Maandelijks archief: april 2014

Moederdag

Standaard

As we speak zit ik in een prachtig gebied ergens heel erg ver weg, we hebben kajaks in de tuin en het zou zo leuk zijn die het water in te dragen en te gaan varen, dolfijnen te zoeken of uit te vinden wat er te zien is in de baai een eind verderop. Maar dat gaat niet, want we hebben kleine kinderen, en geen oppas. In plaats daarvan heb ik vanmiddag voortdurend play-doh uit mijn dochter haar mond moeten peuteren, een beplaste en volgepoepte onderbroek moeten meedragen in mijn rugzak tijdens het boodschappen doen en geruzied met mijn zoon over het feit dat hij zijn schoenen aan moest (hij won) een paar driftbuien moeten doorstaan en duizend vragen beantwoord en verzoekjes ingewilligd (mamaaa ik wil komkommer! mama, ik wil salami! mama, maak je de tent? mama wat is dat?) koude koffie gedronken, en me onnozel geschrokken, omdat ik dacht dat dochter met haar driewieler de straat op was gegaan en in het water gesukkeld. 
Mijn hart ging tekeer als dat van een racepaard aan de doping, om er vervolgens achter te komen dat ze zich met fiets had opgesloten op de kamer van haar broer, met modderwielen en al, en de boel en passant ook maar had onder geplast (zindelijkheidstraining, tsja.) Dagelijkse kost voor jonge ouders. Ze zitten nog niet eens op school en ik vraag me af en toe echt af of het ooit wat makkelijker wordt- want daar hoor ik heel tegenstrijdige dingen over.

Het zou de zwaarste baan ter wereld zijn, ik heb het filmpje – een advertorial van Amerikaans postkaartenbedrijf Cardstore waar 24 mensen een sollicitatiegesprek doen voor een baan waarbij nogal extreme eisen worden gesteld, zonder dat ze weten bij wié ze eigenlijk op gesprek gaan- zelf gedeeld. Zure criticasters zeggen dat er veel zwaardere banen bestaan, maar ik denk dat het klopt: ik heb voor het moederschap geen eindeloze studies gedaan, het is nou ook weer niet zó fysiek uitdagend (alhoewel, soms.) ik wordt niet gemarteld en het is ook vast minder erg dan werken in een kolenmijn. Ik zit mezelf ook heus niet op de borst te kloppen, dat ik die zwaarste baan zomaar even uitvoer,nee echt niet.

Fijn is het wel, eens een beetje erkenning te krijgen dat je als thuisblijvende moeder echt wel iets nuttigs doet, in plaats dat je voortdurend doemscenario’s voorgeschoteld krijgt over ‘de carrièreboot missen’ en echtscheidingsstatistieken.
Zonder dat soort berichten die heel de tijd in je nek hijgen wordt het hele opvoeden/huishouden – ja zelfs kinderen in het algemeen- de laatste tijd vooral toch al negatief afgeschilderd. Volkrant Magazine, een paar weken terug: een artikel met als kop ‘Waren ze maar alvast het huis uit’, in de Engelse Grazia verscheen een soortgelijk verhaal. Op een blog kom ik een stukje tegen van een mevrouw die openlijk toegeeft dat ze zich een beetje schaamt deel uit te maken van ‘het uitstervende ras van huismoeders’. Het is blijkbaar een trend te klagen over je nakomelingen, en nu ook al geven sommigen zich maar gewonnen en zeggen je bijna dat het een vergissing is opvoeden leuk te vinden. Hadden ze er nu ook nog maar een echte reden voor, maar het belangrijkste argument blijkt te zijn dat er een taboe doorbroken moet worden, namelijk dat opvoeden zwaar is en niet alleen een roze wolk (hallo?! sinds wanneer is dat nieuws?) en, in het geval van de bloggende huisvrouw: dat ze vooral bezig is met wat haar omgeving van haar denkt. En dat is dus echt jammer. 

Ik begrijp het wel hoor. In het filmpje van Cardstore, dat eigenlijk een positieve noot moet zijn, bedoeld voor moederdag, wordt ouderschap impliciet ook afgeschilderd als iets wat niet leuk is en alleen opoffering vereist. De moeder als voetveeg. En in dat licht is het natuurlijk niet flash anno 2014 toe te geven dat je liever fulltime moedert dan een carrière ambieert. En dat terwijl de ‘zwaarste job ter wereld’ natuurlijk ook een beetje met een knipoog bekeken moet worden. Want het is ook gewoon léuk, alleen misschien niet 24/7. Dat je als ouders -de vader wordt nogal eens vergeten- voor tenminste een paar mensen de belangrijkste op aarde bent, daar wordt ook volledig aan voorbij gegaan.

