Maandelijks archief: juni 2013

Any Way The Wind Blows

Standaard

Reizen met kinderen. We hadden natuurlijk gewoon, net als vorig jaar, een huisje moeten huren. Maar het leek ons wel jammer om, wanneer er een heel nieuw land met een schare aan mogelijkheden en uitzichten voor je open ligt, twee weken op dezelfde plek te zijn. Dus werd het een week een huis en een week een roadtrip, waarbij we wel zouden zien hoelang we ergens bleven. Dit diende ook een beetje een hoger doel: onderzoeken of Zweden een land is waar we eventueel zouden willen wonen.

Nu is Scandinavië geen gebied waar je heen gaat voor het weer. Al had ik heel optimistisch toch een fles zonnemelk factor 50 ingepakt. Hoewel we enkele emigranten spraken die heel blij bleven beweren dat het gebied aan de kust waar we de eerste week verbleven wel degelijk een continentaal en dus stabiel klimaat heeft, hadden we toch om de paar dagen behoorlijke stortbuien, met zwarte luchten, wind en Noord-Europese temperaturen.

Maar bij goed weer, dan was het ook werkelijk prachtig. De luchten, het wuivende gras, de rotsen en de oude eiken. Het heldere water van de meren en de zee, het weelderige mos en voorjaarsbloemen. Ons lieflijke huisje, zo heel Nils Holgersson-style op het Zweedse platteland, waar de kindertjes eindeloos over het grote, met bloemetjes bezaaide gazon tussen de fruitbomen konden dabben. Met een zucht trokken we na een week de deur weer achter ons dicht. En gingen rijden.

Louie kon zijn geluk niet op: hij vindt autorijden heerlijk en heeft ‘Wall-E’ en ‘Cars’ zeker veertig keer gezien deze vakantie, dankzij de draagbare dvd-speler. Vooral wel steeds het begin, omdat de dvd ook afslaat als je de motor uit zet en we maar niet doorkregen hoe je iets kon doen met de pauzefunctie enzo. In het begin vond hij het maar gek, ‘vakantie’: we gingen naar ‘een nieuw huis’, (en toen nog eens, en nog eens, en nog eens), en waar waren zijn treinen en het ‘bruine huis met de garagepoort’?

Maar gaandeweg vond hij het steeds leuker en er zaten nog veel meer voordelen aan vast: zowat iedere dag ijs, stiekem keten met zijn zusje omdat ze vaak in dezelfde kamer sliepen, laat naar bed, vissen met papa, in het water spetteren, in een restaurant eten. We hadden alleen over het hoofd gezien hoe bewerkelijk het is, zo’n roadtrip met kinderen. Zeker als je dan ook nog een tent, slaapspullen, een grote fietskar en allerhande zooi meesleept. Die je, als je soms maar 1 of 2 nachten ergens bent, wél allemaal de hele tijd in en uit moet laden. Waarna blijkt dat de jongste helemaal niet zo graag in die fietskar zit, de auto van boven tot onder besmeurd is met etensresten en alles voortdurend zoek is.

Met kinderen de nachten in slecht verduisterde Scandinavische slaapkamers doorbrengen betekent trouwens dat iedereen om zes uur wakker is, waarna mini twee het tijd vond voor haar loop- of stuiteroefeningen. Nu is het zo dat op vakantie gaan met het kroost toch al geen synoniem  is voor uitrusten, maar al deze zaken wierpen wel wat extra hindernissen naar ontspanning op. Een andere stressfactor is de zindelijkheid van onze zoon. Omdat hij erg enthousiast was geworden over ‘plassen tegen een boom’ lieten we de pamper-voor-onderweg maar uit, er vanuit gaande dat hij er nu -net als thuis- wel zelf over zou beginnen als ie moest. Niet dus.

