Maandelijks archief: januari 2014

Hier

Standaard

Het gebeurde zo rond het weekend van mijn verjaardag. Eigenlijk was niet alleen die dag, maar ook de voorgaande, zo geslaagd dat ik eigenlijk tot het besef kwam: ik zou hier best kunnen blijven.Wat gaf de doorslag? Was het de zon op mijn gezicht terwijl we koffie dronken op een terras vlakbij zee, met prachtig uitzicht waar de kinderen volop konden spelen met het speelgoed van datzelfde café (dat ook rijkelijk dekentjes, zonnebrand en hoedjes uitleende)? Of waren het de orka’s die verschenen prompt op de dag dat ik surfles cadeau zou krijgen voor mijn verjaardag en die niet doorging wegens gebrek aan wind vlak voor de kustlijn, wat in een baai als Lyall Bay in Wellington best een verassing is?

Eerder, ondanks andere erg fijne dagen, heb ik zo mijn bedenkingen gehad. Ik vind het hier te koud en te winderig. Voor alles heb je de auto nodig. Men rijdt links, en op de een of andere manier verteren mijn hersenhelften dit nog niet. Ook lijkt het alsof bijna niemand het hier niet nodig vindt de moeite te nemen huizen fatsoenlijk af te werken. De muren zijn flinterdun, Isolatie ontbreekt, alsmede een oog voor indeling en inrichting, en vaak een dampkap in de keuken. Dit in combinatie met de trend je huis van onder tot boven met tapijt te bekleden (huisstofmijttechnisch geen al te best idee en ook erg onhygiënisch, vooral met kleine kindertjes die voortdurend knoeien, als je het mij vraagt) zorgt voor een permanente schimmelgeur in je kleding.

En ja, het regent hier niet iedere dag orka’s en bijzondere aaahhhh– momenten. Het regent en stormt hier ook gewoon, zoals gisteren, toen ik noodgedwongen maar ben binnengebleven en de kinderen naar Mega Mindy op de computer liet kijken en het begon te lekken in het raamkozijn. Bovendien was het dankzij dat gebrek aan isolatie echt koud in huis. Ik mis gezelligheid, al zou je dit wel kunnen ondervangen als je eenmaal een eigen huis hebt dat je naar believen kunt inrichten. Maar ook in de cultuur zit het niet ingebakken. En er is ook nog zoiets als ‘everyday life’, werk, huishouden, rekeningen betalen, boodschappen doen. Van die zaken die volgens mij overal ter wereld op het zelfde neerkomen: gewoon niet zo spannend.

Maar ja, we zijn de stress van het huizengedoe te boven, en Wellington ‘grows on you‘ zoals man dat zegt, en dat is ook zo. Het is mooi, het heeft een donkere, beboste maar magische kant en een frisse stijl van een stad aan zee. En er zijn hier ongetwijfeld nog meer plekken waar ik mezelf en mijn gezin best zie zitten, en die we nog niet ontdekt hebben, en dan bedoel ik echt niet alleen toeristische hoogtepunten. Over een maand of zes zal ik daar ongetwijfeld ook een mening over hebben.

Ik hou van het gevoel van vrijheid hier, iets wat ik niet echt onder woorden kan brengen, maar wat hem wellicht deels zit in het letterlijk de ruimte hebben, maar ook de manier waarop mensen hier met elkaar omgaan. De stress en de status van het druk-druk-druk, dat kent men hier niet. En dat is niet omdat er niet gewerkt wordt of omdat niemand stress kent. Hell, mensen hebben het hier vaak vrij lastig om de eindjes aan elkaar te knopen en werken door tot hun zeventigste.

Toch stralen er veel een soort van rust en kalmte uit. Niet zolang geleden liep ik over straat te zeulen met boodschappen en kinderen toen er een oudere meneer op me afkwam en aanbood te helpen. Afgelopen weekend hebben we met wel een vier andere koppels en nog wat andere mensen, die we dus niet kenden, een praatje gemaakt wanneer we ergens zaten of toen we aan het strand die orka’s aan het spotten waren, iemand bood ons een verrekijker aan. De mensen nemen de tijd voor dat soort dingen. Misschien is wel het werkelijke argument dat ik van de zee houdt, of de lange weekends die we hier momenteel hebben.

