben, mijn man is ervan overtuigd dat ze atleet wordt en mijn schoonmoeder hoopt dat ze biatlon – haar favoriete wintersport op tv- gaat doen. Wij staan met zweethanden in de speeltuin wanneer we weer eens tot bovenin het klimrek is geklommen en vragen ons af of ze wel een goeie beschermengel heeft, gezien het feit dat ze soms wel tot drie keer per dag ergens vanaf kukelt (vaak haar eetstoel) omdat ze nooit stilzit of niet helemaal oplet. ‘Goh, wat is ze hard veranderd’ zeggen mensen die we kennen en al een tijdje niet gezien hebben steeds en zo is het.
Het is nu een jaar geleden dat we vertrokken naar de andere kant van de wereld, met een peuter en een kale anderhalfjarige. We zijn er best weemoedig van. Het is ook niet zo dat emigreren een doel op zich is en dat het dus eender welk land kan zijn (al denken we na over alternatieven, zoals Noorwegen, voor die biatlon). Voor nu hebben we familie en vrienden die erg blij zijn dat we in de buurt zijn -dat te beseffen doet ook goed-, en verder zien we wel.  Het is een soort van dilemma: het leven daar, de mensen van wie we houden hier, maar uiteindelijk, hoe of waar dan ook, vinden we onze draai wel.  Het is niet alsof de rest van het leven nu gedefinieerd is.  Zoals ik laatst ergens las: “The point of living is not to resign yourself to one part of life, but to continually redefine yourself.”  Een geruststellende gedachte.

IMG_3018

….has given herself a break.

Standaard

1546376_10151893903791977_615097532_n

 

Voor wie het nog niet gemerkt had: ik post erg weinig de laatste tijd. Ik ben toe aan een pauze. Er zijn een aantal zaken die mijn dringende aandacht vragen, te weten het project ‘boek’ wat niet de prioriteit heeft die ik het zou willen geven en het project ‘ik moet iets doen aan die klerezooi in huis, opbergsystemen voor speelgoed, pennen, was, etc. bedenken en eindelijk eens verzinnen hoe we dingen aan de muur gaan hangen zonder gaten te boren’. Maar ook is het gewoon eens tijd mijn site op te frissen en me te bezinnen over een upgrade op WordPress en wat te doen. De meesten onder u zijn waarschijnlijk toch op vakantie, met een hele reeks boeken in het koffer die op uw literaire to-do list staan en die wel uit moeten binnen die twee weken, verdorie. Er is nog genoeg te lezen! Geniet van de zomer!

Tot in het najaar.

groetjes,

Caroline

 

 

 

Weer Thuis

Standaard

Misschien komt het doordat ik als kind tijdens het skiën eens hard op mijn hoofd gevallen ben (het was het pre- helmentijdperk), of wellicht is het aangeboren. Misschien niet. Ik sta bekend als een chaoot en een rommelkont. Als pas bevallen vrouw was ik behoorlijk geïntimideerd door al die mama’s met babyuitzetten in keurig gerangschikte kleurencombinaties, perfect georganiseerde luiertassen en bizar vlekvrije spuuglapjes, terwijl ik maar met moeite mijn voedingsbeha lekvrij kon houden en ik tetradoeken over mijn schouder had met klodders fruithap of groentemoes, en er af en toe in mijn haar gekotst werd. En na drie keer douchen en verkleden per dag, wordt je gewoon wat minder kritisch.

Inmiddels zijn we vier jaar en twee kindertjes verder. Ik draag te veel relaxbroeken naar mijn zin, loop het liefst op blote voeten ( gelukkig is de Birkenstock dit seizoen weer hip!) en ben helemaal vereenzelvigd met het gehannes met kinderwagens, fietsjes en propvolle tassen, of dat nu een rugzak is of mijn ‘designer handbag,’ (ontworpen door een vriendin), waarin je toetenvegers en kleffe doosjes rozijntjes vindt, omdat die nooit worden opgegeten (alleen de fruitella’s die ze er soms in vinden).

Ik maak me al vier jaar lang druk om slaapjes, eetpatronen, inentingen en verkoudheden, hijs mijn koters in maxi-cosi’s en autostoeltjes, zoek tutjes en knuffelbeesten als die weer eens onvindbaar zijn, maar vergeet de helft van mijn eigen spullen. Ik ben altijd bezorgd, en er hangt altijd wel iemand aan mijn been. Ook ben ik al een iets meer ervaren moeder dan in het prille begin met mijn eerste, en dan overvalt mij wel eens de gedachte dat ik, met wat ik nu weet, bij kind nummer één vast veel minder gestrest zou zijn geweest over het wel een wee van het grut. Anderzijds ben ik meer gestrest dan ooit, omdat ze mekaar nu ook in de haren vliegen, of soms allebei een totaal andere kant op lopen op straat of in de speeltuin, meestal op zo’n moment dat je zelf je veter moet strikken of iets dergelijks.

