On The Road

Standaard

De afgelopen twee weken verbleven wij in Whakatane, een kuststadje aan de Bay of Plenty, in een chique appartement dat nog het meeste weg had van de- luxekamers- met- bad op de nieuwe bevallingsafdeling van het ziekenhuis waar ik destijds mijn kroost ter wereld bracht. Piekfijn in orde, superstrak ingericht in wit-, pastelgroen- en grijstinten, clean. Vol ‘designmeubilair’ en met zo’n ‘infinity-pool’ op het dak (dat had die bevallingsafdeling dan weer niet).
Nogal een contrast met de oude boerderij waar we eerder tussen een paar honderd koeien bivakkeerden (en die we eerlijk gezegd veel leuker vonden). Dat was een huis waar je de kinderen direct de tuin in kon laten, en waar ze mochten morsen met ketchup en een occasionele uitgespuugde broodkorst of slijmerige druif op de vloer niet zo’n probleem was. Dat bovendien een bepaalde charme kende en in plaats van een zure conciërge die opmerkingen maakte over rondslingerende broodkruimels, troffen we er hartelijke dorpsbewoners.

Om nu niet ondankbaar over te komen: wij waren best onder de indruk van onze behuizing, maar een getypte brief op je aanrecht vinden met daarin de vraag of  (en ik citeer) ‘U uw kinderen alstublieft niet met eten door het huis wilt laten lopen’ is vrij intimiderend. Terwijl ik nota bene net had gestofzuigd. Het is trouwens vrij lastig een dreumes van anderhalf netjes te laten eten zonder kinderstoel, en in plaats daarvan op een gewoon exemplaar er op toe te zien dat ze haar boterham opeet en niet tussen iedere hap door een sprint door de kamer trekt.

Maar ja, we hebben het niet altijd voor het kiezen, omdat we accommodatie toebedeeld krijgen via de praktijk waar mijn echtgenoot voor werkt op dat moment en hé, een zwembad op het dak. EEN ZWEMBAD OP HET DAK!Ik heb het vermoeden dat als ze geweten had dat het niet alleen Tom, maar zijn hele gezin was geweest die haar parel van een appartement ging betrekken, ze ons wellicht niet had toegelaten. Maar ja, er was geen weg terug. En ik heb echt mijn best gedaan om ervoor te zorgen dat de kinderen met hun plakhandjes van de lichte, grijsgroen getinte suède zetel afbleven, en de woning in piekfijne staat achter te laten. Dat is geloof ik best gelukt.

‘Is dat nou niet zwaar, zo iedere keer van plek te veranderen?’ Wordt ons vaak gevraagd. In alle eerlijkheid: ja, dat is het. Onze auto -toch een flinke stationcar- is net een fractie te klein voor de volksverhuizing die we iedere keer op gang moeten brengen. Gitaar, buggy, potje, dozen met eten, drie grote tassen, schoenen, tent, campingstoeltjes, fietsen achterop…Zodra je de kofferdeksel -met veel moeite door die fietsen- opent, tuimelt er meteen van alles naar buiten. Wie door de zijraampjes kijkt, ontwaart nog net vier hoofdjes tussen een hoop knuffelbeesten, beddengoed en boodschappen. Soms zijn we namelijk gewoon onderweg bij wijze van vakantie, maar omdat dit dan valt op momenten ‘between jobs’ hebben we dan ook geen verblijfplaats om wat rommel achter te laten, maar moeten we wel inkopen doen om te koken, hetzij op een camping, hetzij in een huisje wat we dan huren voor een paar dagen. Ik ben te tel kwijtgeraakt als het gaat om waar we allemaal gelogeerd hebben. Dus in dat opzicht is het een ontzettende hoop gedoe.

Wanneer je doelt op reizen met kinderen: ach. Heel belangrijk is Het Ritueel. Ik heb het eerder gelezen en gehoord: bepaalde gewoontes kunnen helpen je kinderen te settelen in een nieuwe omgeving. Het reisbedje opzetten, een boekje lezen, een rondleiding, enzovoort. Bij ons gaat het ongeveer zo: Terwijl dochter binnen de kortste keren druk telefoneert met de gevonden afstandsbediening, tuurt zoon argwanend het plafond af op zoek naar eventuele rookmelders of de afzuiginstallatie van de airco, om daarna op zoek te gaan naar de wasmachine en droger, wegens onverklaarbare fascinatie/doodsangst hiervoor. Ondertussen proberen wij in recordtempo onze rommel van de auto over te laden in kasten en kamers.