Er is echter één ding waar ik niet onderuit kom: Het is zo ver weg van België. Echt ver. Ik zou willen dat ik over bakken geld beschikte voor een privéjet, of de Harry-Potter techniek om je via een schoen of een oud koekblik te teleporteren naar andere delen van de wereld. Dat zou een en ander veel eenvoudiger maken. Je familie voor het grootste deel van je leven via een schermpje waarnemen: ik vind dat niks. Ik weet niet hoe we dit dilemma moeten gaan oplossen. Misschien een land wat dichterbij? Misschien is het zoals in het liedje: “Is er leven op Pluto? Kun je dansen op de Maan?” (vul zelf maar verder in…)

Maar ik vond ook de spreuk op facebook: ‘The first step towards getting somewhere, is to decide that you are not going to stay where you are.’ Ik kom weeral niet verder dan: we zien wel. En op de vraag:  ‘Kom je wel nog terug?’ kan ik alleen maar antwoorden: in ieder geval voorlopig.

AfbeeldingAfbeeldingAfbeeldingAfbeelding

Advertenties

Groot

Standaard

We zijn twee maanden weg uit België, en als ik vrienden en familie spreek via facetime of skype en daarbij ook ons kroost door het beeld walst en gedag komt zeggen hoor ik vaak: “Wat zijn je kinderen veranderd.”Ik had het zelf niet zo gezien, al vind ik dat ze de laatste tijd wel veel eten, dus dan zullen ze wel groeien. Anna kent opeens steeds meer woordjes. “Kijk papa!” riep ze vorige week, zo’n moment waarop wij weer eens reageerden met de uithalen van een Eerste Keer: “Whoaaaa! Ze .Zei. Twee. Woorden achter elkaar!!”

Een favoriet  is ‘Takkie’. Dat komt door de wandelende tak die een poos geleden op de trapleuning buiten zat. “Kijk Anna, een wandelende tak!” Riep ik eens uit. Zullen we ‘m Takkie noemen?” En dat bleef dus hangen. Ieder insect is in haar ogen een Takkie. Bloemen, gras en twijgjes ook trouwens. Regelmatig komt ze op me af met een grasstengel of een dood insect: “Tattie!” “Ja, maar die is stuk. Doe hem maar weg.” Bromvliegen zijn nog steeds een favoriet. Ze kraait het uit van pret als ze er een, sloom geworden van het dagenlang tegen een ruit aanvliegen, te pakken krijgt. “Tattie!” Hoor ik dan weer, plus het nerveus gezoem van het lijdend voorwerp. Maar ja. Kinderen en dieren.

Ook nieuw is ‘De Boze Blik’. Anna is aanmerkelijk minder standvastig in haar tantrums dan haar broer. Als ze zich eens woedend op de grond werpt, loop ik haar gewoon voorbij en haal mijn schouders op. Als ze dan haar hoofdje opheft om mijn reactie te zien op haar theater, kijkt ze me vuil aan, als om me ter plekke te doen verstenen of zo, maar wanneer ik mijn schouders nog eens ophaal en mijn hoofd schud, is ze binnen een halve minuut vergeten waar ze boos om was en gaat opgewekt verder met het overhoop halen van het poppenhuis of het eten van stoepkrijt.

Ik was ook verwonderd over haar ‘Toegenomen begrip van algemene zaken’: ze hoeft maar te horen dat we gaan eten en ze klimt op haar kinderstoel, en gaat haar schoentjes halen als ik dat vraag. Ik trof haar ook een paar keer doodstil liggend op de grond aan, om er achter te komen dat ze nu ook reageert op ‘ kakpamper’ en dan maar alvast klaar gaat liggen voor een schoonmaakbeurt. Een paar dagen geleden heb ik onze dochter ingeschreven voor haar schooltje -daar mogen ze in België naartoe met twee en een half -, en het feit dat ze dus echt zal gaan speelt over ongeveer een jaar, maar ik had nu al tranen in mijn ogen.

Maar het grootste hoogtepunt vind ik dat we een dag in de Zoo doorbrachten zonder ellendige peuterpuberdrama’s. Zoals ik al zei, wanneer Anna zich op de grond gooit, is de kwestie binnen een paar minuten afgehandeld, maar Louie kon tot voor kort het niet willen aantrekken van een jas, of handje geven bij het oversteken etc. rekken tot een thriller van een paar uur, die je iedere vorm van levenslust kon ontnemen. Hij laat zich nog steeds niet graag insmeren met zonnebrandcreme, maar wordt niet meer zo hysterisch. En we hebben besloten gewoon niet meer te luisteren als hij op een “Kijk daar een kangoeroe!” reageert met een : “Dat is NIET een kangoeroe, papa, dat is NIET een kangoeroe.” Of:  “Ik kijk NIET naar de kangoeroe,  ik kijk naar de waterval,” En dan zuchten we maar eens.  Even later doet  ‘ie dan weer normaal.

