Maandelijks archief: juli 2013

Stuk

Standaard

“Hee wat ligt daar?” “Oh kijk, Louie een meikever!” Verbaasd kijkt ie me aan. We staan op de stoep vlakbij huis, op weg naar het park. Helaas heeft ’t beestje zo te zien al even geleden de geest gegeven, zijn schildje knapperig geworden door de zon, de pootjes ingetrokken. Louie buigt zich erover, en port er wat tegen. “Kom maar jongen, laat maar liggen. Hij doet ’t niet meer, hij is stuk.”  Hij trekt nu een lipje en zet het op een brullen: “Maahaaken!” gilt hij. Want wat stuk is, moet gemaakt. Daar is hij heel stellig in. Boterhammen of bananen die in twee liggen worden niet opgegeten tenzij we ze ‘maken’ (echt, begin er maar eens aan) het zelfde geldt voor waterijsjes (nog zoiets). Zodra de treinrails van zijn spoorbaan loslaat worden we er met een luide brul bij geroepen, een bevel tot herstel. Het kost ons eindeloze hoeveelheid geduld uit te leggen, dat je sommige dingen niet kunt maken, of dat hij sommige dingen ook best zelf weer in elkaar kan zetten, en dat het sneller gaat als je er niet bij schreeuwt en stampvoet. Ik leer hem nu tot tien tellen, als hij weer eens gefrustreerd raakt.

De kindergeest is een interessant fenomeen. Er gebeurt zoveel in dat kleine koppie. Onze jongen stopt opeens  niet meer met praten. Er is veel dat hij nog niet begrijpt: “Framboosjes, mama?” “Ga maar aan papa vragen. Die is in de tuin, bij de frambozen.” “Papa! Vrágen!” Waarna papa mag gaan uitvinden wat de kleine man dan wel wilde.”Wat dan?” “Vrágen!” “Ja maar, wat dan?” Een conversatie die op een steeds ongeduldiger toon gevoerd wordt. Nieuwste in de serie is: ‘Mama wat is dat?’ Mamawatisdatmamawatisdatmamawatisdatmamawatisdaaat?” Klinkt het heel de dag. Soms zijn de antwoorden heel voor de hand liggend: de vuilniskar, het zwembad, een vliegtuig, de maan. En soms weet je niet waar hij op doelt. Geluiden in de verte, bijvoorbeeld. Of iets op straat in het algemeen. Dan wordt het een soort eenzijdige ‘hints’  zonder gebaren: “De stoep, een brievenbus, het gras, een vogel?” “Neehee. Auto’s, mama.”
Het is, kortom, soms best wel vermoeiend.
Daarbij denken  wij al een poosje dat hij  hypersensitief is. Met alles wat ik erover lees weet ik zeker (en ook zonder die informatie trouwens), dat zijn ouders het ook zijn, maar daar hoorde je vroeger nooit iemand over. Mijn vader kan nu nog vertellen hoe ik als kleuter bij de ene uitzonderlijke ruzie die mijn ouders hadden ik van ellende onder tafel kroop. Het is blijkbaar erfelijk, niks om je zorgen over te maken. Daarbij  is het een trenddingetje waar ik een beetje mee wil oppassen, omdat er bij al die aandoeningen als  nieuwetijdskinderen, hoogbegaafdheid en adhd vaak een soort schemergebied lijkt te bestaan tussen kinderen die daadwerkelijk iets mankeren en ouders of leraren die bepaald gedrag iets te gauw labelen als zijnde een of andere aandoening terwijl het net zo goed om druk gedrag, een dromer of gewoon een slim kind kan gaan. En gevoelig, tsja….
Louie is sensitief in zo’n beetje alles, hetgeen gepaard gaat met een dramatische expressie die zijn effect niet mist. Heel de dag roept hij uit “Oh nee!” “Oooohhh neeeee!” Het kan gaan om zijn treintje dat ontspoord is van de houten rails en wat hij er in de gauwigheid niet zomaar op krijgt, maar ook: druppels gemorst ijs, een stukje blad of steen in zijn schoen, een hagelslagje dat van de boterham valt, en vroeger was het vaak een aankondiging dat we ergens een drol op het tapijt gingen vinden, maar -hoera!- dit heeft hij inmiddels onder controle. Hoe dan ook schieten wij meteen in de alarm-modus als dat hoge stemmetje weerklinkt, om dan met een zucht te constateren dat bijvoorbeeld zijn plakje worst van de boterham gevallen is.
Onlangs klonk het ‘oh nee’ weer, ditmaal vanuit zijn slaapkamertje. Het was warm, en Louie was wakker geworden. Badend in het zweet. Of hij een nieuw t-shirt mocht. En een nieuw kussensloop. En een een nieuw laken. Want wat er al lag was níet hetzelfde als de nu verse kussenhoes: een dino-sloop met een auto-laken, ja dat kon dus niet.

