Maandelijks archief: september 2013

Ver weg

Standaard

“Ik kan niet geloven dat we het eindelijk dóen,” zeg ik tegen  man op een avond aan tafel. Over minder dan twee maanden beginnen we aan onze grote reis, gevolgd door een verblijf van een half jaar aan de andere kant van de wereld. 4 jaar lang, of nee, zelfs langer, is er bijna dagelijks over gesproken. Al in het begin van onze relatie begon hij erg veel conversaties met de zinsnede “In Nieuw Zeeland hè….” Of: “Toen ik nog in Nieuw Zeeland woonde…” Alles was beter in Nieuw Zeeland, van het weer tot de vis, het fietsen, het uitzicht en de mensen tot het werken en wonen.

Eerlijk is eerlijk: af en toe werd dat wel eens vermoeiend. Reden we ergens door de bergen in Zuid Frankrijk: “Hé, het is hier net…” “Laat me raden……: Nieuw Zeeland?” (hoewel de vergelijking met Noord-Californië misschien nog net iets vaker viel). Of wanneer manlief voor de zoveelste keer op een NZ-huizensite aan het kijken was, en weer een boerderij met 90 hectare grond wilde kopen. Ja, ze was prachtig, maar gingen we daar echt wonen, tachtig kilometer van de dichtstbijzijnde stad? Nee, dat ook weer niet, concludeerden we dan. Wanneer er een vacature via mail voorbijkwam in West-Australië: “Dat is natuurlijk ook niet slecht.” Of, wanneer we voor de tv zaten te kijken naar een natuurdocumentaire over bijvoorbeeld Canada: “We kunnen natuurlijk ook naar Canada.”

Het idee om nog eens echt een poos weg te gaan, heeft me altijd wel aangetrokken,daar niet van, en aangezien ik er ook geweest ben, weet ik dat het klimaat, de vis, enzovoort er beter zijn. West-Australie en Canada staan op mijn lijstje. Maar ondertussen gingen we ook nog eens niet, om uiteenlopende redenen.

Wanneer je ouder wordt is het niet meer een kwestie van je koffers pakken en gaan. Je gaat bezwaren opwerpen. Je bent eigenlijk ook blij met wat je hebt. De mensen van wie je houdt zijn in de buurt. En, zo zeggen wij vaak tegen elkaar: ‘In feite kunnen wij overal gelukkig zijn’ en dat ís ook zo. En toch kriebelt het. Ja, ik heb dat ook. Het idee dat er een soort van ‘eindhalte’ is, dat er geen grote avonturen meer in het verschiet liggen, ook al is het gezinsleven op zich er een, hoor.

En de kinderen, de kinderen Ik geloof  in een bepaalde stabiliteit, maar ook dat kinderen flexibel zijn. Louie begint nu flink te babbelen. Hij heeft nu goed door dat hoe meer woorden hij gebruikt, hoe meer je dingen van mensen gedaan krijgt, of een antwoord terug. Dat het soms makkelijker is dan het op een brullen zetten en dat het leuk is om dingen te vertellen want dan luisteren de toehoorders geïnteresseerd. Al een week lang zeult hij een print mee – die ik voor hem afdrukte terwijl ik in ons archief op de computer bladerde- van een foto die genomen is in Zweden, waar hij een heuse oude locomotief probeert te omhelzen. In zijn enthousiasme struikelt hij over de woorden als hij hem aan zijn juf laat zien: “LocomoZwedentief! Geweest!” Zij kan hem al amper volgen, hoe moet dat dan met mensen die zijn taal niet eens spreken? En zal Anna’s woordenschat zich voortaan in het Engels ontwikkelen?

Daar komt bij dat Kiwi’s- zoals de locals daar zichzelf noemen, toch al een heel raar accent hebben, waardoor we hun ook niet altijd even goed verstaan, getuige het stuk chagrijn van de immigratiedienst in Londen dat ik eerder aan de telefoon had, en die klonk alsof ik haar stoorde in haar verveling (denk: ” computer-says-no” uit Little Britain)i “Is it an option to go for a resident visum, if we are leaving within 3 months?” “Compu ‘er says no.”

Om mensen te doen stoppen met bellen, hebben ze een website vol informatie, maar uiteraard wil ik wel zeker zijn dat ik alle goede documenten opstuur -inclusief paspoorten- eer ik alles straks weer retour afzender krijg en het niet op tijd in orde is. Uit de hele toestand blijkt dat ze je nou niet direct graag zien komen. Zo heb ik met een lijvig boekwerk aan documenten en foto’s moeten bewijzen dat ik niet alleen met mijn echtgenoot gehuwd ben bij wijze van ticket naar het buitenland (en, om zeker te zijn van mijn vertrek, ook maar even twee kinderen heb gekregen). Een klusje waar we al even zoet mee zijn geweest. Omdat natuurlijk alle administratie  uit voorgaande jaren ergens bij een boekhouder of in een doos ligt, we uit duizenden foto’s een soort van chronologisch verhaal moesten verzamelen en omdat blijkt dat je voor officiële vertalingen stempels nodig hebt die je in Brussel moet gaan halen. Ondertussen zoeken we naar een huis, een auto en leggen lijstjes aan, en blijf ik maar het gevoel hebben dat ik dingen over het hoofd zie.

