Maandelijks archief: mei 2014

Terug

Standaard

Over vier dagen vliegen we terug naar België. Onze auto is sinds vorige week verkocht. Ze krijgt een goed thuis, maar ik was aan haar gehecht. Onze Subaru Legacy Lancaster 6 is nu de trouwe dienaar van een gezin dat ergens in een afgelegen dorpje bij een vulkaan woont. Ze gaat veel over gravelwegen moeten rijden, en dat kan ze goed, want fourwheeldrive.

Ach, wellicht is het niet de auto zelf die ik zal missen, maar wel waar ze voor staat. Hoe vaak heeft ze ons niet rondgereden op lange tochten, soms het halve land door? Niet zelden gevuld met een enorme hoeveelheid bagage? Hebben wij niet zelf een keer als een stel idioten over een gravelweg gereden, 15 km ver met een snelheid van 100 km per uur, omdat onze zoon doodziek was geworden en we op een verlaten camping in het Abel Tasman National Park zaten?(Dit hebben we de kopers maar niet verteld). Ze liet ons nooit in de steek.
We zijn begonnen met inpakken en opruimen. Het huisje met de mooie houten vloeren en het lieflijke uitzicht, waar we eigenlijk stiekem óók een beetje aan gehecht raakten, verruilen we voor ons huis in Deurne-Zuid -dat konden we overigens ook moeilijk achterlaten toen we hierheen vertrokken. “Het is ook wel goed,” zei Tom wijs, “Om af en toe afstand te doen van dingen. Omdat, wanneer je je ergens aan hecht er ook voor zorgt dat je jezelf helemaal vast kunt zetten, soms is het fijn dat loslaten ruimte kan scheppen voor iets nieuws.” Dat is waar natuurlijk, maar toch.

En soms gaat het vanzelf, van die veranderingen die zich aankondigen en dan kan ik erg melancholisch worden. Een week of twee geleden namelijk heeft mijn dochter aangegeven dat ze vanaf nu in een groot bed wilde slapen. Dat zei ze niet met zoveel woorden, maar toen ik haar op een dag in het reisbedje wilde tillen, zei ze: “Gjoot bed sjape”. Dus nu sjaapt ze in een gjoot bed. Wel kukelt ze er minstens een keer per nacht uit, op een stel dekens die we naast haar bed hebben gelegd. Vaak slaapt ze daarop gewoon verder, soms jammert ze en dan leggen we haar terug, soms kruipt ze er zelf weer in.

De eerste dag na de eerste nacht hoorden we om een uur of zeven gestommel. Toen ik de deur opendeed, stond Anna erachter met haar konijnenoren op en lieveheersbeestjes -Uggs aan, lief naar me te lachen. “Pap djinke” zei ze en marcheerde de kamer uit voor haar fles melk. Mijn dochter is een ochtendmens.

Ze heeft het sinds kort ook gemunt op de loopfiets van haar broer, een formaat waar ze net te klein voor is, en kan opeens met zo’n ministep steppen. Louie is nu stoer jochie van vier. Ons pantoffelheldje, dat schrik heeft voor bubbelbaden en zingende gymjuffen, bij wie het nachtlampje aan moet maar die nu soms geen kusje meer wil. Tot nu toe heeft hij altijd geweigerd zelf zijn bed uit te komen als ik hem niet kwam halen, maar vanochtend stond ‘ie ineens in de kamer. Als ik vraag of hij een boterham wil, dan zegt hij: “Ikwileenboterhammetpatémetstukjesmeteenvork” Hij weet precies wat hij wil. Hij is nog steeds geobsedeerd door treinen, maar, zo valt ons op, fysiek opeens een stuk handiger. Hij rolt als een gek van duinen, is dol op water en klimt steeds hoger op klimrekken.