Maar ja, dan hoor ik andere ouders. Bij de ene peuter krijgen ze geen millimeter fruit naar binnen. De ander wil persé niet op het zand of gras zitten. Ook gehoord: een kind dat geen nieuwe toiletpapiertjes meer wilde gebruiken waar een scheurtje in zat. Ze hebben ‘t  dus allemaal!
Wie weet is het gewoon een Pietje Precies. En kleine kinderen (mensen?) zitten nou eenmaal vol eigenaardigheden. Zou het niet zorgelijker zijn als ze die totaal niet hadden?

louieentram

Advertenties

Het verschil tussen jongens en meisjes.

Standaard
Het verschil tussen jongens en meisjes.

Ik had het  beloofd, een foto van Anna en haar gouden schoenen. Bij deze: met een wit jurkje nog wel. Net als de schoenen kon ik het niet weerstaan: gevonden bij de Scandinavische massamodeproducent, riep het mij vanaf het rek. Ik vond het zo…Scandinavisch. Terwijl als je goed kijkt staan er ananassen op.SONY DSC

En dan nog even dit. Mensen vragen mij vaak: en, wat is nou het grootste verschil tussen een jongen en een meisje? Nou……

SONY DSC

SONY DSC

tien paar All Stars

Standaard

Onlangs las ik een artikel in de Gazet van Antwerpen met als titel: ‘Mijn kind heeft tien paar All Stars’. Aan het woord waren moeders  die hun shopverslaving projecteerden op hun kinderen. In plaats van zich een slag in de rondte te kopen aan volwassen designerspul, deden de mama’s dit nu voor hun kinderen. Ook al weten ze heus wel dat hun kind er zeker binnen het half jaar weer uitgroeit. Ik moet zeggen: had ik een bankrekening à la Victoria Beckham of Kim Kardashian, dan was ik wellicht ook zo iemand die slechts dure merinowollen babypakjes kocht of ieder kledingsetje liet matchen met het mijne. Maar ja.

Hoewel ik de naam heb van mooie kleding te houden en graag te shoppen: mijn kinderen hebben géén tien paar All Stars, dragen géén mini-Chanel, baby-Gaultier of Stella McCartney. Ik mag graag neuzen tussen al het leuke spul van Imps&Elfs, Lily-Balou, KidsCase en al die andere creatieve, prachtige kinderkleding. En soms koop ik dat. Maar ik ben ook wel wijzer geworden.

Ik schat zo, dat rond de leeftijd van 3 of vier jaar kinderen misschien enige interesse krijgen in wat ze dragen. Voor die tijd gaat het er vooral over of ze kleding aan dan wel uit willen trekken. Mijn dochter wil bijvoorbeeld nog geen nanoseconde stil liggen tijdens het verschonen. Het zal haar worst wezen of ze de dag doormoet met een los rompertje of slechts één arm door de mouwen van haar jurkje.

Zoon kan moord en brand schreeuwen als ik hem een ander t-shirt wil aantrekken, de reden hiervoor wordt me echter nooit duidelijk. Soms krijg ik verzoeken als ‘broek aan’, ‘ broek uit’, ‘ pyamavest’ of ‘ pyamabroek’ (Dat draagt ie trouwens wel het liefst, zijn pyjama. Naast Crocs. Maar oké, hij is een peuter). Bij een kruipende baby houdt je een legging ongeveer een halve minuut in zijn oorspronkelijke kleur, een vestje blijft misschien vijf minuten schoon. Dacht ik eens handig te zijn en Anna alvast om te kleden voor de nacht, vallen de slierten pasta plus spaghettisaus pardoes in de kraag van het pyamapakje tijdens het avondeten.

