Op de camping

Standaard

 Dit weekend was ons eerste experiment ‘kamperen met kleine kinderen’ en togen we naar het plaatsje Napier in de regio Hawkes Bay.”Waarom toch weer moeilijk doen”, hoor ik u denken. We kunnen het niet helpen. Het is sterker dan wij. Maar ja, er komt ook een financieel element bij kijken: wij gaan graag weekendjes weg, willen geen moment onbenut laten hier van het land te genieten, en iedere keer een hotel of B&B boeken voor vier personen kost een vermogen, want Nieuw-Zeeland mag dan wel exotisch en ver weg zijn, het is helaas geen Thailand waar je voor een paar euries een hutje aan het strand huurt.

Onze conclusie: beter nog hadden we een klein busje, dat is minder log dan een camper en je zwiert alles erin, en het scheelt vooral een tent vouwen, wat echt geen luiigheid is hoor, wanneer de kleintjes ronddrentelen en je bang bent dat ze gegrepen worden door loslopende honden, stapvoets rijdende auto’s, verdrinken in de beek of door andermans kookvuurtjes heen walsen met alle gevolgen van dien. De stress van slaapzakken of matjes die het vertikken zich weer in hetzelfde zakje te laten proppen waar je ze ook hebt uit gehaald, hoe secuur je ook vouwt of ontlucht, kun je op die momenten ook missen als kiespijn.

Zeker als je dochter -waarvoor je geen handen vrij hebt om ‘r tegen te houden of een doekje te pakken- met haar jamhandjes, klef van de boterham waar ze al een half uur mee rondloopt, nog even alles op haar weg vastgrijpt: je trui, de tent, de vouwstoeltjes, broer en papa’s broek. Alles komt onder een plakkerige laag te zitten, en dan moet het nog in de auto geladen ook. Maar: kamperen met de kleintjes, het gaat hoor! Prima zelfs. Ze amuseerden zich rot. Rondrennen op het grasveld, klooien met steentjes in de beek, pas slapen als het donker wordt, ’s ochtends vanuit je bed meteen de speeltuin in rennen, mee naar het strand, en naar een heuse waterval. Eens mogen zien hoe de sterren tevoorschijn komen. En buiten, heel de dag buiten.

Ja, er zijn meer uitdagingen natuurlijk. Eten zonder tafel wordt een soort spaghetti- of  tomatensoepestafette. Aangezien er geen kinderstoel aanwezig is om in vastgesnoerd te worden, loopt dochter lekker rond en neemt van iedereen een hapje, roert staand in haar soep of rent rond met een hand vol slierten. Louie kan al best netjes eten, maar niet als hij op de grond zit, hoe hard hij ook probeert, en dan paniekerig uitroept: “Oh nee, gemorst!” Toen er weer een hap noodles naast zijn bord viel, en hij er uit frustratie boos doorheen begon te harken, resulteerde dit er in dat je nergens meer op de grond kon gaan zitten voor de tent zonder kleffe, half gedroogde instant-noodles aan je broek te krijgen, iets waar je natuurlijk altijd achteraf achter komt. Man had een broekspijp vol soep, aangezien het pannetje weliswaar een schenktuitje had maar geen heel erg groot, en er zo een grote golf op de grond terecht kwam, waar hij dan later ook weer per ongeluk op ging zitten.

U denkt: “Jullie uitrusting is misschien wat primitief”. Dat klopt. En op de conclusie: ‘Een klein camperbusje was nog handiger geweest dan onze stationcar’ volgde algauw: ‘We moeten een uitklaptafel/afwasteiltje/tupperware opbergdozen en behoorlijk kookstel aanschaffen’. Maar het punt is dat de auto zo al vol genoeg zit. Wanneer we eind deze maand van Wellington verhuizen naar onze volgende stek, zit de auto zelfs propvol. Er kan nu al geen tupperwaredoos meer bij, helaas. Maar goed, het lukt zo ook wel. Een grasveld is tenslotte geen tapijt, ze zijn dolblij met soep met ballen of pasta (kun je allemaal in één pan klaarmaken) en onze dochter kan er ook niks aan doen dat ze nog zo onhandig is, en op haar weg dwars door alles heenloopt. Zoals de koffiepot , wat ons ochtendritueel wreed verstoorde, of de scheerlijnen, of de net gedane afwas van het plastic kampeerservies (dat hebben we dan weer wel).