Het zijn van die kleine dingen die iets groots betekenen. Het is moeilijk, maar ook fijn ze te zien groter worden. Vooral het laatste half jaar zijn ze zo opgebloeid, onze kinderen. En ik ben er, dankzij wat mama-praatjes in de plaatselijke Playgroup, achter gekomen dat ik niet de enige ben: dat ik het benauwd krijg bij het idee dat ik ze op een dag moet loslaten. Dat ze je vertellen dat ze Australië rond gaan reizen met een rugzak of een baan hebben gevonden in China. Nou ja, de dag na onze thuiskomst wordt Anna twee, dus we hebben nog wel even.
Ik ben wel blij te merken dat je niets vreselijks overkomt wanneer je af en toe het roer gewoon omgooit. Nou ja, gewoon. Ook voor ons was het een proces, niet iets wat we van de een op andere dag gewoon ‘deden’. Toch valt het me op hoe snel je kan wennen aan wonen op een andere plek. Hoeveel geweldige dingen we hebben meegemaakt, leuke mensen die we hebben ontmoet. Hoe snel je in een routine kunt komen, en het opeens lijkt alsof het altijd al zo was. “Mensen blijf je missen,” zei man al. “De plaatsen vaak een stuk minder.”
Wat maakt dat je blijft verlangen naar de mensen die je achterliet, maar ook met weemoed terug kijkt op een fantastische tijd aan de andere kant van de wereld. Heel eerlijk: we zijn hier nog niet klaar, Nieuw Zeeland is gewoon een geweldig land om te wonen. Het leven hier, hoe wij het hebben ervaren, gaan we zeker missen, maar Belgie missen we vanwege vrienden en familie. Een spagaat waar ik wel meer emigranten over hoor, zelfs als ze met volle overtuiging zijn vertrokken uit hun thuisland.

Hoe dan ook is het goed te ervaren dat het leven geen statisch gegeven is, als je wilt kan het veranderlijk zijn, soms onverwacht maar ook door je eigen keuzes. Een beetje kunnen loslaten op zijn tijd is inderdaad goed. We hebben nog een aantal wensen te verwezenlijken, en we verheugen ons erop iedereen thuis terug te zien. Terug naar ons oude nest, maar voor hoe lang? Wie weet. We zeggen gedag, maar trekken de deur niet achter ons dicht. Zelfs al moesten we besluiten toch niet meer terug te komen, dan geeft deze gedachte me meer rust dan het idee dat ik ergens voor zou móeten kiezen. Dag, mooi Hobbitland, dag. Goodbye, for now.IMG_1454

Advertenties

Het breekt mijn hart een beetje.

Standaard

Het breekt mijn hart een beetje.

Maar toch gaat het gebeuren. We komen weer terug. Niet geheel een verrassing: mijn visum verloopt. We hebben ook nog een huis.  “Komen jullie nog terug?” is ons met enige regelmaat gevraagd, net zo vaak als “Waarom blijven jullie niet?” door mensen hier. Bellen met de luchtvaartmaatschappij omdat we een paar dingen moesten wijzigen voor onze vlucht voelde als verraad. Zowel man als ik waren emotioneel, want heel eerlijk: we zijn er nog niet klaar voor. En dat is niet omdat we hier zes maanden vakantie hebben zitten vieren. Ook al ziet het er op veel foto’s zo uit. We hebben hier echt een indruk kunnen krijgen van hoe het dagelijks leven gaat. Dus ook als je gewoon moet werken, saaie klusjes moet doen en boodschappen, blijft het hier fijn.

Dat het tot nu toe vooral goed weer is geweest, draagt natuurlijk bij aan de levensvreugde, maar over het algemeen durf ik wel te stellen dat het leven hier leuker is. Vrijer.
We hebben de afgelopen maanden de verschillen Tussen hier en daar (thuis) aan den lijve kunnen ondervinden, maar ik kan je zeggen dat het leven in Nieuw-Zeeland niet te vergelijken is met het leven in West Europa. Al was het maar omdat Nieuw Zeeland pas zo’n 200 jaar geleden gekoloniseerd is, wat niets is in vergelijking met een continent waar de historie al sinds het stenen tijdperk wordt bijgehouden, en waar mensen al duizenden jaren een cultuur ontwikkelen. Maori’s zijn hier al zo’n 900 jaar, maar hun geschiedenis is met de komst van de Europeanen wel zo’n beetje grotendeels weggevaagd. Tradities zoals klompendansen, zaklopen (strobaalsurfen), koekhappen, etc. heb je hier niet (niet erg, eigenlijk) en het is niet zo vreemd, denk ik, dat we niet iets kunnen opnoemen dat nou typisch iets is voor hier, tenzij je het hebt over schapen of rugby. Maar goed, we konden wel gemakkelijk redenen opsommen om hier te blijven. En ook weten we nog steeds wat er goed aan het verre België is.
Ik ga het dus maar even opsommen, misschien dat het dilemma dan te snappen valt.

