Maandelijks archief: maart 2014

On The Road

Standaard

De afgelopen twee weken verbleven wij in Whakatane, een kuststadje aan de Bay of Plenty, in een chique appartement dat nog het meeste weg had van de- luxekamers- met- bad op de nieuwe bevallingsafdeling van het ziekenhuis waar ik destijds mijn kroost ter wereld bracht. Piekfijn in orde, superstrak ingericht in wit-, pastelgroen- en grijstinten, clean. Vol ‘designmeubilair’ en met zo’n ‘infinity-pool’ op het dak (dat had die bevallingsafdeling dan weer niet).
Nogal een contrast met de oude boerderij waar we eerder tussen een paar honderd koeien bivakkeerden (en die we eerlijk gezegd veel leuker vonden). Dat was een huis waar je de kinderen direct de tuin in kon laten, en waar ze mochten morsen met ketchup en een occasionele uitgespuugde broodkorst of slijmerige druif op de vloer niet zo’n probleem was. Dat bovendien een bepaalde charme kende en in plaats van een zure conciërge die opmerkingen maakte over rondslingerende broodkruimels, troffen we er hartelijke dorpsbewoners.

Om nu niet ondankbaar over te komen: wij waren best onder de indruk van onze behuizing, maar een getypte brief op je aanrecht vinden met daarin de vraag of  (en ik citeer) ‘U uw kinderen alstublieft niet met eten door het huis wilt laten lopen’ is vrij intimiderend. Terwijl ik nota bene net had gestofzuigd. Het is trouwens vrij lastig een dreumes van anderhalf netjes te laten eten zonder kinderstoel, en in plaats daarvan op een gewoon exemplaar er op toe te zien dat ze haar boterham opeet en niet tussen iedere hap door een sprint door de kamer trekt.

Maar ja, we hebben het niet altijd voor het kiezen, omdat we accommodatie toebedeeld krijgen via de praktijk waar mijn echtgenoot voor werkt op dat moment en hé, een zwembad op het dak. EEN ZWEMBAD OP HET DAK!Ik heb het vermoeden dat als ze geweten had dat het niet alleen Tom, maar zijn hele gezin was geweest die haar parel van een appartement ging betrekken, ze ons wellicht niet had toegelaten. Maar ja, er was geen weg terug. En ik heb echt mijn best gedaan om ervoor te zorgen dat de kinderen met hun plakhandjes van de lichte, grijsgroen getinte suède zetel afbleven, en de woning in piekfijne staat achter te laten. Dat is geloof ik best gelukt.

‘Is dat nou niet zwaar, zo iedere keer van plek te veranderen?’ Wordt ons vaak gevraagd. In alle eerlijkheid: ja, dat is het. Onze auto -toch een flinke stationcar- is net een fractie te klein voor de volksverhuizing die we iedere keer op gang moeten brengen. Gitaar, buggy, potje, dozen met eten, drie grote tassen, schoenen, tent, campingstoeltjes, fietsen achterop…Zodra je de kofferdeksel -met veel moeite door die fietsen- opent, tuimelt er meteen van alles naar buiten. Wie door de zijraampjes kijkt, ontwaart nog net vier hoofdjes tussen een hoop knuffelbeesten, beddengoed en boodschappen. Soms zijn we namelijk gewoon onderweg bij wijze van vakantie, maar omdat dit dan valt op momenten ‘between jobs’ hebben we dan ook geen verblijfplaats om wat rommel achter te laten, maar moeten we wel inkopen doen om te koken, hetzij op een camping, hetzij in een huisje wat we dan huren voor een paar dagen. Ik ben te tel kwijtgeraakt als het gaat om waar we allemaal gelogeerd hebben. Dus in dat opzicht is het een ontzettende hoop gedoe.

Wanneer je doelt op reizen met kinderen: ach. Heel belangrijk is Het Ritueel. Ik heb het eerder gelezen en gehoord: bepaalde gewoontes kunnen helpen je kinderen te settelen in een nieuwe omgeving. Het reisbedje opzetten, een boekje lezen, een rondleiding, enzovoort. Bij ons gaat het ongeveer zo: Terwijl dochter binnen de kortste keren druk telefoneert met de gevonden afstandsbediening, tuurt zoon argwanend het plafond af op zoek naar eventuele rookmelders of de afzuiginstallatie van de airco, om daarna op zoek te gaan naar de wasmachine en droger, wegens onverklaarbare fascinatie/doodsangst hiervoor. Ondertussen proberen wij in recordtempo onze rommel van de auto over te laden in kasten en kamers.