Slapen viel, ondanks best luidruchtige buren, ook nogal mee. Natuurlijk betekent slapen in de tent keten; het blijft ook lang licht, muren zijn er niet dus… Dat verdroegen we dan maar, eerst met pogingen het gedoe op diplomatieke wijze onder controle te krijgen:’ Nu slapen jongens, anders ben je morgen te moe voor het strand’ en later onder het uitroepen van loze dreigementen als ‘Wanneer je nu niet gaat slapen, mag je buiten gaan staan!’ Tegen Louie, die van geen ophouden wist, ook niet als zijn zuster al lang was neergezegen, met haar achterste in de lucht en haar hoofd op de dekens. Maar ja, dachten we toen, uiteindelijk vallen ze wel in slaap. En dat deden ze. En dan lazen wij een boekje voor de tent, met onze hoofdlichtjes en een beker thee, ondertussen de slechte jaren tachtig muziek van de buren verdragend, die heus niet overdreven hard stond maar wel op een volume dat je er niet onderuit kon en waar we ook niet over wilden gaan zeuren. Je wilt natuurlijk niet als onverdraagzaam bekend staan.

Zo werden wij dan tegen het redelijke uur van half acht weer gewekt, ik als eerste, omdat ik door een klein meisje vanuit haar kinderbedje (ik lag er naast) werd bekogeld met knuffelbeesten, onder het geroep van het commando ‘Uit! Uit!’ Met het teruggooien van de beesten werd het een spelletje waardoor ik nog tien minuten kon blijven liggen, daarna gingen we dan -man werd natuurlijk ook wakker van het geroep- aan de gang met melkflesjes en koffie. Louie, ook al geen ochtendmens, kroop dan nog wat glazig in een van de vouwstoeltjes.

Natuurlijk had  ik ook nu weer niet het idee dat ik echt ‘vakantie’ had. Koken moet je zorgvuldig plannen want iemand moet de kinderen in de gaten houden. Rustig voor de tent zitten gebeurt altijd met haviksogen gericht op de bezigheden van de kleintjes, een boek lezen kan dus alleen als ze slapen. Vanmiddag op de weg terug stopten we nog even bij een speeltuin, waar ik Louie uit het oog verloor toen ik Anna in de schommel hees en Tom op het toilet was. Het ene moment staat hij bij de glijbaan, het volgende zie ik hem wegrennen, achter een speeltuig waarbij ik dacht dat hij wel weer tevoorschijn zou komen, maar dat deed hij dus niet: paniek. Hij was gewoon naar een glijbaan gerend, maar intussen had ik heel de speeltuin gealarmeerd en kwam man net aan, die mijn paniekerige blik zag. Heel even dachten we dat hij naar de beek was gerend of de weg, maar godzijdank. Ik had er wel honderd grijze haren bij en bleef de rest van de dag misselijk van angst.

Met Anna aan het strand was dolle pret, maar iedere seconde ben je je bewust dat ze nog verdrinken kan in een regenplas, laat staan in een heel grote plas. En haaien, er zitten hier overal haaien. Hoe dicht komen die aan de kust? En dan stonden we enkeldiep in het water. Bij een mooie waterval die in een beek uitkwam, hebben we een foto gemaakt waar we lachend op staan, maar in mijn achterhoofd had ik steeds: als ze maar niet ergens van de kant af glibberen.

Toch bevalt dat kamperen wel. We zijn erg opgeknapt van dit weekend, dat het 28 graden was hielp natuurlijk. Volgende keer gaan we het nog primitiever aanpakken en kamperen op een natuurcamping van de overheid, waar bijvoorbeeld maar vier staanplaatsen zijn voor tenten en geen uitgebreide sanitaire voorzieningen, midden in de wildernis. Tussen de andere gezinnen gaan staan kunnen we thuis ook, we willen toch ook de echte Kiwi-experience. De kindertjes bevalt het alvast prima, en als ze dan een keer niet kunnen douchen, daar hoor je hun niet over klagen…

Afbeelding

Advertenties

Over carolinelikescoffee

37-jarige, dromerige en chaotische, koffie- en rodewijndrinkende,rotan-en poep-op-de-stoep hatende liefhebber van comfortfood, singer-songwriter- en klassieke muziek maar ook een goede johnnenbeat op zijn tijd, die guilty pleasures vindt in candlelight romans en roddelboekjes ,als reservebelg per ongeluk in Antwerpen belandde maar wel van nieuwe plekken ontdekken houdt, vindt dat ze nodig weer aan yoga moet doen en ooit het paardrijden weer wil oppakken, uit nood maar is gaan fietsen en lopen, de deugden van het internetshoppen heeft ontdekt maar ook graag boetieks binnenloopt, of boekenwinkels, echtgenote van haar allerliefste, moeder van een zoon van vijf en een dochter van drie-my pride and joy- schrijver; eerst mijn beroep, en nog steeds iets dat bij me hoort.

»

  1. heerlijk..al zittende in mijn bed, rechtop met een koffie in mijn ene hand heb ik genoten van het meebeleven van dit avontuurlijke weekend caroline, en ik zou het maar wat graag ook echt beleven.
    Mooi….

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s