Redenen om te blijven/terug te gaan:
Omdat in Nieuw Zeeland…
….Mensen niet om een praatje verlegen zitten. In Vlaanderen reageren mensen op een vriendelijk ‘goedemorgen’ vaak alsof je de weg vraagt in het Klingon. Heb ook meegemaakt dat ik in de speeltuin in het park 20 minuten heb gebabbeld met een moeder over het feit dat we op dezelfde datum waren uitgerekend, maar toen ik haar een paar dagen later zag en gedag wilde zeggen, draaide ze haar hoofd om alsof ze me niet had gezien. Zelfs al had  ze echt geen idee meer wie ik was: het was gewoon niet erg aardig, om niet te zeggen boertig. Hier in KeriKeri ga ik naar Playgroup, met zeker twintig andere moeders, waarvan degenen die ik echt gesproken heb gewoon nog steeds wisten dat ik In België woonde en me net zo vriendelijk aanspraken als de keer ervoor.
…Files zo goed als niet bestaan. Die in de grote steden tel ik niet mee, daar zijn het grote steden voor, en dat zijn er in NZ welgeteld drie, waarvan er maar een echt ‘ groot’ is (Auckland). De files in Wellington zijn irritant, maar peanuts vergeleken bij de Ring Antwerpen. De laatste weken begon ik KeriKeri zelfs al druk te vinden wanneer er stapvoets verkeer door het centrum (een straat) reed.
… De Vrijheid. Vrijheid.Vrijheid. De uitgestrekte ruimte. En er heerst hier een permanente relaxmodus. Dat is ook wel eens hinderlijk, aangezien men echt nergens haast me lijkt te hebben. Onze tv doet het niet, de klusjesman zou drie weken geleden al komen kijken en heb ‘m na herhaaldelijk bellen nog steeds niet gezien. Maar met vrijheid bedoel ik ook het gevoel dat iedereen oké is met wat je doet of hoe je erbij loopt, je niet wordt doodgegooid met regeltjes of moet plannen wanneer je ergens naartoe gaat. Spontaan afspreken wordt hier zeer gewaardeerd en ik hoef zelden lang te wachten in de rij achter de kassa bij de supermarkt.

…Het klimaat fijn is. Althans waar we nu zitten, want het wisselt nogal per regio. ‘Nothing beats Wellington on a great day’ maar dat zijn er niet zoveel, en je waardeert het daarom des te meer. Meestal waait het er keihard. Het Zuid Eiland is veel kouder en regenachtiger, al zijn er dan ook weer plekken waar het gemiddeld warmer is en waar er goeie zomers zijn. In het uiterste noorden van het Noord Eiland is het subtropisch: vandaag is het 21 graden, midden in de herfst. Ik weet wel waar ik het liefst zit: afgelopen zondag gingen we naar het strand, en daarna lunchen op een terras. Maar moesten we willen gaan skiën, dan kunnen we altijd nog naar het Zuid Eiland vliegen. Maandenlange bewolking, dat heb je hier ook niet.
…Niemand ergens moeilijk over doet. Het is normaal om magere melk’ te vragen in je flat white-to-go. In veel restaurants en winkels staat een doos kinderspeelgoed klaar om het grut koest te houden. Ik was compleet overdonderd toen ik in Wellington in de bus wilde stappen en de buschauffeur UITSTAPTE om mij te helpen Anna’s buggy aan boord te krijgen, ook de helft van de passagiers maakte aanstalten. En dat deden ze ook toen ik het voertuig verliet. Dit terwijl ik in eerste instantie extreem gehaast te werk ging, omdat bus/tramchauffeurs in Antwerpen meestal al amper de moeite nemen te kijken of iedereen in-dan wel uitgestapt is en ook gewoon plompverloren de deuren sluiten, terwijl jij nog met je kinderwagen staat te rommelen, wat vaak leidt tot bijna-ongelukken.
…De mensen zo vriendelijk zijn. Echt vriendelijk. Toen Louie weer eens midden op straat een van zijn woede-aanvallen kreeg, de zevende dag op rij, was er een andere moeder die zo lief en begrijpend reageerde: (‘Dat heeft die van mij ook. soms zijn er van die dagen, dan moet je gewoon maar niet te veel willen en ze voor de tv zetten, voor je eigen gezondheid.’ ) dat de tranen me in de ogen sprongen. Een oudere man die me over straat zag zeulen met boodschappen, een moe jongetje en een peuter in een buggy, bood me aan te helpen dragen. Ook echt gebeurd: toen ik in de coffeeshop van de supermarkt mijn fles pasgekochte sojasaus kapot liet vallen, veegde een medewerkster monter de rommel bij elkaar en bracht me met een glimlach een nieuwe fles, terwijl het toch echt mijn eigen schuld was. Zij deed mij in perplexe blijheid de deur uit lopen. No worries, mate.
….In een dorp wonen hier niet betekent dertig jaar je best te mogen doen er in te passen en dan nog steeds te worden beschouwd als ‘een vreemde’. In Patea (1143 inwoners) wist iedereen binnen een dag wie we waren (bij de drogist, waar ik was voor zonnebrand: ‘ Oh ja, jij bent de vrouw van de dokter en jullie wonen in het huis van Gail en Alan’) en ik ging naar een playgroup die voornamelijk bestond uit kinderen met moeders die getrouwd waren met melkveehouders. Saai was het allerminst. Iedereen kwam van overal: Zuid- Afrika, Engeland, Ierland, Duitsland en ik werd meteen opgenomen in de groep. Allemaal mama’s, allemaal ver van huis, ook al had je het dan soms over 20 jaar terug. Dat schept een band.

