Terug

Standaard

Over vier dagen vliegen we terug naar België. Onze auto is sinds vorige week verkocht. Ze krijgt een goed thuis, maar ik was aan haar gehecht. Onze Subaru Legacy Lancaster 6 is nu de trouwe dienaar van een gezin dat ergens in een afgelegen dorpje bij een vulkaan woont. Ze gaat veel over gravelwegen moeten rijden, en dat kan ze goed, want fourwheeldrive.

Ach, wellicht is het niet de auto zelf die ik zal missen, maar wel waar ze voor staat. Hoe vaak heeft ze ons niet rondgereden op lange tochten, soms het halve land door? Niet zelden gevuld met een enorme hoeveelheid bagage? Hebben wij niet zelf een keer als een stel idioten over een gravelweg gereden, 15 km ver met een snelheid van 100 km per uur, omdat onze zoon doodziek was geworden en we op een verlaten camping in het Abel Tasman National Park zaten?(Dit hebben we de kopers maar niet verteld). Ze liet ons nooit in de steek.
We zijn begonnen met inpakken en opruimen. Het huisje met de mooie houten vloeren en het lieflijke uitzicht, waar we eigenlijk stiekem óók een beetje aan gehecht raakten, verruilen we voor ons huis in Deurne-Zuid -dat konden we overigens ook moeilijk achterlaten toen we hierheen vertrokken. “Het is ook wel goed,” zei Tom wijs, “Om af en toe afstand te doen van dingen. Omdat, wanneer je je ergens aan hecht er ook voor zorgt dat je jezelf helemaal vast kunt zetten, soms is het fijn dat loslaten ruimte kan scheppen voor iets nieuws.” Dat is waar natuurlijk, maar toch.

En soms gaat het vanzelf, van die veranderingen die zich aankondigen en dan kan ik erg melancholisch worden. Een week of twee geleden namelijk heeft mijn dochter aangegeven dat ze vanaf nu in een groot bed wilde slapen. Dat zei ze niet met zoveel woorden, maar toen ik haar op een dag in het reisbedje wilde tillen, zei ze: “Gjoot bed sjape”. Dus nu sjaapt ze in een gjoot bed. Wel kukelt ze er minstens een keer per nacht uit, op een stel dekens die we naast haar bed hebben gelegd. Vaak slaapt ze daarop gewoon verder, soms jammert ze en dan leggen we haar terug, soms kruipt ze er zelf weer in.

De eerste dag na de eerste nacht hoorden we om een uur of zeven gestommel. Toen ik de deur opendeed, stond Anna erachter met haar konijnenoren op en lieveheersbeestjes -Uggs aan, lief naar me te lachen. “Pap djinke” zei ze en marcheerde de kamer uit voor haar fles melk. Mijn dochter is een ochtendmens.

Ze heeft het sinds kort ook gemunt op de loopfiets van haar broer, een formaat waar ze net te klein voor is, en kan opeens met zo’n ministep steppen. Louie is nu stoer jochie van vier. Ons pantoffelheldje, dat schrik heeft voor bubbelbaden en zingende gymjuffen, bij wie het nachtlampje aan moet maar die nu soms geen kusje meer wil. Tot nu toe heeft hij altijd geweigerd zelf zijn bed uit te komen als ik hem niet kwam halen, maar vanochtend stond ‘ie ineens in de kamer. Als ik vraag of hij een boterham wil, dan zegt hij: “Ikwileenboterhammetpatémetstukjesmeteenvork” Hij weet precies wat hij wil. Hij is nog steeds geobsedeerd door treinen, maar, zo valt ons op, fysiek opeens een stuk handiger. Hij rolt als een gek van duinen, is dol op water en klimt steeds hoger op klimrekken.

Het zijn van die kleine dingen die iets groots betekenen. Het is moeilijk, maar ook fijn ze te zien groter worden. Vooral het laatste half jaar zijn ze zo opgebloeid, onze kinderen. En ik ben er, dankzij wat mama-praatjes in de plaatselijke Playgroup, achter gekomen dat ik niet de enige ben: dat ik het benauwd krijg bij het idee dat ik ze op een dag moet loslaten. Dat ze je vertellen dat ze Australië rond gaan reizen met een rugzak of een baan hebben gevonden in China. Nou ja, de dag na onze thuiskomst wordt Anna twee, dus we hebben nog wel even.
Ik ben wel blij te merken dat je niets vreselijks overkomt wanneer je af en toe het roer gewoon omgooit. Nou ja, gewoon. Ook voor ons was het een proces, niet iets wat we van de een op andere dag gewoon ‘deden’. Toch valt het me op hoe snel je kan wennen aan wonen op een andere plek. Hoeveel geweldige dingen we hebben meegemaakt, leuke mensen die we hebben ontmoet. Hoe snel je in een routine kunt komen, en het opeens lijkt alsof het altijd al zo was. “Mensen blijf je missen,” zei man al. “De plaatsen vaak een stuk minder.”
Wat maakt dat je blijft verlangen naar de mensen die je achterliet, maar ook met weemoed terug kijkt op een fantastische tijd aan de andere kant van de wereld. Heel eerlijk: we zijn hier nog niet klaar, Nieuw Zeeland is gewoon een geweldig land om te wonen. Het leven hier, hoe wij het hebben ervaren, gaan we zeker missen, maar Belgie missen we vanwege vrienden en familie. Een spagaat waar ik wel meer emigranten over hoor, zelfs als ze met volle overtuiging zijn vertrokken uit hun thuisland.

Hoe dan ook is het goed te ervaren dat het leven geen statisch gegeven is, als je wilt kan het veranderlijk zijn, soms onverwacht maar ook door je eigen keuzes. Een beetje kunnen loslaten op zijn tijd is inderdaad goed. We hebben nog een aantal wensen te verwezenlijken, en we verheugen ons erop iedereen thuis terug te zien. Terug naar ons oude nest, maar voor hoe lang? Wie weet. We zeggen gedag, maar trekken de deur niet achter ons dicht. Zelfs al moesten we besluiten toch niet meer terug te komen, dan geeft deze gedachte me meer rust dan het idee dat ik ergens voor zou móeten kiezen. Dag, mooi Hobbitland, dag. Goodbye, for now.IMG_1454

Advertenties

»

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s