Papegaaienman.

Standaard

De zomervakantie duurde twee maanden, en soms vroegen mensen mij wel eens: hoe doe je dat dan, met de kinderen? Tsja, wij hadden dit jaar het geluk in totaal zo’n vier weken weg te zijn, dus bleven er nog zo’n vier over waarin ze door mij geëntertaind dienden te worden, of in ieder geval niet naar school gingen. Het moet gezegd: tegenwoordig zijn slakken, lege slakkenhuizen, torren, spinnen, zand en water dé perfecte ingrediënten om ze bezig te houden, naast al wat er is aan buitenspeelgoed.
En we gingen er best wel veel op uit -al dan niet met andere volwassenen- en zo niet, dan ontmoette je wel eens iemand. Het begon die middag leuk in het park, toen ik een mama van school uit de buurt tegenkwam met haar dochters en we samen wat kletsten tijdens een picknick in het gras, tussen het zwemmen door. De kinderen bibberend op een handdoek want het water was koud. De rust duurde niet lang want daar was Papegaaienman.

Papegaaienman fietst op een driewieler en heeft altijd een prachtige rode ara bij, heel tam maar voor de zekerheid is de snavel toch gekortwiekt. Als papegaaienman (die ergens midden vijftig is en blijkbaar onbekend met deodorant hetgeen in combinatie met een synthetisch shirt geurgewijs geen goed nieuws is) verscheen, liepen alle kinderen op de weide bij het zwembad uit. Dit baarde mij als moderne moeder, die eenzame oudere mannen best wel wantrouwt , natuurlijk zorgen.

Maar de kinderen moesten en zouden die vogel zien dus vooruit dan maar, die dag liepen we er heen en ik liet hem Anna’s armpje beetpakken om het beest op te parkeren, waar ze erg fier op was, en stond zelfs toe dat hij haar op de driewielerfiets tilde, wat mijn dochter uiteindelijk toch minder vond. Louie hield zich wijselijk afzijdig, al vond hij Sara, want zo heette het beest, wel erg mooi. Tevreden togen ze terug naar de handdoek, terwijl ik me afvroeg wat die man toch eigenlijk wilde. Waren het de dagelijkse five minutes of fame, was hij dol op kinderen of ging het gewoon om hier en daar een praatje met niemand in het bijzonder? Was hij gewoon apetrots op zijn vogel en zijn fiets en kon hij het wel van de daken schreeuwen? Hield hij ietsje teveel van kinderen? Wie zou het zeggen.

Niet veel later begaven we ons naar het restaurant waar buiten een ijscokar stond. Daar kwam een oude, zeer magere man met een grote vierkante ziekenfondsbril en een pet aan lopen met een pluchen puppy onder de arm die aan een leiband zat. Hij achtervolgde ons met omtrekkende bewegingen en ik maakte me met de kinderen uit de voeten. Later bleek dat de moeder met wie ik in het park was en die wél een echt hondje bij zich had, ook door hem benaderd. Hij had haar verteld dat hij zelf geen hond mocht hebben en daarom met dit exemplaar liep, en hij vroeg hier en daar mensen of ze het wilden aaien. Wegens het hoog Arjan-Ederveen gehalte (u weet wel, van ‘Theo en Thea’ ‘Creatief met Kurk’ en de fantastische reeks ’30 minuten’) vond ik het wel weer aandoenlijk. Maar ik vervloek mezelf erom dat ik dit soort ontmoetingen weinig onbevangen meer aanga.
Ik bedoel, come on: hij had ze duidelijk niet allemaal op een rij en wilde alleen maar wat praten over het hondje. En papegaaienman is gewoon heel trots op zijn vogel, gek op kinderen en waarschijnlijk wat alleen. Maar ja. In onze buurt is onlangs de apotheek op de hoek overvallen, de krantenwinkel beroofd en vorig jaar kreeg ik een brief van school dat er een kinderlokker (hoewel dat woord tegenwoordig niet meer bestaat denk ik) actief was die had geprobeerd een kind van zijn fiets een auto in te sleuren- de ouders liepen er nota bene achter. Een heel erg ver van je bed show zijn dit soort dingen dus ook al niet meer.

Onlangs zag ik een programma op tv, over een omstreden moeder uit New York, een journaliste geloof ik, omdat ze haar negenjarige zoon alleen met de metro naar school liet gaan. Aan de schandpaal genageld was ze daar, maar er was blijkbaar ook een grote tegenbeweging: nu coacht ze overbezorgde ‘helicopterparents’ om hun kinderen weer wat meer vrij te laten.
Naast het kamp dat haar dus het liefst op de brandstapel zag waren er namelijk ook de nuchteren, die konden beamen dat het er maar vanaf hangt wat voor kind je hebt, of je vindt dat het bepaalde verantwoordelijkheden en vrijheden aankan. Maar zelfstandig worden gaat dus nooit lukken als je, zoals in het geval van het gezin uit de aflevering, je kinderen (ze hadden er vijf) altijd in de buggy houdt. Altijd. Ook de zevenjarige dochter zetten ze er rustig in. De oudste twee moesten ernaast blijven lopen. Ze lieten de oudste kinderen nooit alleen naar school gaan, ook al was het een wandeling van vijf minuten over de stoep. Naar feestjes van vriendjes mochten de kinderen niet, tenzij de ouders mee konden. Alleen in de tuin spelen: ook een no-go. En meer van dat soort dingen. En toch, ik begréép die mensen.
De moeder goed bang gemaakt door wat er allemaal kán gebeuren, de vader in zijn jeugd in Brooklyn een keer flink in elkaar geslagen door twee kerels die uit een auto sprongen. Hij zou ten alle tijde willen voorkomen dat zijn kinderen zoiets overkwam. Hoe maak je ze dan weerbaar als het moment aanbreekt dat je niet meer over hun schouder kunt meekijken?