…Het werk als arts hier gewoon veel beter geregeld is. Een work-life balance kan hier écht bestaan.
….Zie de foto’s: Nieuw Zeeland is prachtig.  Het is een verademing. Hoewel Kiwi’s nog wel het een en ander kunnen leren over huizenbouw, heb je hier voor een redelijke prijs iets met een écht stuk grond, dus ook als je geen miljonair bent. Lekker naar het strand zonder dat de rest van het land dat ook doet, en nergens hoogbouw te bekennen. ‘Druk’ is hier echt wel relatief.

En ja, dan die andere kant. Wat was er ook weer leuk aan thuis? Omdat je in Antwerpen….
…..Ook na achten nog ergens een tafel kunt reserveren. Je kúnt een tafel reserveren. In Nieuw Zeeland behalve grotere steden, is nightlife zo goed als onbestaand. Tenzij comazuipen met de plaatselijke jeugd in een louche pub je ding is.
…Niet overal de auto voor hoeft te pakken. In Nieuw-Zeeland moet het dus echt. Als ik de melk vergeet kan ik een kwartier rijden. Wat me ertoe gedreven heeft links te leren rijden, wat lukt, en fijn is, want er rijdt toch niemand, dat dan weer wel.

…..Bakkers hebt. Echt brood. Supermarktketen New World doet hier een goede poging, net als de incidentele artisanale bakkers die je bijvoorbeeld op een Farmers Market vindt, maar verder is het vooral veel klef prefab brood in plastic zakken. Zelf bakken is het devies, moest ik echt in Nieuw Zeeland wonen.

……Er veel publieke ruimte is. Nieuw Zeeland kent prachtige vergezichten en een uitgestrekt landschap. Helaas is dit grotendeels privé-eigendom. Er zijn weliswaar prachtige nationale parken, maar een bos of weidewandeling in je eigen buurt? Forget it. Ook parken zijn er gewoon te weinig, tenzij je in een grotere plaats woont. Speeltuinen genoeg, maar bijna nergens vind ik plek om gewoon wat met de kinderen te wandelen. Langs de baan ja, maar dat is levensgevaarlijk, aangezien stoepen of fietspaden vaak ontbreken, of slechts een halve meter breed zijn.

…..Er fietspaden zijn. Man keek de dood een aantal keer in de ogen om dat Kiwi’s iets schijnen te hebben tegen fietsers. Het aantal verkeersongelukken is er dan ook naar. Men lijkt nul inschattingsvermogen te hebben zodra er iemand op de weg fietst. Nieuwzeelanders zijn zoals gezegd superaardig, maar eenmaal in de auto vinden ze dat fietsers ‘ zich aan de regels’ moeten houden, wat dat dan ook moge betekenen. Niemand zal het ook maar wagen midden op de weg te fietsen, als ze dat bedoelen, want tussen de linker witte streep  en de berm is er zo’n veertig cm ruimte en schijnbaar heeft de gemiddelde chauffeur die ook nodig om zich te kunnen verplaatsen, dus ieder fietsritje is een zenuwslopende onderneming. Het enige wat je kunt doen is aan de kant springen. Smalle bruggen, bochten? De ‘regel’ is blijkbaar dat je fietsers genadeloos van de weg mag rijden en de pas afsnijden, ze moeten hun plaats maar kennen. Dat de impact van een auto die een fietser raakt, toch wel groter is dan omgekeerd, daar lijkt men geen idee van te hebben. Leve de aardbeien- en boomgaardroute, de fietstunnels en de afgeschermde paden in België. Het kan nog beter, maar je kunt er tenminste een ontspannen tochtje doen of je kinderen met de fiets naar school brengen.  Een bakfietsmoeder heb ik in NZ nog nooit gezien.

