Stuk

Standaard

“Hee wat ligt daar?” “Oh kijk, Louie een meikever!” Verbaasd kijkt ie me aan. We staan op de stoep vlakbij huis, op weg naar het park. Helaas heeft ’t beestje zo te zien al even geleden de geest gegeven, zijn schildje knapperig geworden door de zon, de pootjes ingetrokken. Louie buigt zich erover, en port er wat tegen. “Kom maar jongen, laat maar liggen. Hij doet ’t niet meer, hij is stuk.”  Hij trekt nu een lipje en zet het op een brullen: “Maahaaken!” gilt hij. Want wat stuk is, moet gemaakt. Daar is hij heel stellig in. Boterhammen of bananen die in twee liggen worden niet opgegeten tenzij we ze ‘maken’ (echt, begin er maar eens aan) het zelfde geldt voor waterijsjes (nog zoiets). Zodra de treinrails van zijn spoorbaan loslaat worden we er met een luide brul bij geroepen, een bevel tot herstel. Het kost ons eindeloze hoeveelheid geduld uit te leggen, dat je sommige dingen niet kunt maken, of dat hij sommige dingen ook best zelf weer in elkaar kan zetten, en dat het sneller gaat als je er niet bij schreeuwt en stampvoet. Ik leer hem nu tot tien tellen, als hij weer eens gefrustreerd raakt.

De kindergeest is een interessant fenomeen. Er gebeurt zoveel in dat kleine koppie. Onze jongen stopt opeens  niet meer met praten. Er is veel dat hij nog niet begrijpt: “Framboosjes, mama?” “Ga maar aan papa vragen. Die is in de tuin, bij de frambozen.” “Papa! Vrágen!” Waarna papa mag gaan uitvinden wat de kleine man dan wel wilde.”Wat dan?” “Vrágen!” “Ja maar, wat dan?” Een conversatie die op een steeds ongeduldiger toon gevoerd wordt. Nieuwste in de serie is: ‘Mama wat is dat?’ Mamawatisdatmamawatisdatmamawatisdatmamawatisdaaat?” Klinkt het heel de dag. Soms zijn de antwoorden heel voor de hand liggend: de vuilniskar, het zwembad, een vliegtuig, de maan. En soms weet je niet waar hij op doelt. Geluiden in de verte, bijvoorbeeld. Of iets op straat in het algemeen. Dan wordt het een soort eenzijdige ‘hints’  zonder gebaren: “De stoep, een brievenbus, het gras, een vogel?” “Neehee. Auto’s, mama.”
Het is, kortom, soms best wel vermoeiend.
Daarbij denken  wij al een poosje dat hij  hypersensitief is. Met alles wat ik erover lees weet ik zeker (en ook zonder die informatie trouwens), dat zijn ouders het ook zijn, maar daar hoorde je vroeger nooit iemand over. Mijn vader kan nu nog vertellen hoe ik als kleuter bij de ene uitzonderlijke ruzie die mijn ouders hadden ik van ellende onder tafel kroop. Het is blijkbaar erfelijk, niks om je zorgen over te maken. Daarbij  is het een trenddingetje waar ik een beetje mee wil oppassen, omdat er bij al die aandoeningen als  nieuwetijdskinderen, hoogbegaafdheid en adhd vaak een soort schemergebied lijkt te bestaan tussen kinderen die daadwerkelijk iets mankeren en ouders of leraren die bepaald gedrag iets te gauw labelen als zijnde een of andere aandoening terwijl het net zo goed om druk gedrag, een dromer of gewoon een slim kind kan gaan. En gevoelig, tsja….
Louie is sensitief in zo’n beetje alles, hetgeen gepaard gaat met een dramatische expressie die zijn effect niet mist. Heel de dag roept hij uit “Oh nee!” “Oooohhh neeeee!” Het kan gaan om zijn treintje dat ontspoord is van de houten rails en wat hij er in de gauwigheid niet zomaar op krijgt, maar ook: druppels gemorst ijs, een stukje blad of steen in zijn schoen, een hagelslagje dat van de boterham valt, en vroeger was het vaak een aankondiging dat we ergens een drol op het tapijt gingen vinden, maar -hoera!- dit heeft hij inmiddels onder controle. Hoe dan ook schieten wij meteen in de alarm-modus als dat hoge stemmetje weerklinkt, om dan met een zucht te constateren dat bijvoorbeeld zijn plakje worst van de boterham gevallen is.
Onlangs klonk het ‘oh nee’ weer, ditmaal vanuit zijn slaapkamertje. Het was warm, en Louie was wakker geworden. Badend in het zweet. Of hij een nieuw t-shirt mocht. En een nieuw kussensloop. En een een nieuw laken. Want wat er al lag was níet hetzelfde als de nu verse kussenhoes: een dino-sloop met een auto-laken, ja dat kon dus niet.

Maar ja, dan hoor ik andere ouders. Bij de ene peuter krijgen ze geen millimeter fruit naar binnen. De ander wil persé niet op het zand of gras zitten. Ook gehoord: een kind dat geen nieuwe toiletpapiertjes meer wilde gebruiken waar een scheurtje in zat. Ze hebben ‘t  dus allemaal!
Wie weet is het gewoon een Pietje Precies. En kleine kinderen (mensen?) zitten nou eenmaal vol eigenaardigheden. Zou het niet zorgelijker zijn als ze die totaal niet hadden?

louieentram

Advertenties

Over carolinelikescoffee

37-jarige, dromerige en chaotische, koffie- en rodewijndrinkende,rotan-en poep-op-de-stoep hatende liefhebber van comfortfood, singer-songwriter- en klassieke muziek maar ook een goede johnnenbeat op zijn tijd, die guilty pleasures vindt in candlelight romans en roddelboekjes ,als reservebelg per ongeluk in Antwerpen belandde maar wel van nieuwe plekken ontdekken houdt, vindt dat ze nodig weer aan yoga moet doen en ooit het paardrijden weer wil oppakken, uit nood maar is gaan fietsen en lopen, de deugden van het internetshoppen heeft ontdekt maar ook graag boetieks binnenloopt, of boekenwinkels, echtgenote van haar allerliefste, moeder van een zoon van vijf en een dochter van drie-my pride and joy- schrijver; eerst mijn beroep, en nog steeds iets dat bij me hoort.

Eén reactie »

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s