Daarna verkennen we gezamenlijk het huis, waarbij de kindertjes het liefst op de bedden gaan springen. Louie wil dan daarna meestal met eventuele schuifdeuren spelen en Anna komt met van alles aanzetten wat ze vindt in de kastjes (waarvan jij dacht dat ze leeg waren) zoals (oude) stukken zeep of veger en blik. Of ze gaat toiletpapier verscheuren. Omdat de woonruimtes die we ter beschikking krijgen altijd zo’n beetje volledig zijn uitgerust, kan ik gewoon overgaan tot de orde van de dag en gaan koken, daarna krijgen de kinderen hun melk en hun verhaaltje en stoppen we ze in bed. Anna in haar reisbed en Louie in een ‘groot bed’ met geluk een tweepersoons, wat hij erg leuk vindt.
Moeten ze met zijn tweeën op één kamer, dan leggen we dochter het eerste neer, die gewoonlijk als een blok in slaap valt zodat Louie er een halfuurtje later in kan. Als we pech hebben is ze hyper, herrijst ze als een feniks uit de as zodra we Louie te slapen willen leggen en gaat als een dolle staan springen in haar bed. Broer -die zijn geluk niet op kan- doet dan vrolijk mee. ‘Party hard’ is hun motto. Dan kan het wel eens laat worden. De volgende dag moet vader meestal aan het werk terwijl ik dan met de koters probeer een nieuwe dagroutine te vinden. Ontbijten, speeltuin, middagdutje, boodschappen, enzovoort.Het heeft nog nooit problemen opgeleverd, behalve dan dat ze af en toe een ochtendhumeur hebben wegens gebrek aan slaap.

Inmiddels zijn we aangekomen in onze laatste stulp van deze reis: over acht weken eindigt ons avontuur. We hebben gewoond midden in de native bush vlak naast een bruisende stad, op een dairyfarm in the middle of nowhere en een hypermodern appartement in een vakantie-achtig kuststadje, waar we bijna iedere dag naar het strand gingen. We hebben tussendoor enkele weken vrij gehad, en in talloze motels, vakantiehuisjes en op campings verbleven. Eigenlijk is geen enkele plek tegengevallen, op zijn zachtst gezegd. We leggen de kinderen iedere keer uit waar we naartoe gaan, en dat papa daar dan gaat werken. Ze vinden het allemaal wel goed, ze gaan graag mee op ontdekking in onze nieuwe woonomgeving en worden blij van de speeltuin, een ijsje of een pakje mangosap, of van simpelweg hun zak speelgoed leeg kieperen zodat ze aan de slag kunnen. De afgelopen week hadden we vakantie en huurden een honderd jaar oude villa (in NZ heel antiek), onze twee hebben zich uitermate vermaakt op hun eigen kamer, waar ze dagelijks op de bedden sprongen.

Maar deze laatste plek is wel het toppunt: KeriKeri ligt in het uiterste noorden van Nieuw Zeeland in The Bay of Islands. Niet alleen een fantastische omgeving, maar ook het huis is…nou ja een droom gewoon. Op zijn zachtst gezegd geven de meeste Kiwi’s (zoals de locals zichzelf noemen) niet echt om uiterlijkheden. Fleece t-shirts, gumboots en leggings om te dikke billen zijn hier dagelijkse kost en in en om de huizen vindt je vaak een hoop rommel, zoals autowrakken of oude koelkasten. Kamers worden gebruikt als opslagplaats van oude computers of vuile was. Aan inrichting wordt niet veel aandacht besteed: een leren zetel en een grote flatscreen tv zijn de belangrijkste ingrediënten. Niet dat er geen keurige huizen bestaan, maar die zijn vaak gewoon wat saai, vaak met overal vast tapijt en niet al teveel kleur.

Het is dus best een verassing als je terecht komt in een recent gerenoveerde oude villa, met houten vloeren, een houten veranda, moestuin, nieuwe keuken en zelfs wat leuke oude meubels. De katten zijn de deur uit gebonjourd, misschien zelfs gewoon meeverhuisd met de eigenaars die hun huis nu verhuren maar ze wachten ’s ochtends nog gewoon voor de schuifdeur op eten. De tuin is min of meer kind-proof, naast de moestuin zijn er fruitbomen en we hebben zeezicht op een getijdengebied, waar een paar pittoreske bootjes liggen aangemeerd. Er is ons verteld dat er soms dolfijnen voorbij zwemmen. Nog voor we vertrekken, voelt het toch als thuiskomen. Alweer.

AfbeeldingAfbeeldingAfbeelding

AfbeeldingAfbeelding

Advertenties

Hier Waren Wij

Standaard

Naast het dagelijks leven hier komen we ook wel eens ergens. Een overzichtje in foto’s:

In Whakatane, Bay of Plenty, een thuis voor twee weken:

Afbeelding O

 

Eindelijk! Opa en Oom Bert zijn er:

Afbeelding

Afbeeldingkoffietje doen

Rotorua….

