Maandelijks archief: april 2013

Birthday boy

Standaard

Ik herinner me een moment drie jaar geleden, toen we na een half uur worstelen met de Maxi-Cosi en de autogordel de parkeergarage van het ziekenhuis uitreden, en werden bedolven onder een regen van bloesemblaadjes (en denkbeeldige vioolmuziek). Als om onze kersverse baby welkom te heten in de wijde wereld.

Een van de vele romantische momentjes die in schril contrast staan met de woedende peuter die nu het huishouden domineert. Even ter nuance: het is niet zo dat wij een permanent nukkig kind hebben. Hij is ook nog steeds lief en gezellig en heel erg enthousiast. Maar laatste tijd echter bereikten de driftaanvallen een soort van piek.

Ik was dan ook even perplex toen ik Louie, tussen al het ‘nee’ ‘niet!’ en ‘saai’ opeens ‘tof’ hoorde zeggen. De eerste keer dacht ik dat ik het niet goed had verstaan. Ik zei zoiets als: ‘Wat een mooie auto hè?’ en hij zei: ‘Tof!’ Maar onlangs wees ik hem, tijdens een educatief momentje in het park, de blaadjes in de beukenhaag aan. ‘Kijk, Louie, nieuwe blaadjes, het is lente!’ Waarop hij vrolijk reageerde: ‘Dat is tof hè, mama?’ Ik had het dus écht goed gehoord.

Toen ging hij ervandoor in zijn typische dribbelpasje, een eekhoorn achterna die tussen de grote bomen scharrelde, mij in verbazing achterlatend, zowel wat betreft zijn humeur als zijn plotselinge spraakontwikkeling. Zijn zonnige stemming hield een paar dagen aan en ik dacht dus: die is erdoor, vanaf nu kan ik weer normaal naar de winkel, het zwembad, of hem laten spelen met de auto’s van andere kinderen zonder dat ik wegga met een krijsend kind onder mijn armen. Gaat hij braaf met twee woorden spreken en wordt er niet meer tegengestribbeld bij zo’n beetje alles wat ik voorstel.

Die gedachte kwam op omdat mijn schoonmoeder zei: ‘Eens ze drie zijn, is het voorbij met de kuren.’ Ze heeft vier zoons, ze moet dus wel gelijk hebben. Maar ik ben blijkbaar  te vroeg gaan hopen. Want de verandering was van korte duur: een paar dagen na het voorval was het weer heel de tijd van: ‘Nee, niet! Of: ‘Nee, dat dacht ik niet hoor,’ (maar ook in volzinnen blijft het tegenstribbelen) werd er weer gejengeld en moest ik onderhandelen over het potje. In het kwadraat, alsof hij de schade in wilde halen. ik zal dus nog moeten wachten. Ook al is hij nu drie jaar. ‘En drie pakjes,’ zegt hij steeds, want dat heeft zijn opa uit Nederland beloofd. Die komt zaterdag. Dat is nog zoiets: hij begint dingen te onthouden. Ja, de kleine meneer maakt sprongen. Grote en dwarse.

Afbeelding

Advertenties

Kastjes

Standaard

We hebben, mede door de factor kinderen, soms wat problemen met beslissen over de inrichting. Zo is er een muur van speelgoed die oprukt in de woonkamer. In de woonbladen hebben de geïnterviewde koppels hier altijd handige en smaakvolle opbergoplossingen voor bedacht, iets wat ik ook graag zou willen. En daar begint het al: een op maat gemaakte boekenkast (in die reportages vaak ontworpen door een bevriend binnenhuisarchitect) of toch maar naar de Zweedse meubelgigant, een kei in opbergers?

We hebben ook nog geen gordijnen, omdat we denken  dat dit meer licht dan nodig wegneemt, en geen kunst, want we hebben nog niks  gevonden waar we wild enthousiast over zijn. Behalve het werk van een kunstenaar die iets sprookjesachtig moois doet met dieren. Prijzig wel, dus zo’n beslissing gaat ook niet over de spreekwoordelijke nacht ijs.

Maar vooral heb ik de laatste tijd een obsessie met ‘vintage meubels’. Ik heb van die vriendinnen die een talent hebben voor het verzamelen van tweedehands meubilair. Van het type: ‘Dit kastje ziet eruit alsof het van een Franse antiquair komt maar ik vond het voor 25 euro bij de timmerman’. Ik wil ook kastjes van 25 euro die je bij de timmerman of de kringloop tegen komt, maar er schijnt altijd iets magisch aan de hand te zijn met dit soort meubels. Je kunt er niet naar op zoek. Het is meer alsof ze  jou vinden, als het ware op je hebben gewacht. Onlangs had ik dit soort liefde-op-het-eerste-gezicht met een prachtige kledingkast -uit de jaren twintig of dertig denk ik- die ik zag staan in een tweedehandsmeubelzaak. Natuurlijk nét verkocht toen ik terug kwam om eindelijk eens iets te doen aan ons vintagemeubelprobleem.