… Je echt goed kunt shoppen, in plaats van de keuze te hebben uit Cotton On (soort H&M) surfshops en boetieks met bomma-kleding. In Antwerpen kan ik dingen vinden waar ik echt geld aan uit wil geven, of het nu bij COS is of Baby Beluga. En soms is het veel te duur, maar altijd nog inspirerend om naar te kijken. Plus, je mag je in Antwerpen opkleden. Ik voel me daar tenminste niet overdressed in een top, skinny jeans en sneakers. Wellington als uitzondering. Daar doet iedereen zijn best de meest bizarre modestatements te maken, zoals sokken in waterschoenen. Sinds ik er heb gewoond, wil ik opeens ook weer dolgraag Doc Martens.

….Er Kerst, kerstmarkten, de Zomer van Antwerpen, festivals, cafés en terrasjes zijn. Ik geef toe: als jonge ouder leef ik soms nog in het verleden. Uitgaan doe ik bijna niet, maar ik vind het wel fijn dat de mogelijkheid er is en dat je in de zomer om elf uur ’s avonds nog ergens kunt neerploffen en cocktails drinken. De laatste keer dat wij een avond voor onszelf hadden, omdat een vriendin bij ons logeerde en op de kindjes wilde passen, waren we om negen uur weer thuis, en dan hadden we het restaurant al als laatste verlaten.

…Familie en vrienden daar in de buurt zijn. Eigenlijk het allergrootste voordeel, natuurlijk, en een van de weinige redenen om nog terug te gaan. Er is maar éen ding wat ik op het ogenblik aan deze reis betreur: dat we niet langer zijn gebleven. Ik had graag ervaren hoe het is om iedereen écht te missen. Ons wacht nog steeds een eigen huis, iedereen weet dat we begin juni weer van de vlieger stappen. En we kennen hier heus wel wat mensen, maar een echt sociaal netwerk ontbreekt nog, daarvoor zijn we hier te kort. Dus wat ik mij vaak afvraag, hoe is het als je langer weg bent? Twee, drie jaar? Dat je niet zomaar even terug kunt, terwijl je op facebook en facetime neefjes en nichtjes groter ziet worden, opa’s en oma’s ouder, je continue uitjes en verjaardagen mist. Zouden we dan na een jaar of drie zeggen: zo is het wel genoeg, dit is ook maar niks?’ en het hoofdstuk afsluiten? Of klopt het wat een Duitse emigrante ons zei, namelijk dat het vooral je jeugd is die je mist? Zou ik op den duur kunnen leven met ieder jaar een maand vakantie in Europa?

Laatst las ik ergens een stukje over ‘semigreren’ wat min of meer betekent dat je in twee landen leeft. Kon dat maar. Maar over-en-weer pendelen tussen NZ en Antwerpen is niet echt een realistische optie. Het kost gruwelijk veel geld en dan zijn er nog de kinderen. Er komt een moment dat die het niet meer gaan accepteren als ze weer eens ergens anders heen gesleept worden. Wat ik van veel mensen hoor die daadwerkelijk zijn gebleven, is dat zij zich altijd wat verscheurd blijven voelen tussen twee landen. Semigrant ben je dus altijd wel op de een of andere manier, al is het in je hoofd. Ik weet dus niet of we er ooit uitkomen, en of dat eigenlijk wel moet. Ik heb mijn hart hier wel een beetje verloren, of we nou terugkomen of niet. Het is heus niet zaligmakend, een ander land. Alles kent voors- en tegens. Maar wij hebben de luxe om te kiezen. Wat is de beste optie? En ……wat als de Zombie-Apocalyps daadwerkelijk uitbreekt?

Afbeelding