AfbeeldingAfbeelding

De opa’s hebben ook een dagje opgepast, zodat wij met zijn twee een tochtje naar White Island konden maken, een actieve vulkaan in zee….

AfbeeldingAfbeeldingAfbeelding 

Veel tijd doorgebracht op Ohope Beach…..AfbeeldingAfbeeldingEacAfbeeldingAfbeeldingAfbeelding

Afbeelding

Dit is in Auckland, op onze weg naar het Noorden…

Afbeelding 

Afbeelding

 

 

Nieuw verleden

Standaard

Vandaag zag ik mijn oma. Maar mijn oma is al anderhalf jaar dood. Ze was het natuurlijk niet echt. Ik zag haar in de lieve oude dame in de campervan die we voorbijliepen -ze zat op iemand te wachten denk ik. Zelfde kapsel, bril, zelfde mimiek toen ze ons groette en een gezicht dat echt op dat van oma leek, ja zelfs een overeenkomstige kledingstijl (Oma’s hebben natuurlijk een bepaalde oma-achtige kledingstijl. Maar die van mij droeg liever nette katoenen of wollen truien dan glibberbloezen met bloemen, om even een beeld te schetsen). 

Ik weet niet of u zich de film ‘The Sixth Sense’ nog herinnert, met dat jongetje dat zegt ‘I see dead people’ maar in eerste instantie schrok ik net zo hard als dat jochie wanneer hij weer eens een geest ziet. En toen volgde die steek in je hart die je voelt als je opeens moet denken aan iemand die er niet meer is -waar je van hield- en het leek alsof je even een flashback van het verleden kreeg.

De laatste dagen moest ik toch al een paar keer aan haar denken, omdat de plek waar we nu tijdelijk verblijven herinnert aan haar boerderij. De geur van koeienstront als je in de tuin zat, het grote gazon, de manier waarop het stenen terras warm aanvoelde als de zon erop scheen, de plattelandsweggetjes, buiten boterhammen eten. Het ziet er niet hetzelfde uit, maar toch lijkt het erop, net als de dame in de camper.

In de periode dat ze overleed, was ik hoogzwanger. Een week na haar crematie werd Anna geboren en vijf weken daarna stierf mijn moeder. Ik vond dat ik in die tijd moest opletten met verdriet, voor mijn ongeboren kindje en wat voor invloed dat op haar zou hebben dus ik denk dat ik onbewust heb geprobeerd het onderaan mijn ‘to do -list’ te krijgen. Een hele poos was het allemaal ook wat te veel om te bevatten. En gek genoeg lukt het dan nog een en ander weg te stoppen, vooral als je rationaliseert dat het nog enigszins acceptabel is wanneer iemand van in de negentig besluit dat het mooi geweest is, maar toch. Soms heb ik last van het boemerang-effect. Zonder dat je er op het eerste gezicht mee bezig bent, je hoofd misschien zelfs even leeg lijkt, herinner je je opeens: oh ja. Ik heb dat met mijn moeder en ik heb dat met oma.

Dan wordt het rechtstreeks in je gezicht geslingerd. Vanmiddag praatte ik met Hennie, die al 41 jaar in Nieuw -Zeeland woont, maar eigenlijk uit Gelderland komt. Haar man is ook Nederlands en ze vertrouwde me toe dat er dingen zijn die je soms toch kunt blijven missen. Ze wil eigenlijk nog eens graag terug voor Kerstmis, zei ze, maar het komt er nooit van. “Mijn familie zegt dat het nu toch heel anders is dan vroeger, waar ik woonde. Maar toch wil ik terug om dat met eigen ogen te zien, er nog eens te zijn.” 

Ik zelf mijd bepaalde plaatsen om die reden. Ik heb geen behoefte meer om de boerderij nog terug te zien, al heb ik vorig jaar nog eens foto’s gegoogled – het huis staat weer te koop. ondanks dat ik het nog herken is vooral het interieur erg veranderd en dat werkt te ontnuchterend. Ik wil mijn herinneringen houden zoals ze zijn. Bij mijn ouderlijk huis is dat anders natuurlijk, al blijft het gek dat mijn moeder daar niet meer woont. Het voelt een beetje uit evenwicht, als een schilderij dat scheef aan de muur hangt.

In de auto op weg naar huis  moest ik een traan wegpinken terwijl ik me tegelijkertijd ergerde aan de versleten ruitenwissers- het was beginnen regenen. Soms kan het verleden plotseling bijna tastbaar zijn, en dat is pijnlijk en mooi tegelijkertijd. Maar ik geloof dat wat ik eigenlijk wil zeggen is, dat ik mijn herinneringen wil koesteren maar dat de enige weg voorwaarts is, op een weg die vol bochten zit, maar waardoor je ook een nieuw verleden creëert, met al zijn mooie en soms onvoorspelbare momenten.

Afbeelding