Daarna verkennen we gezamenlijk het huis, waarbij de kindertjes het liefst op de bedden gaan springen. Louie wil dan daarna meestal met eventuele schuifdeuren spelen en Anna komt met van alles aanzetten wat ze vindt in de kastjes (waarvan jij dacht dat ze leeg waren) zoals (oude) stukken zeep of veger en blik. Of ze gaat toiletpapier verscheuren. Omdat de woonruimtes die we ter beschikking krijgen altijd zo’n beetje volledig zijn uitgerust, kan ik gewoon overgaan tot de orde van de dag en gaan koken, daarna krijgen de kinderen hun melk en hun verhaaltje en stoppen we ze in bed. Anna in haar reisbed en Louie in een ‘groot bed’ met geluk een tweepersoons, wat hij erg leuk vindt.
Moeten ze met zijn tweeën op één kamer, dan leggen we dochter het eerste neer, die gewoonlijk als een blok in slaap valt zodat Louie er een halfuurtje later in kan. Als we pech hebben is ze hyper, herrijst ze als een feniks uit de as zodra we Louie te slapen willen leggen en gaat als een dolle staan springen in haar bed. Broer -die zijn geluk niet op kan- doet dan vrolijk mee. ‘Party hard’ is hun motto. Dan kan het wel eens laat worden. De volgende dag moet vader meestal aan het werk terwijl ik dan met de koters probeer een nieuwe dagroutine te vinden. Ontbijten, speeltuin, middagdutje, boodschappen, enzovoort.Het heeft nog nooit problemen opgeleverd, behalve dan dat ze af en toe een ochtendhumeur hebben wegens gebrek aan slaap.

Inmiddels zijn we aangekomen in onze laatste stulp van deze reis: over acht weken eindigt ons avontuur. We hebben gewoond midden in de native bush vlak naast een bruisende stad, op een dairyfarm in the middle of nowhere en een hypermodern appartement in een vakantie-achtig kuststadje, waar we bijna iedere dag naar het strand gingen. We hebben tussendoor enkele weken vrij gehad, en in talloze motels, vakantiehuisjes en op campings verbleven. Eigenlijk is geen enkele plek tegengevallen, op zijn zachtst gezegd. We leggen de kinderen iedere keer uit waar we naartoe gaan, en dat papa daar dan gaat werken. Ze vinden het allemaal wel goed, ze gaan graag mee op ontdekking in onze nieuwe woonomgeving en worden blij van de speeltuin, een ijsje of een pakje mangosap, of van simpelweg hun zak speelgoed leeg kieperen zodat ze aan de slag kunnen. De afgelopen week hadden we vakantie en huurden een honderd jaar oude villa (in NZ heel antiek), onze twee hebben zich uitermate vermaakt op hun eigen kamer, waar ze dagelijks op de bedden sprongen.

Maar deze laatste plek is wel het toppunt: KeriKeri ligt in het uiterste noorden van Nieuw Zeeland in The Bay of Islands. Niet alleen een fantastische omgeving, maar ook het huis is…nou ja een droom gewoon. Op zijn zachtst gezegd geven de meeste Kiwi’s (zoals de locals zichzelf noemen) niet echt om uiterlijkheden. Fleece t-shirts, gumboots en leggings om te dikke billen zijn hier dagelijkse kost en in en om de huizen vindt je vaak een hoop rommel, zoals autowrakken of oude koelkasten. Kamers worden gebruikt als opslagplaats van oude computers of vuile was. Aan inrichting wordt niet veel aandacht besteed: een leren zetel en een grote flatscreen tv zijn de belangrijkste ingrediënten. Niet dat er geen keurige huizen bestaan, maar die zijn vaak gewoon wat saai, vaak met overal vast tapijt en niet al teveel kleur.

Het is dus best een verassing als je terecht komt in een recent gerenoveerde oude villa, met houten vloeren, een houten veranda, moestuin, nieuwe keuken en zelfs wat leuke oude meubels. De katten zijn de deur uit gebonjourd, misschien zelfs gewoon meeverhuisd met de eigenaars die hun huis nu verhuren maar ze wachten ’s ochtends nog gewoon voor de schuifdeur op eten. De tuin is min of meer kind-proof, naast de moestuin zijn er fruitbomen en we hebben zeezicht op een getijdengebied, waar een paar pittoreske bootjes liggen aangemeerd. Er is ons verteld dat er soms dolfijnen voorbij zwemmen. Nog voor we vertrekken, voelt het toch als thuiskomen. Alweer.

AfbeeldingAfbeeldingAfbeelding

AfbeeldingAfbeelding

Advertenties

Over carolinelikescoffee

37-jarige, dromerige en chaotische, koffie- en rodewijndrinkende,rotan-en poep-op-de-stoep hatende liefhebber van comfortfood, singer-songwriter- en klassieke muziek maar ook een goede johnnenbeat op zijn tijd, die guilty pleasures vindt in candlelight romans en roddelboekjes ,als reservebelg per ongeluk in Antwerpen belandde maar wel van nieuwe plekken ontdekken houdt, vindt dat ze nodig weer aan yoga moet doen en ooit het paardrijden weer wil oppakken, uit nood maar is gaan fietsen en lopen, de deugden van het internetshoppen heeft ontdekt maar ook graag boetieks binnenloopt, of boekenwinkels, echtgenote van haar allerliefste, moeder van een zoon van vijf en een dochter van drie-my pride and joy- schrijver; eerst mijn beroep, en nog steeds iets dat bij me hoort.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s