Tijdens een bezoek aan het dieptepunt is van ’s werelds eetcultuur (maar soms zo langs de weg kan het even niet anders), McDonalds, gebeurde het: meneer wilde tegen een boom plassen. Waarmee hij eigenlijk bedoelde dat de plas al langs de toch al plakkerige kunststofbekleding van het zitbankje gelopen was. Waarschijnlijk moest hij al nodig, maar het uitlikken van zijn bakje ketchup had natuurlijk prioriteit. Terwijl man zich met een spartelend, met tomatensaus besmeurd en nat geplast jongetje naar het toilet begaf, zocht ik met een verbaasd kijkende baby onder mijn arm, zwetend en rood aangelopen -ondertussen pogend cool & collected te blijven voor alle toeschouwers- naar iemand die me kon helpen de overstroming de baas te worden.

Uiteindelijk kreeg ik van een medewerkster, die de situatie nog net niet schouderophalend opnam, een vochtige lap met een onbestemde geschiedenis die ik eigenlijk amper durfde vast te pakken, waarmee ik de plas van de bank mocht vegen. Ik nam aan dat ze daarna wel zou opdraven met liters desinfectans of iets dergelijks, maar niets van dat al. Terwijl wij haastig onze spullen bij elkaar gristen met nog steeds het schaamrood op de kaken, nam aan onze tafel inmiddels al een groep gehandicapten met een geestelijke beperking en hun begeleiders met overvolle dienbladen plaats. Dit toonbeeld van gebrek aan hygiëne is nog een reden waarom ik, naast de drie keer teveel die ik er deze vakantie geweest ben, nu echt nooit meer naar zo’n ding met een gele ‘M’ wil. Het was inmiddels zeven uur ’s avonds en we moesten nog op zoek naar een slaapplaats. Had ik al gezegd dat planning niet onze sterkste kant is?

En toch, ondanks sommige ongemakken was het zeer de moeite waard. We hebben heel veel gezien. Man heeft zijn felbegeerde zalmforel kunnen vangen met behulp van de plaatselijke Davy Crockett (een Duitser met zo’n waterdichte outdoorbroek waar een groot mes aan hing) die de goede visplekjes wist. Ik heb weer eens kunnen paardrijden en een boek uitgelezen.

Louie heeft het nog steeds over de oude locomotief die ergens in Dalarna in een park stond en waarmee hij heel wat keren heeft mogen ‘spelen’. Bij ieder wijds uitzicht op meren of beboste heuvels roept hij ‘Dat is Zweden!’ en zegt ook vaak: ‘Het was leuk hè, Zweden?’ Anna loopt nu echt heel goed, dankzij regelmatige marathons op het gras. De laatste dagen brachten we door aan de westkust met zijn woeste rotspartijen, waar de zon scheen en we in een erg sympathieke bed&breakfast verbleven, een fietstocht maakten, naar het water gingen en de kindertjes in hun blootje aan het strand speelden. We vinden het een prachtig land, waar we zeker nog eens heen willen. Over het wonen denken we nog even na. Maar naar het Nils Holgersson-huisje hebben we nog steeds heimwee.  Wie weet waar de wind ons brengt.

Afbeelding 3

Advertenties

Amelia

Standaard

Het was op een van die zeldzame zonnige ochtenden van dit voorjaar dat ik weer eens een poging ondernam het magazine van de weekendkrant te lezen, iets wat zonder onderbreking tegenwoordig niet echt vaak mogelijk is. Gewapend met een latte verdiepte ik mij nietsvermoedend in een artikel over vrouwelijke vliegeniers. Stoere dames met een brevet en een eigen toestel, om aan te tonen dat de sportvliegveldjes niet alleen bevolkt worden door gepensioneerde zestigplussers die goed in de slappe was zitten. Ik vond het een leuk artikel: in het kader van de emancipatieontwikkelingen van de laatste tijd zeg maar, had het eens een luchtige invalshoek, vrouwen in de lucht zijn nou eenmaal écht een minderheid.

