Maandelijks archief: februari 2013

griezelboek

Standaard

Ik ben bezig aan een boek. Mijn plan is -zonder al teveel over het onderwerp te willen verraden- een soort spookverhaal te schrijven, tegen een historische achtergrond, met hier en daar ook horrorelementen. En daar heb ik momenteel een probleem mee.

Sinds mijn vroege jeugd ben ik fan van alles wat met griezelen te maken heeft. Ik herinner me dat mijn moeder ooit een bladzijde in een kindertijdschrift moest afplakken omdat er een vampier (of liever: iemand verkleed als) in stond, maar ondertussen vond ik het razend spannend. Toen we ons in de tweede klas lagere school door muziek moesten laten inspireren tot een verhaal, schreef ik bij een dramatisch klassiek stuk over ‘bloed dat van een stoel droop’.

Iets ouder keek ik samen met mijn beste vriendinnetje naar (heel slechte) horrorfilms op tv als haar ouders uit waren. Een van de eerste was ‘Die Nacht der Reitenden Leichen’. Een Italiaanse (Duits nagesynchroniseerde) film uit de jaren zeventig over een groepje vrienden dat ruzie krijgt tijdens hun gezamenlijke vakantie, waarop een van de vrienden (een brunette die met een blonde deerne in competitie lag over een van de mannen in het clubje) boos met de trein vertrekt. Onderweg stapt ze uit bij een verlaten ruïne van een middeleeuws kasteel om de nacht door de brengen, wat ze doet in de catacomben, in haar slaapzak en slechts gekleed in een luchtige doorschijnende babydoll, met alleen een draagbare radio (en haar zaklamp!) als gezelschap. Dit alles moest een soort logische beslissing lijken, wat het natuurlijk niet was. Maar de film was naast griezelig geloof ik ook sexy bedoeld, al vonden wij het volstrekt hilarisch: ergens in je blote tieten in een kerker gaan liggen, duh, dat was vragen om problemen.

Het duurt natuurlijk nog geen halve minuut-waarin het slachtoffer zenuwachtig rondkijkt- of er wordt ingezoomd op een grafzerk, een rottende hand komt tevoorschijn, en niet veel later staat er een heel legertje zombies  te half vergaan paard klaar om de wulpse dame te grazen te nemen. Ze zet het – in haar witte babydoll- op een lopen, maar niet voor lang.

Het feit dat mij dit alles nog zo goed herinner, geeft wel weer dat het, ondanks het niveau van de film, toch indruk heeft gemaakt. Ik sliep er nachten niet van. Die rottende lijken waren natuurlijk stiekem best wel eng. En mijn fantasie ging er volledig mee op de loop. Vooral omdat de zombies eigenlijk door zwarte magie tot leven gewekte tempelridders waren, en die hadden toch echt bestaan! Mysterie, spookverhalen en griezelfilms- en boeken, het kon me altijd blijven boeien.

Totdat ik kinderen kreeg. Ik herinner me dat ik zwanger van mini 1 met man naar de nieuwste Quentin Tarantino ging ( niet eens horror) en we beiden helemaal onpasselijk werden van de bruutheid ervan. Na het zien van de in mijn ogen engste film aller tijden -Insidious (google maar eens) , was het met griezelfilms ook gedaan.

Helaas sinds een poosje dus ook met mijn inspiratie. Hoe nu verder? Ik weet het niet. Ik probeer het wel: ik kan het toch niet laten ‘Walking Dead’ te kijken, en ‘Grimm’ is gewoon een goeie serie. Maar helemaal onbevangen griezelen, het lukt me niet meer, laat staan erover fantaseren. Dus ofwel vind ik er een interessante weg in, ofwel verschijnt er over een poos een hopeloos foute kasteelroman van mijn hand.

Afbeelding

Aside

Ik heb dus een kind dat niet graag naar de speeltuin gaat. Wilde hij vroeger occasioneel nog wel eens van de glijbaan, een beetje in het zand dabben en was hij een poosje bezeten van de ‘mommel’, als ik hem nu voorstel ernaartoe te gaan – ‘Lekker spelen, kom op!’ – roept hij heel hard: ‘Neeeehheee, Nee, NEE!

Dus terwijl ik dan soms al zo’n beetje onnozel aan het klimrek hing (alsof hij zelf niet zou begrijpen wat de bedoeling is) met een schreeuwend kind voor me, zijn zusje vanuit de buggy verbaasd toekijkend, realiseerde ik me: er klopt hier iets niet.Waarom was ik hier mij kind aan het overtuigen van iets wat hij logischerwijs zelf leuk zou moeten vinden? Hoe het ook komen mocht, moe dwarse bui, whatever,  hij vindt er echt geen bal aan.