Aan de woonreportages te zien moet het kunnen: én gezelligheid én kindproof. Een huis dat zelfs als er speelgoed, kranten, was en rommel rondslingeren (die bij die reportages waarschijnlijk voor de foto handig zijn weggewerkt in die ruime, zelfontworpen kasten) smaakvol oogt. Ik hoef echt geen huis als in een woonblad, noch iets wat rechtstreeks uit een catalogus komt- juist niet! Maar die kastjes en handige opbergoplossingen, daar heb ik iets mee.

Ik heb verder nooit de illusie gehad dat met kleine kinderen in huis je muren, meubels en tapijten gespaard bijven van snot, appelstroop, kots, of andere dingen die plakken, stinken of kruimelen. Maar soms zit ik er wel eens mee dat onze trots, een sloophouten eettafel, permanent bedekt  is met een plastic kleed omdat ik tot de ontdekking kwam dat, hoe solide ook, je aangekoekte spinazie- en appelhapjes moeilijk uit de groeven geschrobd krijgt.

Ik zal dus iets moeten doen. Misschien het plastic kleed toch wat vaker opbergen. Het advies inzake opbergers van Zweedse meubelgiganten ter harte nemen. En regelmatig naar de kringloop en op internet. In de hoop dat vintage kastjes door mij gevonden willen worden.

Afbeelding

(En we blijven ook sparen voor een prachtige Bert Want)

Baby McGyver

Standaard

Afbeelding

Het is weer de fase van uitkijken waar ik loop en wensen dat ik ogen op m’n rug heb. Of misschien van die facetogen, zoals een bromvlieg of spin ofzo. Dochter is nu al geen poppenmoedertje. Braaf ergens blijven zitten spelen met een paar blokjes: no way. Anna is een dolle puppy die van alles in haar mond propt en er dan in een sneltreinvaart op handen en voeten mee vandoor gaat. Soms gaat ze voor je zitten en kijkt je aan met  slof/speelgoed/papier etc. nog in haar mond alsof ze wil dat je het afpakt en ‘apport’ zegt.

Ze ontwikkelt een soort van voorliefde voor een plastic tomaat van de Albert-Heijn keukenmini’s die leuk stuitert-op zich niks mis mee- en stopcontacten. Hoewel die tegenwoordig beveiligd zijn ben ik er toch niet gerust op. Ook kauwt ze graag op speelgoedauto’s en – treinen van broer, tot zijn grote frustratie. En ze probeert te traplopen. Dit ontdekte ik te laat. Omdat ik, sufferd, even snel in een pan ging roeren en toen een bons, gevolgd door luid gekrijs, hoorde en een onderstebovengerolde baby met een bult op haar voorhoofd aan trof bij de onderste tree. Ik zeg het nu wat luchtig, maar allicht stond mijn hart een paar tellen stil en heb ik er nu weer een stel grijze haren bij. Gelukkig viel het allemaal mee.

Louie’s klimambities zijn nog steeds redelijk beperkt, en op de en of andere manier was het makkelijker hem in de gaten te houden toen hij nog rondkroop. Maar Anna is een  kruising tussen een baby-McGyver en Spiderman. Soms denk ik wel eens dat ze stiekem aan het ontwerp van een superkatapult werkt of bedenkt hoe je het best met lakens uit het raam klimt. Ik kan dus momenteel weinig tot niks doen in huis wanneer mevrouw rondscharrelt, tenzij ik haar in de box zet waar ze zich vastgrijpt aan de spijlen en een soort van hiphopdansje doet, in combinatie met boos gejammer omdat ze eruit wil. Heb ik geluk, dan gaat ze braaf spelen.

We moeten erg om haar lachen en zeggen voor de grap dat ze later vast lid wordt van het Super-G skiteam of, inderdaad, Spiderwoman. Maar de kans bestaat natuurlijk dat ze, eens wat ouder, toch om zo’n enge Baby-Born pop vraagt en gewoon in het zand taartjes bakt (Dat leek me zo heerlijk. En ik dan met de picknick er naast. Maar met Louie lukte het niet en mevrouw smeert ‘m ook gewoon). Wat het ook zal zijn, ik laat haar maar, ondertussen brandt het eten aan, blijft de krant ongelezen en in plaats van theetje drinken wil ze apenkooien met mama. Ook prima. En ondertussen probeer ik vooral geen verwachtingen te koesteren.