Ook moet ik veel meer nadenken over ik wat ik zeg, en vooral: wat niet, omdat in ieder geval éen paar oortjes de betekenis van woorden nu vrij goed kent. De ander is gewoon Oost-Indisch doof, wat ook voor problemen zorgt. Bijvoorbeeld: haar op slippers en in je nachthemd achterna moeten rennen omdat ze stiekem toch de hoek van de straat om fietst als je ‘s ochtends de post uit de bus wil halen.

Maar er is iets geks gebeurd sinds we terug zijn: niet alleen voel ik me zeven maanden teruggekatapulteerd in de tijd (zijn we écht lang weggeweest?). Opeens zijn mijn kinderen wél weer een stuk groter. Ja, voor mijn dochter betekenden die zeven maanden dat ze van onhandige dreumes uitgroeide tot een daredevil-peuter die zelf trappen loopt. Onder toezicht, weliswaar, maar opeens merk ik dat ik mijn handen wat meer vrij heb. Bovendien babbelt ze er een eind op los, met echte zinnetjes enzo, ik begrijp haar in ieder geval. Mijn zoon kleedt zichzelf nog steeds niet aan met zijn vier jaar, maar wel kan hij zelf alles uittrekken. (Hoe doen andere ouders dat toch, hoe?). Hij speelt zo braaf – de momenten daargelaten dat ze elkaar de tent uitvechten, dat schijnt normaal te zijn. Hij zit niet meer in de kinderwagen, en is -voor zover je dat van vierjarigen kunt zeggen- redelijk betrouwbaar als je uit wandelen of naar de speeltuin gaat, luistert als je zegt: “Tot die boom en niet verder.”

Opeens…. gaat het allemaal wat makkelijker. Dat is natuurlijk heel relatief, aangezien de jongste heel onverwachte dingen doet, zoals in plaats van gewoon van het afstapje van de schuif-af te springen, een zweefduik te doen om dan met haar gezicht plat in het zand te belanden (en dan was het nog zand, gelukkig), puur om het eens geprobeerd te hebben. Mijn zoon kan ons met zijn onverzettelijke ‘nee’ nog steeds op de kast krijgen. Maar ja. Nu we thuis zijn, is het een mooi moment voor een volgende stap.

Schoonmoeder had bij wijze van verrassing het huis zo lief geboend, maar ik voelde zelf ook een enorme drang voor een ‘operation clean sweep’. Wég met al het afgedankte babyspeelgoed in de woonkamer en de stapel tetradoeken die nog onderin de kast ligt. De bavetten die overhoop liggen in een keukenkast en er ook gewassen uitzien als poetslappen, de box en het opzetstuk van het kinderstoeltje. En Louie past nu écht niet meer in zijn ledikant, dat enkele spijlen mist. Tijd voor een bed op maat.

Dankzij jetlag en een weemoedig soort heimwee voelen we ons wat verloren, en melancholie steekt zijn kop op: zo snel als alles gaat! Maar ik voel me opeens ook een beetje opgelucht. Ik ben even klaar met het babygepruts, en opgewekt over het feit dat die hummels alweer iets beter op hun eigen benen staan. Niet dat ik ernaar snak dat ze het huis uitgaan of zo, maar je begrijpt me wel. Ik heb nog steeds ogen in mijn rug nodig, maar niet ieder afstapje is een dreigend gevaar en we zijn zo goed als verlost van pampers. Ik ben handiger geworden en, al zeg ik het zelf, beter georganiseerd. Ik schep orde in de chaos, en heb een redelijke structuur in onze dagen weten aan te brengen. Ik maak weekschema’s voor het eten. En ik hoef niet langer op hete dagen smachtend naar het water van het zwembad te kijken vanaf de ligwei, als ik in mijn eentje met de kinderen ben, maar kan ze nu samen meenemen het pierenbad in. Een nieuw tijdperk is aangebroken. Laat maar komen, die zomer.

IMG_2297

Terug

Standaard

Over vier dagen vliegen we terug naar België. Onze auto is sinds vorige week verkocht. Ze krijgt een goed thuis, maar ik was aan haar gehecht. Onze Subaru Legacy Lancaster 6 is nu de trouwe dienaar van een gezin dat ergens in een afgelegen dorpje bij een vulkaan woont. Ze gaat veel over gravelwegen moeten rijden, en dat kan ze goed, want fourwheeldrive.

Ach, wellicht is het niet de auto zelf die ik zal missen, maar wel waar ze voor staat. Hoe vaak heeft ze ons niet rondgereden op lange tochten, soms het halve land door? Niet zelden gevuld met een enorme hoeveelheid bagage? Hebben wij niet zelf een keer als een stel idioten over een gravelweg gereden, 15 km ver met een snelheid van 100 km per uur, omdat onze zoon doodziek was geworden en we op een verlaten camping in het Abel Tasman National Park zaten?(Dit hebben we de kopers maar niet verteld). Ze liet ons nooit in de steek.
We zijn begonnen met inpakken en opruimen. Het huisje met de mooie houten vloeren en het lieflijke uitzicht, waar we eigenlijk stiekem óók een beetje aan gehecht raakten, verruilen we voor ons huis in Deurne-Zuid -dat konden we overigens ook moeilijk achterlaten toen we hierheen vertrokken. “Het is ook wel goed,” zei Tom wijs, “Om af en toe afstand te doen van dingen. Omdat, wanneer je je ergens aan hecht er ook voor zorgt dat je jezelf helemaal vast kunt zetten, soms is het fijn dat loslaten ruimte kan scheppen voor iets nieuws.” Dat is waar natuurlijk, maar toch.