Maar we gaan. Het land, dat de afgelopen 4,5 jaar zo’n beetje iedere dag genoemd werd in de een of andere context, het is geen loze droom. Ik maak mij geen illusies. Er zijn momenten waarop ik me afvraag: was dit een goed idee? Maar toch. Het idee om nog eens iets anders te zien. Te weten hoe het is, in plaats van over twintig jaar te zeggen ‘hadden we maar’. Dan mag het van mij gerust een hoop gedoe en zelfs achteraf een mislukking blijken, maar dan kan ik tenminste uit de grond van mijn hart zeggen dat het einde van de straat voor mij nu ver weg genoeg is.

carolbeer

“Not all those who wander are lost”

Standaard

Vandaag is zo’n dag waarop ik me afvraag waarom we eigenlijk gaan. De zon schijnt. Het is niet superwarm, maar wel een onverwacht mooie dag aan het einde van de zomer. De kindertjes zijn in een goed humeur, Louie fietst voor me uit in het park, de brug over bij het zwembad waar we dit seizoen weer veel gebruik van hebben gemaakt. De afgelopen weken waren er feestjes en barbecues, familie, vrienden zijn altijd in de buurt -deels in ieder geval- en we hebben zulke leuke buren en een heel leuk huis.

Maar dan toch: De tickets zijn geboekt. 5 november vertrekken we naar het andere eind van de wereld. Een plan waar we al jaren mee rond lopen gaat eindelijk in vervulling. Had Nieuw-Zeeland ter hoogte van Frankrijk gelegen, dan hadden we er waarschijnlijk allang gewoond, maar het dilemma tussen familie hier en een prachtig land met heerlijke levensstijl daar blijft knagen. Een wijs man zong eens in een mooi liedje dat je met een mooi uitzicht niet praten kunt.

Beiden zijn we er al eens geweest. Ik als 22-jarige backpacker, man zag er als arts met overal tijdelijke jobs zo’n beetje elke uithoek. Maar zelfs nu wij als gezin gaan- en niemand  zijn dagen in eenzaamheid hoeft te slijten, beseffen we donders goed wat we achterlaten. Dus gaan we voorlopig maar voor een half jaar. Om er eens van te proeven hoe het is, niet als backpacker of vrijgezel met alle tijd van de wereld, maar om het ‘gesettelde leven’ daar te vergelijken met hier. Wat gaan we het meeste missen? Welke schare aan mogelijkheden en avonturen zal zich openbaren?

Omdat het leven gebeurt wanneer je andere plannen maakt, heeft het even geduurd. Inmiddels zijn we druk met de voorbereidingen. Waar gaan we een huis huren, kan Louie er naar school? En hoe pak je in godsnaam in voor een halfjaar, met twee kinderen? Toen ik een jaar of dertien geleden rondreisde, had ik een backpack, speciaal voor de gelegenheid uitgezocht bij de plaatselijke outdoorwinkel. Ik had gelezen over het hoe en wat van inpakken, zoals lichtwicht handdoeken meenemen en muggenspul enzo. Iemand had in zo’n lijstje tips ook gesuggereerd toch een kledingsetje mee te nemen waar je mee voor de dag kon komen, voor het geval dat.

Zo kwam het dat ik zes maanden lang een stel hoge hakken heb meegezeuld die ik natuurlijk nooit gedragen heb. Eigenlijk was het zo dat ik naar verloop van tijd gewoon pakte wat zich bovenop de muf ruikende hoop bevond. Wassen maakte op een bepaald moment geen enkel verschil meer, omdat je toch altijd wel ergens een nog natte bikini had tussengepropt- of ik droeg zo’n reizigersuniform van topje, Thaise vissershippiebroek en teva’s. Nu is de vraag welke Thomas-de-treintjes mee mogen en welke Little People.

Regelmatig krijgen wij -naast enthousiaste reacties- de vraag: waarom toch? De familie Klepkes met hun rare plannen, het is vast een vlucht. En als je terugkomt, wat dan? Ja, wat dan. Ik heb aan al die dingen zelf ook gedacht, vaak zelfs. Maar als je zo denkt, dan kun je maar beter helemaal niet meer op reis gaan, omdat het dan zo tegenvalt als je terug moet. En wat betreft die vlucht: wij willen gewoon nog eens graag wat anders zien. Met de mogelijkheden van de man zijn job en kinderen die nog niet leerplichtig zijn, kán het ook gewoon. “Not all those who wander are lost,”  Tolkien zei het al. Je kunt het zien als een vlucht, ook als een mogelijkheid je horizon te verbreden. En te zien of het gras echt groener is, daar, aan de andere kant van de wereld.

Lord_Of_the_Rings_wallpaper_by_JohnnySlowhand