Ik doe mijn best, echt waar, maar ook ik vind het moeilijk. Stiekem vind ik het wel oké dat Louie niet meteen iedere vreemdeling uitgelaten begroet en zich over zijn bol laat aaien, en hoewel Anna zich makkelijker laat overhalen, is ze ook wel voorzichtig. ‘Wees maar lekker achterdochtig’ denk ik dan. Ik wil natuurlijk niet écht dat ze zo worden. Ze moeten situaties uiteindelijk ook zelf leren inschatten, zonder meteen op de vlucht te slaan voor iedereen die ze aanspreekt. Terwijl ik mijn hoofd breek over hoe ik dit nu het beste aanpak (Het: ‘Je mag niks aannemen van vreemden en ook nooit zomaar met iemand meelopen’ wordt er natuurlijk al in geramd) zijn er situaties die waarschijnlijk een nog groter gevaar vormen: zoals daar zijn de mensen die het bord dat aangeeft dat je in onze straat dertig mag rijden straal negeren en er lekker met zestig de bocht omvliegen.

Laatst nog werden mijn kinderen bijna met step en al van de stoep geveegd door een mevrouw in een klein autootje die bedacht dat ze toch de andere kant op moest, en zich zonder boeh of bah (in de zin van: remmen, om je heen kijken, richting aangeven) de stoep op zwenkte om haar auto te gaan keren-juist toen mijn kindjes er net aan kwamen met hun stepje. Ik had gezegd: ‘Op de stoep, en wachten op de hoek’ iets waar ze heus naar luisteren. Nu hoorden ze mijn gebrul niet om te stoppen, zagen zelf de auto niet waarvan de bestuurder net lekker in z’n achteruit schakelde. Zij moest daar helemaal niet zijn, had drie meter verderop gewoon een heel plein om te draaien, en het scheelde maar een haartje of mijn kids hadden acuut naar de spoed afgevoerd kunnen worden, want uiteindelijk zag de vrouw mijn wilde armbewegingen wél. Wat moet ik nu doen? Ze de rest van hun jeugd een maximale afstand van een meter gunnen als ik met ze over straat -de stoep!- ga?
Geloof me, het ligt niet alleen aan ‘overbezorgdheid’ dat kinderen minder buiten spelen. Kleine kinderen ontbreekt het gewoon aan verkeersinzicht en ze verweren zich slecht tegen een wegpiraat die ze simpelweg niet zag oversteken omdat hij te snel reed. Of een slok op had en na tal van vermaningen en boetes nog steeds achter het stuur zit, zoals ik regelmatig in de krant lees. Of die zelfs in een op dat moment bijna lege straat niet uit haar doppen kan kijken. Ik heb de scheldkanonnade hier achterwege gelaten maar mijn kinderen waren danig onder de indruk, dat kan ik je wel vertellen.
Ik droom weg over mijn jaren tachtig jeugd waarin we allemaal hele middagen op straat rondhingen, onze moeders floten richting het bos -waar we hutten bouwden- als ze vonden dat we thuis moesten komen voor het avondeten. Ze wezen ons wel op het bestaan van kinderlokkers, maar de enige keer dat iemand er mee geconfronteerd werd, kon deze zich er gelukkig gillen en trappend (zoals ons aangeleerd) aan ontsnappen. En niemand werd vervolgens de rest van zijn jeugd binnen gehouden. Tijdens lange autoritten rolden we zonder gordels over de achterbank.
“Jullie hadden vroeger toch minder zorgen,” verzuchtte ik laatst tegen mijn vader. Die keek me eens aan en zei toen: “Dat leek voor jou misschien zo. Wij maakten ons ook om van alles druk, en vaak terecht.”-Doelend op de keer dat ik uit het zicht verdween op vierjarige leeftijd en een uur later bij vrienden voor de deur werd gevonden- twee kilometer verderop waarbij ik gewoon een weg was overgestoken. Niemand heeft de gouden tip, maar ook wij zijn groot geworden.

IMG_3783

Advertenties

Over carolinelikescoffee

37-jarige, dromerige en chaotische, koffie- en rodewijndrinkende,rotan-en poep-op-de-stoep hatende liefhebber van comfortfood, singer-songwriter- en klassieke muziek maar ook een goede johnnenbeat op zijn tijd, die guilty pleasures vindt in candlelight romans en roddelboekjes ,als reservebelg per ongeluk in Antwerpen belandde maar wel van nieuwe plekken ontdekken houdt, vindt dat ze nodig weer aan yoga moet doen en ooit het paardrijden weer wil oppakken, uit nood maar is gaan fietsen en lopen, de deugden van het internetshoppen heeft ontdekt maar ook graag boetieks binnenloopt, of boekenwinkels, echtgenote van haar allerliefste, moeder van een zoon van vijf en een dochter van drie-my pride and joy- schrijver; eerst mijn beroep, en nog steeds iets dat bij me hoort.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s