Soms zou ik willen dat ik ook kon vliegen. Ik ben erg geïntrigeerd door het verhaal van Amelia Earhart, de eerste vrouw die de Atlantische Oceaan overvloog en die op mysterieuze wijze verdween in een poging de wereld rond te vliegen. En achter ons huis ligt een vliegveld, waar regelmatig iemand met een oude Spitfire het luchtruim onveilig maakt. Alleen al het geluid van de motor van dat ding geeft zalige rillingen. Je wéét dat hij ieder ogenblik ergens kan verschijnen, en dan schrik je toch als hij plotseling opduikt achter de huizen, om vervolgens weer steil richting blauwe hemel te gaan. Het kan niet anders of die piloot beleeft letterlijk iedere keer een gigantische egotrip. ‘Kijk mij eens durven’ En zo is het ook. Mijn coördinatie-, technisch- en wiskundig vermogen zijn helaas dusdanig slecht dat ik waarschijnlijk niet eens verder zou komen dan ‘daarginds bij de zendmast linksaf’ en vervolgens verdwalen, als ik al van de grond zou raken. Maar goed.

Een van de geïnterviewden was een ambitieuze 23 jarige pilote. Net afgestudeerd, opgeleid voor het grote werk, Boeings en zo. Een mooie, enthousiaste meid, zo kwam ze over op de foto naast haar sportvliegtuigje, een type toestel gemaakt voor kunsten in de lucht. Marlotte, zo heette ze, wilde stuntvlieger worden en volgde momenteel een cursus. Gaaf, dacht ik, zo iemand die haar passie volgt, alles zo duidelijk voor ogen heeft. Met zo iemand zou ik durven meevliegen in haar 747, ook al was ze nog maar 23. Ik wilde net met een zucht de pagina omslaan toen mijn oog viel op de kleine lettertjes waar normaal gezien dingen staan als: ‘De namen van de geïnterviewden zijn om privacyredenen gefingeerd’. Nu stond er: ‘Op 22 oktober 2012  botsten boven Dronten twee vliegtuigjes in de lucht tegen elkaar. Een van de overledenen was Marlotte Dingemans die vlak daarvoor was geportretteerd voor dit artikel. De familie beschouwt dit portret als een eerbetoon.’

Ik kende dit meisje niet. En zo’n ongeluk is hoe dan ook verschrikkelijk. Vaak zijn het niet meer dan berichtjes in de krant, wanneer je erover leest. Maar het raakte me denk ik extra hard omdat ik, tot een paar regels te voren, er echt van overtuigd was dat het er ging komen, dat stuntteam, onder leiding van dit stoere meisje dat zo enthousiast aan het woord was in het artikel. Ik vond haar wel een held, een belofte. En nu is ze er niet meer.

‘Wij(?) zijn apetrots op dit kind, dat werkelijk heeft geleefd voor 200 procent. Alles uit de kast, genieten! Dit verhaal komt Lot toe. Ze wilde haar enthousiasme graag met de wereld delen,’ zo stond te lezen in het stukje met de kleine lettertjes, waarin de moeder van het meisje aan het woord werd gelaten. Wat mij betreft heeft ze dat, ook nu nog, bereikt.  Want voor mij is zo iemand als Marlotte een ware inspiratiebron, iemand die me meer aanzet tot nadenken dan bozige ministers die me proberen bang te maken inzake pensioenen en carrières. Deze meid leefde gewoon haar leven en deed wat ze wilde doen. Ze nam een enorm risico, maar ze deed het maar. Fantastisch. Mijn koffie was koud geworden. Dochter Anna kwam aangekropen, en hees zich overeind aan mijn broek (als in: meekomen, ik wil stappen). De zon scheen, de vogeltjes floten. Ik legde mijn tijdschrift opzij. Hoe zei Amelia Earhart het ook weer?’…Decide…whether or not the goal is worth the risks involved. If it is, stop worrying….”

sn_ts_122210_hdr1