Afbeelding

Ik zal niet ontkennen dat ik ook wel eens ontzettend gefrustreerd zit te wezen. Dat is het niet: in sommige dingen herken ik die ouders wel. Maar of het een taboe is? Ik geloof ook niet in een soort van ‘moedermaffia’ die beweert dat mensen die wel eens moeten zuchten van het ouderschap, heiligschenners zijn. Iedereen vindt het wel eens zwaar, iedereen moppert. ‘Dingen waarvan je niet eens wist dat ze onmogelijk konden zijn, worden dat wel,’ zei de Britse komiek Michael McIyntire eens over ‘het leven met kinderen’, en inderdaad, als je ze niet hebt, heb je geen idee. Ik noem naar de bakker gaan: met een dreumes duurt een tochtje van tweehonderd meter een uur (en daar kun je, als bewust thuisblijvende mama, heel mindful over doen maar soms wil je gewoon alleen maar even om een brood want je hebt nog meer te doen- of probeer je gewoon de timing zo te houden dat er straks een middagslaapje is waarbij jij de krant kunt lezen), als ze iets ouder zijn zetten ze een keel op tegen bejaarden die vriendelijk proberen te doen op straat of slaan op tilt omdat er iets niet gebeurt zoals ze dat willen en werpen zich languit op de grond, als het moet midden op een zebrapad. Ik dacht ook dat het over zou gaan, dat ‘ik- ben- twee- en- ik -zeg- nee’ maar nu mijn zoon bijna vier is, moet ik concluderen dat hij een lange adem heeft hierin. Ach ja. Mijn dochter sprint er tegenwoordig  tijdens wandelingetjes altijd vandoor, wat ook niet altijd een voordeel is, omdat ik dan ook moet rennen, wat de zoon dan weer niet wil en….Never a dull moment. Ik begin nog maar niet over de rest van de lijst van onmogelijke-dingen – die- geen- dingen- lijken- te- zijn.
Maar in dergelijke artikelen zoals ik ze steeds meer tegenkom is het relativeringsvermogen volledig zoek. Dat een sociologe moet uitleggen dat de schoonheid en intimiteit van opvoeden ‘m zit in de kleine momenten, ook als je de hele nacht rondloopt met een baby met krampen, vind ik bizar. Dit wíst ik al, dat is juist  het geen ‘wat je ervoor terugkrijgt’. ‘Dat je leven voorbij is’ dat klopt gewoon niet- wij zitten immers ook ‘gewoon’ in Nieuw-Zeeland. Het leven zoals je het kende, wel, een wilde wandeltocht of op het gemakje koffie drinken ergens zit er helaas niet in. Ik kan me gewoon niet voorstellen dat -zoals in een van die stukjes- een vader die mekkert over het feit dat zijn reizen naar Jordanië door de woestijn nu verleden tijd zijn, echt zoveel medelijden met zichzelf heeft. Of dat de verontwaardiging van de moeder van een 10 jarige, voor wie ze een slaapfeestje organiseert, oprecht is: in plaats van dankbaarheid te tonen schaamt het meisje zich omdat haar moeder een of andere opmerking maakte in het bijzijn van vriendinnetjes. Dat is juist wat het zwaar maakt, vind ik, niet eens het praktische, de rommel die je moet meeslepen op reis of het huishouden zelf, maar dat je emotioneel soms zo ontzettend getergd wordt, dat je je zorgen maakt, je suf piekert om ze. 
Uiteindelijk, als er weer eentje een poepbroek heeft die jij verschoont, er wc rollen verzameld moeten voor het knutselen op school, tien keer per nacht op moet, dat doe je gewoon, daar ben je moeder en vader voor. Maar ik mag hopen dat de meeste ouders er net zo over denken. Ondertussen kajakken we maar om de beurt. Geluksmomenten beleven we in heel veel dingen, niet alleen in grootse momenten en niet in de laatste plaats onze bloedjes zelf. En wie weet, krijg je over een aantal jaar, zo’n mooie kaart voor moederdag,  met een ‘dankjewel’. Maar zelfs zonder dat, zou je het zo weer doen. 

Voor het filmpje: http://www.youtube.com/watch?v=HB3xM93rXbY

 

 

Los

Standaard

Een paar dagen terug had ik de meest verschrikkelijke droom. Mijn zoontje staat aan de oever van een brede rivier. Ik roep hem dat hij weg moet gaan van de kant, maar hij draait zich brutaal lachend om en springt de diepte in. Op dat moment werd ik wakker, totaal in paniek. Nu, een paar dagen later, maak ik me er nog druk om. Ik weet wel hoe het komt: twee jaar terug belandde Louie op een dag in ons kleine vijvertje (dat is nu dicht), en dat staat nog steeds op mijn netvlies gegrift. Een horrorstory op zich zelf, maar gelukkig liep het goed af. Kan zijn dat je daar een soort van nog eens over droomt. Maar er is nog iets anders aan de hand. Onze kleine man wordt groot. Ik weet niet wat Carl Jung ervan zou zeggen, maar naar mijn idee was dat wat mijn droom weergaf: opeens heeft hij niet alleen ideeën en een mening (‘Nee!’) Maar ook verlies je daar op een bepaald moment de controle over. 