En soms gaat het vanzelf, van die veranderingen die zich aankondigen en dan kan ik erg melancholisch worden. Een week of twee geleden namelijk heeft mijn dochter aangegeven dat ze vanaf nu in een groot bed wilde slapen. Dat zei ze niet met zoveel woorden, maar toen ik haar op een dag in het reisbedje wilde tillen, zei ze: “Gjoot bed sjape”. Dus nu sjaapt ze in een gjoot bed. Wel kukelt ze er minstens een keer per nacht uit, op een stel dekens die we naast haar bed hebben gelegd. Vaak slaapt ze daarop gewoon verder, soms jammert ze en dan leggen we haar terug, soms kruipt ze er zelf weer in.

De eerste dag na de eerste nacht hoorden we om een uur of zeven gestommel. Toen ik de deur opendeed, stond Anna erachter met haar konijnenoren op en lieveheersbeestjes -Uggs aan, lief naar me te lachen. “Pap djinke” zei ze en marcheerde de kamer uit voor haar fles melk. Mijn dochter is een ochtendmens.

Ze heeft het sinds kort ook gemunt op de loopfiets van haar broer, een formaat waar ze net te klein voor is, en kan opeens met zo’n ministep steppen. Louie is nu stoer jochie van vier. Ons pantoffelheldje, dat schrik heeft voor bubbelbaden en zingende gymjuffen, bij wie het nachtlampje aan moet maar die nu soms geen kusje meer wil. Tot nu toe heeft hij altijd geweigerd zelf zijn bed uit te komen als ik hem niet kwam halen, maar vanochtend stond ‘ie ineens in de kamer. Als ik vraag of hij een boterham wil, dan zegt hij: “Ikwileenboterhammetpatémetstukjesmeteenvork” Hij weet precies wat hij wil. Hij is nog steeds geobsedeerd door treinen, maar, zo valt ons op, fysiek opeens een stuk handiger. Hij rolt als een gek van duinen, is dol op water en klimt steeds hoger op klimrekken.

Het zijn van die kleine dingen die iets groots betekenen. Het is moeilijk, maar ook fijn ze te zien groter worden. Vooral het laatste half jaar zijn ze zo opgebloeid, onze kinderen. En ik ben er, dankzij wat mama-praatjes in de plaatselijke Playgroup, achter gekomen dat ik niet de enige ben: dat ik het benauwd krijg bij het idee dat ik ze op een dag moet loslaten. Dat ze je vertellen dat ze Australië rond gaan reizen met een rugzak of een baan hebben gevonden in China. Nou ja, de dag na onze thuiskomst wordt Anna twee, dus we hebben nog wel even.
Ik ben wel blij te merken dat je niets vreselijks overkomt wanneer je af en toe het roer gewoon omgooit. Nou ja, gewoon. Ook voor ons was het een proces, niet iets wat we van de een op andere dag gewoon ‘deden’. Toch valt het me op hoe snel je kan wennen aan wonen op een andere plek. Hoeveel geweldige dingen we hebben meegemaakt, leuke mensen die we hebben ontmoet. Hoe snel je in een routine kunt komen, en het opeens lijkt alsof het altijd al zo was. “Mensen blijf je missen,” zei man al. “De plaatsen vaak een stuk minder.”
Wat maakt dat je blijft verlangen naar de mensen die je achterliet, maar ook met weemoed terug kijkt op een fantastische tijd aan de andere kant van de wereld. Heel eerlijk: we zijn hier nog niet klaar, Nieuw Zeeland is gewoon een geweldig land om te wonen. Het leven hier, hoe wij het hebben ervaren, gaan we zeker missen, maar Belgie missen we vanwege vrienden en familie. Een spagaat waar ik wel meer emigranten over hoor, zelfs als ze met volle overtuiging zijn vertrokken uit hun thuisland.

Hoe dan ook is het goed te ervaren dat het leven geen statisch gegeven is, als je wilt kan het veranderlijk zijn, soms onverwacht maar ook door je eigen keuzes. Een beetje kunnen loslaten op zijn tijd is inderdaad goed. We hebben nog een aantal wensen te verwezenlijken, en we verheugen ons erop iedereen thuis terug te zien. Terug naar ons oude nest, maar voor hoe lang? Wie weet. We zeggen gedag, maar trekken de deur niet achter ons dicht. Zelfs al moesten we besluiten toch niet meer terug te komen, dan geeft deze gedachte me meer rust dan het idee dat ik ergens voor zou móeten kiezen. Dag, mooi Hobbitland, dag. Goodbye, for now.IMG_1454