Goh, helemaal geen gedoe gehad, beseften we opeens toen we na die middag uitgeput op de bank neerzegen. ‘Geen gedoe’ wil immers nog steeds zeggen dat we continu achter ons grut aan moeten rennen, dat heel de tijd als een stel geschrokken konijnen alle kanten op stuift. En vandaag was het weer zo rustig. Verkeerden we een week geleden nog op de rand van een mental breakdown door de eindeloze aanvallen van dwars gedrag, volledig door al onze strategieën heen, nu voelde ik mij zo zen als had ik anderhalf uur in een warm bad, met een boek en een glas wijn, gelegen. “Gesellig, hè mama, in de speeltuin?” Zei mijn kleine ex-bokkenpruikje tegen me vanmiddag. “Ja. Heel gezellig,” beaamde ik, en gaf hem een knuffel. We zaten erbij als een Nutella-reclame, zo sereen. Ja, mijn kinderen veranderen inderdaad. In veel opzichten is dat dus erg fijn. Al blijft in mijn achterhoofd een dubbel gevoel hangen. Het bekende gevoel van alle ouders, denk ik. ‘Ze worden wel heel snel groot.’

IMG_0648

Op de camping

Standaard

 Dit weekend was ons eerste experiment ‘kamperen met kleine kinderen’ en togen we naar het plaatsje Napier in de regio Hawkes Bay.”Waarom toch weer moeilijk doen”, hoor ik u denken. We kunnen het niet helpen. Het is sterker dan wij. Maar ja, er komt ook een financieel element bij kijken: wij gaan graag weekendjes weg, willen geen moment onbenut laten hier van het land te genieten, en iedere keer een hotel of B&B boeken voor vier personen kost een vermogen, want Nieuw-Zeeland mag dan wel exotisch en ver weg zijn, het is helaas geen Thailand waar je voor een paar euries een hutje aan het strand huurt.

Onze conclusie: beter nog hadden we een klein busje, dat is minder log dan een camper en je zwiert alles erin, en het scheelt vooral een tent vouwen, wat echt geen luiigheid is hoor, wanneer de kleintjes ronddrentelen en je bang bent dat ze gegrepen worden door loslopende honden, stapvoets rijdende auto’s, verdrinken in de beek of door andermans kookvuurtjes heen walsen met alle gevolgen van dien. De stress van slaapzakken of matjes die het vertikken zich weer in hetzelfde zakje te laten proppen waar je ze ook hebt uit gehaald, hoe secuur je ook vouwt of ontlucht, kun je op die momenten ook missen als kiespijn.

Zeker als je dochter -waarvoor je geen handen vrij hebt om ‘r tegen te houden of een doekje te pakken- met haar jamhandjes, klef van de boterham waar ze al een half uur mee rondloopt, nog even alles op haar weg vastgrijpt: je trui, de tent, de vouwstoeltjes, broer en papa’s broek. Alles komt onder een plakkerige laag te zitten, en dan moet het nog in de auto geladen ook. Maar: kamperen met de kleintjes, het gaat hoor! Prima zelfs. Ze amuseerden zich rot. Rondrennen op het grasveld, klooien met steentjes in de beek, pas slapen als het donker wordt, ’s ochtends vanuit je bed meteen de speeltuin in rennen, mee naar het strand, en naar een heuse waterval. Eens mogen zien hoe de sterren tevoorschijn komen. En buiten, heel de dag buiten.

Ja, er zijn meer uitdagingen natuurlijk. Eten zonder tafel wordt een soort spaghetti- of  tomatensoepestafette. Aangezien er geen kinderstoel aanwezig is om in vastgesnoerd te worden, loopt dochter lekker rond en neemt van iedereen een hapje, roert staand in haar soep of rent rond met een hand vol slierten. Louie kan al best netjes eten, maar niet als hij op de grond zit, hoe hard hij ook probeert, en dan paniekerig uitroept: “Oh nee, gemorst!” Toen er weer een hap noodles naast zijn bord viel, en hij er uit frustratie boos doorheen begon te harken, resulteerde dit er in dat je nergens meer op de grond kon gaan zitten voor de tent zonder kleffe, half gedroogde instant-noodles aan je broek te krijgen, iets waar je natuurlijk altijd achteraf achter komt. Man had een broekspijp vol soep, aangezien het pannetje weliswaar een schenktuitje had maar geen heel erg groot, en er zo een grote golf op de grond terecht kwam, waar hij dan later ook weer per ongeluk op ging zitten.