Louie kan ook wel eens tegensputteren als ik überhaupt met hem weg wil, maar eenmaal buiten draaft ‘ie met zijn korte beentjes, af en toe struikelend over zijn laarsjes,  doelgericht naar het park. Daar aangekomen neemt hij zijn vaste route: richting uitgang aan de andere kant, waar de trams zijn. ‘Tram sien’ zegt hij dan gebiedend. En dan gaan we naar de tram zien. En nog een. En nog een. En na zijn dagelijkse dosis wielen wandelt hij weer braaf mee, tegenwoordig zelfs op een loopfiets, waar hij ook heel lang om ons onduidelijke redenen niks van moest hebben.

Het zal dus wel weer een of andere fase zijn, en ondertussen haal ik mijn schouders op bij de verbaasde blikken van andere moeders, vaders en kinderen wanneer wij zonder aarzelen aan het speelparadijs voorbijgaan.

Afbeelding

Buiten spelen

Dagboek voor mijn dochter

Standaard

Ik schrijf, maar veel te weinig over jou. Niet hoe over hoe je altijd lacht, ook als het midden in de nacht is en ik dacht dat je sliep, en ik je koppie tussen de spijlen zie, een grote grijns op je gezichtje. Of over hoe je, met je halve tand, in mijn neus probeert te bijten. Niet over je favoriete bezigheden: je broer zijn speelgoed afpakken, en proberen overal naartoe te kruipen, om alles binnen handbereik te onderzoeken. Niet over je tevreden knorrende geluidjes als je met je tut op schoot zit. Groentepap vindt je maar niks, je wilt vooral hebben wat je broertje eet. En als dat niet kan, volgt er gefrustreerd gegil. Tegenwoordig sabbel je al op broodkorsten.

Ik heb het nog niet eens gehad over hoe je, zeven maanden oud, in de box probeert te staan, wat je dat afgelopen week voor de eerste keer voor elkaar hebt gekregen (en als het niet lukt, volgt er een hoop herrie).

Je kunt ook ‘dada’ zwaaien, wat we zo schattig vinden dat we het tot in den treure met je hebben geoefend, en ik denk dat je er nu niks meer aan vindt. Behalve als je broer het nog eens voordoet. Je adoreert hem, al beet hij laatst nog in je hand, ik kon de tandafdrukjes zien staan. Ik werd boos, maar eigenlijk deed ie het omdat ie van je houdt, hoor. Ook hij is nog klein, natuurlijk.

Er ligt een dagboekje naast mijn bed en vroeger schreef ik er bijna elke dag in, ook al was het soms niet goed leesbaar omdat ik liggend niet goed kan schrijven en sowieso een beroerd handschrift heb. Maar nu neem ik er veel te weinig tijd voor. Geen, dus eigenlijk. Wanneer ik in de buurt van mijn nachtkastje ben, rust mijn hoofd al op het kussen, en komt er niks van dat dagboek bijhouden.

Maar ik wil natuurlijk niet dat wanneer jullie ouder zijn en vragen ‘Mama wanneer kon ik eigenlijk zitten/at ik fruit/ zei ik mijn eerste woordje’ of ‘braakte ik jou wel eens onder’ ik daar bij je broer antwoord op kan geven en bij jou niet. Eerlijkheid gebied me te zeggen dat ik nu al veel moet opzoeken, als ik jullie weer eens vergelijk want het is ongelofelijk hoe snel je dingen vergeet.  Ik heb foto’s en tekst over je broertje, maar toen ik een foto van hem zag, net een jaar oud, kon ik me al niet goed meer herinneren hoe hij toen precies was. En zelfs jij bent alweer een compleet ander mensje dan een aantal maanden terug.

Dus het ligt niet aan jou, als ik toch iets niet meer weet. Want juist omdat het zo snel gaat probeer ik jullie zo bewust mogelijk mee te maken, al is er een periode geweest dat onze hersenactiviteit vooral bepaald werd door gebrek aan slaap. Je bent ook zeer zeker niet minder belangrijk dan je broertje, want ik hoor wel eens dat sommige kinderen met oudere broers of zussen dat denken. Hoe dan ook, ik zal mijn best doen de details over jouw leven beter bij te houden. Want ik weet dat je ernaar zult gaan vragen, en het is het enige dat ik kan doen om herinneringen levend te houden. Je zult je niet meer kunnen voorstellen dat je ooit zo klein was. En ik zal een beetje heimwee hebben.