Zo constateer ik steeds vaker dat meneer zomaar vertrekt. Stond ik in de tuin van een van onze tijdelijke onderkomens wat onkruid te trekken (een van de voorwaarden in het contract), ik kijk op van mijn uitgetrokken paardenbloem en: jongetje weg. Was ‘ie helemaal door de tuin, de trappen op naar boven, het huis binnen gegaan om daar te spelen. Dat deed hij anders nooit. Of hij rent tijdens een wandeling steeds verder voor me uit en roept heel hard: “Ik wacht niet, mama!” Hij toont ineens eigen initiatief van het soort mij eerder onbekend. Ik kijk net even niet zijn richting uit als ik zijn zus in het zitje van een schommel hijs en meneer, die toen ik voor het laatst keek (twee seconden geleden) bij de glijbaan stond, is nergens meer te bekennen. Midden in een grote speeltuin, de schommels, klimrekken en torens omgeven door houten schuttingen waarvan je dacht dat ze het hele complex ook afsloten maar nee, kinderen kunnen nog steeds het water in of de weg op rennen. Pas vijf minuten later, na de hele speeltuin op stelten te hebben gezet, vonden we hem in een houten kasteel: Hij had een loopbrug gezien, en daar wilde hij per sé naartoe.

Daar waar hij altijd in onze buurt bleef, schiet hij nu ineens impulsief alle kanten op en veel verder weg dan ik gewend ben. Doodeng. Vandaar dus mijn levensechte nachtmerrie. Ik weet dat er schavuiten zijn die veel eerder dan dat jochie van ons rebelse onverwachte dingen doen, zoals je plantenpotten leegscheppen in de woonkamer of gewoon de voordeur uitlopen. En zoon ging thuis ook al een poosje naar zijn peuterklasje, zo een maand of drie voor zijn derde jaar, en dat vond ik toch ook zoiets. Loslaten, dat moest ik; tránen.
Maar dit is anders. Waar het aan de ene kant nog gewoon een klein jongetje is dat je hand pakt en allerlei rare angstjes heeft, durft hij dus ook meer. En dan vooral verder weggaan van mij. Hij laat míj los. 
Het hoort erbij: er komt een dag dat hij ook mijn hand niet meer wil vasthouden omdat dat ‘stom is mama’. Maar toch breekt het klamme zweet me steeds uit als hij weer kniediep in de zee staat, het water vlak, zelfs als zijn vader er gewoon naast staat. “NIET TE VER!!!!” Hoor ik mezelf brullen, en daar ben ik echt niet trots op. Ik wil hem niet de doodsangsten aanpraten, die ik zelf beleef.  En natuurlijk wil ik er ook niet heel de dag als een politie agent achter aanhollen. Maar…Hoe weet ik of hij echt wel beseft dat hij nog niet kan zwemmen, ook niet met bandjes om? of dat hij ‘ stoppen op de hoek van de straat’  als hij op zijn loopfietsje zit, ook áltijd in de praktijk zal brengen? Heb ik hem wel vaak genoeg gezegd dat hij niet met vreemde mensen mee mag lopen? Niks mag aannemen van ze, ook niet als ze je een héle mooie trein beloven? 

En het is heel fijn dat je onderbewuste je dingen duidelijk kan maken (ik geloof daar althans in, dat dromen best een functie kunnen hebben) maar het liet in dit geval mijn angst zien, en geen fijne, hapklare oplossing. Ik wil hem natuurlijk als de sodemieter op zwemles doen, en ik doe erg mijn best niet al te hysterisch te zijn als hij lekker op het strand speelt (eigenlijk exact de reden dat ik vooral man zich ermee laat bemoeien in het water). En ik weet wel dat het geen zin heeft, je overdreven druk maken, en dat het nodig is een beetje vertrouwen te hebben. Ik weet daarentegen ook wel dat ik het soort ouder ben die in het weekend wakker gaat liggen tot de kinderen thuis zijn van het uitgaan. Een Amerikaanse hippievriendin van ons verwoordde het eens mooi, toen ik haar, als nieuwbakken moeder, vroeg hoe ze dat nou deed, als haar dochter weer eens op een of andere wildwaterkanotrip ging, of ’s avonds op de fiets over een verlaten weg naar de kroeg. Ze zei: “Ik visualiseer een soort zeepbel van goud om ze heen, als bescherming, in plaats van de negativiteit van mijn zorgen.” Voor sommigen klinkt het zweverig, maar ik vond het bijzonder mooi en in ieder geval veel constructiever dan het soort paniek waar je eigenlijk niet altijd reden toe hebt, of angst die wellicht niet helemaal onterecht is, maar  waar je ook weinig tegen begint. Je kunt ze moeilijk opsluiten, niet waar. En het feit dat onze jongen me een beetje loslaat……. Ik zal er aan moeten wennen. Bijna vier jaar moeder. Al best wel een tijd, maar nog zoveel te leren.Afbeelding