Maandelijks archief: juni 2015

Bang

Standaard

Onze jongen is bang. Voor zo’n beetje alles. Honden. Spinnen. Het donker. De Boze Wolf. Kinderangstjes, niks bijzonders, ik ben zelfs nog wel eens bang in het donker. Harde geluiden: als mijn man een gat moet boren staat Louie op de gang, of ben ik met ‘m naar de speeltuin. Tot zover nog alles normaal. Dat hij bij een vriendelijke vreemdeling achter mij wegkruipt kan ik eigenlijk alleen maar toejuichen- hoewel ik wel vind dat hij ook beleefd moet wezen natuurlijk. Schreeuwen tegen vriendelijke bommaatjes die iets aardigs zeggen, da’s niet ok. “Je mag best lachen en hallo zeggen,” vermaan ik hem dan, maar ja, ik kan hem moeilijk dwingen.

Lastig is dat, als je op een familiefeest staat met een hoop mensen die je lang niet hebt gezien. Iedereen bedoelt het goed, maar Louietje flipt van het lawaai én alle onbekenden, zo erg dat we een stuk met hem moeten lopen eer hij kalmeert, om bij het maken van een foto weer net zo opgedraaid te raken. Goedbedoelde en luidkeelse grappen, opmerkingen als ‘Laat mij maar even,’ het maakt alles alleen maar erger, laat staan dat hij ook maar iemand een handje wil geven.
Hij heeft het ook bij sommige eigenlijk bekende mensen. Een vriend van ons, die ons nota bene in Nieuw- Zeeland heeft bezocht en waar hij de dikste maten mee was (Louie houdt niet van vreemden, maar als ie besluit dat hij je mag, dan is het ook voor de volle 100%), kwam eens langs bij ons thuis om zijn nieuwe motor te showen. Maar het pak en de helm moeten onze zoon zeer verontrust hebben. Hij wilde niet naar beneden komen….En toen we de vriend in kwestie later nog een troffen op de kinderboerderij, waar hij ook af kwam met de supermachine en in het zwarte pak, is Louie ergens verderop op een bankje gaan zitten (ik moest hem eerst achter een heg vandaan zien te krijgen, en dit was het compromis) waar hij bleef tot nonkel S. uit het zicht was. Pas nu hij hem weer een paar keer bij andere gelegenheden heeft gezien is het weer OK.

In een groot aantal van die dingen kan ik hem echt wel volgen, herken er veel in zelfs. Het heeft te maken met de manier waarop hij dingen beleeft, het is voor hem gewoon intens -ik denk dat veel kinderen dit hebben- al die indrukken en dingen die je niet echt snapt, en ik vermoed dat hij een grote fantasie heeft en gevoelige oren.

Ik heb ooit toen ik klein was eens een nachtmerrie gehad over paddenstoelen die plots op ons tuinterras stonden, en die, toen ik naar het gras wilde lopen, tegen me aan begonnen te duwen zodat ik klem kwam te staan. Dus ik heb ik een tijd een groot wantrouwen tegen alle soorten champignons en zwammen gehad die je tegenkwam in het bos, vooral de redelijk uit de kluiten gewassen types. Ik mocht ook met mijn moeder naar de film E.T, toen die net in de bioscoop draaide. Ook ik moest er bij huilen, zo zielig, dat bijna dode ruimtewezen, maar vanaf het moment dat ik thuis kwam had ik een heilige schrik voor het washok boven ‘Want daar woonde E.T’. Ik had mezelf iets in m’n kop geprent dat er niet meer uitging.