En een peuter die zindelijk wordt, ze zouden er wat mij betreft wegwerpkleding voor mogen ontwerpen. Zoiets van maïs of weet ik veel wat voor vezels die je kunt gebruiken die vanzelf oplossen in de compostbak of zo. Want het is me al overkomen dat er per ongeluk een drol in de wasmachine belandde en er voor zorgde dat de hele was er naar rook, een lucht die ik er ook na 3x op 60 graden maar amper uit kreeg. En denk maar niet dat een driejarige luistert wanneer je zegt: “Laat die bal maar liggen in die plas, mama haalt hem er zo wel ui….”

Ik vind het verder ook belangrijk dat kinderen kunnen bewegen. Voor Louie kocht ik eens zo’n heel hippe afzakjeans, waardoor het arme jochie, dat toen nog niet zo goed kon lopen, om de paar meter hard op de grond smakte als hij probeerde te rennen. Dat vond ik zielig. Bij Anna belanden rokjes steevast onder haar oksels en schattige ballerina-schoentjes zijn vervaarlijke struikelobjecten, omdat ze niet aan haar voetjes blijven zitten. Omdat ik dit alles zeer stresserend en vermoeiend vind, denk ik tegenwoordig (in tegenstelling tot vroeger) drie keer na eer ik iets koop. Ik vind het daarbij erg zonde erachter te komen dat iets nooit gedragen is, of te duur om vies te maken. De hele dag als een bezetene achter je kinderen aanrennen, omdat je niet wilt dat hun door jou zorgvuldig gestylde outfits vies worden, nee bedankt.

“Voor mezelf slaag ik niet meer,” zegt een van de moeders in het artikel. Dat herken ik. Het gebeurt me regelmatig dat ik me net aangekleed heb, en een van de kinderen zijn of haar snotneus afveegt aan mijn broek of schone shirt, wat zo’n fijn glimmend slakkenspoor achterlaat. Of er weer een van hen me met plakhanden bij mijn trui grijpt. Sowieso wordt er veel aan kleding getrokken. Ik kan me dus wel opdirken, maar heeft het zin? Mijn credo dat je er ook als moeder leuk uit moet blijven zien, lijdt daaronder: ik weet niet meer wat ik aan moet trekken om er toonbaar uit te zien én kleding die tegelijkertijd iets kan hebben, en er ondertussen niet bij te lopen als een voddenbaal. Iets met ‘zijde’ of ‘dry clean’ in het etiket? Vergeet het maar.

Een luxeprobleem, ik weet het. Maar dat gedoe met mode, of het gevoel een soort van eigenwaarde te willen behouden, is blijkbaar niet iets wat er zomaar uitgeramd kan worden. En zei ik eerder dat het mijn dochter niets kan schelen hoe ze eruit ziet? Ze is heel blij met haar Little People Boerderij, maar ze is pas echt gelukkig als ze met een paar schoenen kan rondsjouwen. En nu ze echt goed stapt, moest ze natuurlijk een paar voor zichzelf. Iets met echte zolen, en een riempje. Meisjesschoenen.

Kijk, en dan ga ik toch overstag. Geheel in de geest van haar familie -de generaties vrouwen vóór haar gingen ook graag voor opvallend- twijfelden we tussen goud en knaloranje. Na lang beraad werd het goud. Zich zeer bewust van die gekke dingen aan haar voeten stapte ze de winkel rond, steeds enthousiaster. Fier is ze nu op haar gouden schoentjes! Ik weet het, ik trapte in de truc die de marketingmensen van kinderkleding handig toepassen-alles wat klein is, is schattig en alleen het beste is toch goed genoeg? zoiets, maar het is blijkbaar toch ook een genendingetje. Mooie schoenen, dat kun je als moeder je dochter toch niet ontzeggen.

P1020028