U denkt: “Jullie uitrusting is misschien wat primitief”. Dat klopt. En op de conclusie: ‘Een klein camperbusje was nog handiger geweest dan onze stationcar’ volgde algauw: ‘We moeten een uitklaptafel/afwasteiltje/tupperware opbergdozen en behoorlijk kookstel aanschaffen’. Maar het punt is dat de auto zo al vol genoeg zit. Wanneer we eind deze maand van Wellington verhuizen naar onze volgende stek, zit de auto zelfs propvol. Er kan nu al geen tupperwaredoos meer bij, helaas. Maar goed, het lukt zo ook wel. Een grasveld is tenslotte geen tapijt, ze zijn dolblij met soep met ballen of pasta (kun je allemaal in één pan klaarmaken) en onze dochter kan er ook niks aan doen dat ze nog zo onhandig is, en op haar weg dwars door alles heenloopt. Zoals de koffiepot , wat ons ochtendritueel wreed verstoorde, of de scheerlijnen, of de net gedane afwas van het plastic kampeerservies (dat hebben we dan weer wel).

Slapen viel, ondanks best luidruchtige buren, ook nogal mee. Natuurlijk betekent slapen in de tent keten; het blijft ook lang licht, muren zijn er niet dus… Dat verdroegen we dan maar, eerst met pogingen het gedoe op diplomatieke wijze onder controle te krijgen:’ Nu slapen jongens, anders ben je morgen te moe voor het strand’ en later onder het uitroepen van loze dreigementen als ‘Wanneer je nu niet gaat slapen, mag je buiten gaan staan!’ Tegen Louie, die van geen ophouden wist, ook niet als zijn zuster al lang was neergezegen, met haar achterste in de lucht en haar hoofd op de dekens. Maar ja, dachten we toen, uiteindelijk vallen ze wel in slaap. En dat deden ze. En dan lazen wij een boekje voor de tent, met onze hoofdlichtjes en een beker thee, ondertussen de slechte jaren tachtig muziek van de buren verdragend, die heus niet overdreven hard stond maar wel op een volume dat je er niet onderuit kon en waar we ook niet over wilden gaan zeuren. Je wilt natuurlijk niet als onverdraagzaam bekend staan.

Zo werden wij dan tegen het redelijke uur van half acht weer gewekt, ik als eerste, omdat ik door een klein meisje vanuit haar kinderbedje (ik lag er naast) werd bekogeld met knuffelbeesten, onder het geroep van het commando ‘Uit! Uit!’ Met het teruggooien van de beesten werd het een spelletje waardoor ik nog tien minuten kon blijven liggen, daarna gingen we dan -man werd natuurlijk ook wakker van het geroep- aan de gang met melkflesjes en koffie. Louie, ook al geen ochtendmens, kroop dan nog wat glazig in een van de vouwstoeltjes.

Natuurlijk had  ik ook nu weer niet het idee dat ik echt ‘vakantie’ had. Koken moet je zorgvuldig plannen want iemand moet de kinderen in de gaten houden. Rustig voor de tent zitten gebeurt altijd met haviksogen gericht op de bezigheden van de kleintjes, een boek lezen kan dus alleen als ze slapen. Vanmiddag op de weg terug stopten we nog even bij een speeltuin, waar ik Louie uit het oog verloor toen ik Anna in de schommel hees en Tom op het toilet was. Het ene moment staat hij bij de glijbaan, het volgende zie ik hem wegrennen, achter een speeltuig waarbij ik dacht dat hij wel weer tevoorschijn zou komen, maar dat deed hij dus niet: paniek. Hij was gewoon naar een glijbaan gerend, maar intussen had ik heel de speeltuin gealarmeerd en kwam man net aan, die mijn paniekerige blik zag. Heel even dachten we dat hij naar de beek was gerend of de weg, maar godzijdank. Ik had er wel honderd grijze haren bij en bleef de rest van de dag misselijk van angst.

Met Anna aan het strand was dolle pret, maar iedere seconde ben je je bewust dat ze nog verdrinken kan in een regenplas, laat staan in een heel grote plas. En haaien, er zitten hier overal haaien. Hoe dicht komen die aan de kust? En dan stonden we enkeldiep in het water. Bij een mooie waterval die in een beek uitkwam, hebben we een foto gemaakt waar we lachend op staan, maar in mijn achterhoofd had ik steeds: als ze maar niet ergens van de kant af glibberen.

Toch bevalt dat kamperen wel. We zijn erg opgeknapt van dit weekend, dat het 28 graden was hielp natuurlijk. Volgende keer gaan we het nog primitiever aanpakken en kamperen op een natuurcamping van de overheid, waar bijvoorbeeld maar vier staanplaatsen zijn voor tenten en geen uitgebreide sanitaire voorzieningen, midden in de wildernis. Tussen de andere gezinnen gaan staan kunnen we thuis ook, we willen toch ook de echte Kiwi-experience. De kindertjes bevalt het alvast prima, en als ze dan een keer niet kunnen douchen, daar hoor je hun niet over klagen…

Afbeelding