Louie’s meest bizarre angst speelt zich ook af in dat hok. Daar is De Pomp. En daarom wil Louie niet meer bij opa logeren. “Bij mijn opa is de pomp en die maakt geluid,” vertelt hij aan iedereen die het maar horen wil, ja het zit hem hoog. Korte uitleg: in het huis van mijn vader bevindt zich een pomp die condenswater van de CV-ketel afvoert, en dat maakt een vreemd geluid dat weerklinkt in de leidingen van het huis. Ik ben er natuurlijk al eeuwen aan gewend -het is bovendien maar een geluid- maar Louie vertrouwt het niet. “Waarom ben je bang, wat denk je dan dat die pomp doet?” Vragen we hem nog maar eens nadat we al voor de tiende keer hebben uitgelegd wat het geluid is en waar het vandaan komt, en waar zo’n pomp dan precies voor dient. “Omdat dat waar is.” zegt hij dan plechtig, en een uitgebreider antwoord krijgen we niet. Hij kan het ons niet echt vertellen, maar bang is en blijft hij. Oprecht ook, want wanneer ik tijdens zo’n logeerpartijtje naast hem in slaap sukkel, om elf uur wakker schrik en dan toch nog maar even met m’n vader een wijntje drink, klinkt er tien minuten later een luidkeels geroep. “Maaamaaaaa!!” En vind ik hem rechtop in het grote logeerbed, in tranen. “Waar was je nou?”

Ook de juf op school reageert lief en begrijpend. Eens in de drie weken gaan ze zwemmen met de klas. Watergewenning heet dat, en dat doen ze in een kinderbad. Louie wil er niet in. Zit er soms een afvoerputje bij de trap?” Vraag ik. “Ja dat kan wel,” zegt ze nadenkend, en dan weet ik al hoe laat het is. Ik weet dat, omdat ik deze angst als kind zelf had, en nu heeft Louie het ook. Let wel: ik ben er even voor alle duidelijkheid- al jaren vanaf en zwem heel graag.
Louie peddelde rond zijn tweede jaar nog hele rondjes door een Frans zwembad in zwemvest en vleugeltjes. Alleen (we stonden er wel naast hè). En in onze tijd in het buitenland was Louie net als zijn zusje gek op de golven en het strand. Op de terugweg, ergens in een motel met een zwembad in de Verenigde Staten, vermoed ik dat het misging. “Wat is dat?” vroeg hij, wijzend naar zo’n rooster. En al onze goedbedoelde pogingen hem het water in te lokken ten spijt, hij moest er niet meer van weten.
Ik ben overigens niet op zoek naar goede raad. Die ken ik namelijk al: het is een fase. Ik heb me er een tijd vreselijk druk om gemaakt, gedacht: ‘Wie weet moet ik er wat mee’. Daar ben ik inmiddels overheen. Onze jongen heeft een beetje een handleiding ja, en sommige mensen vinden hem ‘speciaal’ en ik vind dat ook, want het is mijn kind.

Ik werd ontzettend slecht gezind van een tandartsassistente die beweerde dat we met hem ‘in therapie moesten’, omdat hij de behandelruimte nog niet eens in wilde (ik hoor u denken: de tandarts? en zij vindt dat gek?), terwijl ik perfect wist dat het komt omdat hij een halfjaar ervoor naar het ziekenhuis had gemoeten met een abces in zijn voet. Dat moest worden doorgeprikt en sindsdien koestert meneer een gezond wantrouwen tegen mensen in witte jassen die op de koop toe, een vreemd uitziend metalen voorwerp vasthouden. Tsja, hoe zou je zelf zijn, ik was na die dag ook aan therapie toe.

Sommige angsten zijn volstrekt normaal en andere misschien wat minder,  maar mag  een klein ventje alstublieft gewoon ontdekken hoe de wereld in elkaar zit? Hoe kun je nou boos op iemand worden die aangeeft dat hij iets gewoon niet prettig vindt? Moet je dan echt meteen  naar een therapeut? Wanneer hij op een dag – deze week was dat- opeens niet meer wegduikt achter de bank als er even iemand onverwacht langs komt en zelfs iets durft te vragen, weet ik dat hij zijn angsten zelf wel zal overwinnen. Aan ons om uit te vinden wanneer hij een duwtje in de rug moet, of wanneer we hem gewoon met rust laten.IMG_3859