Maandelijks archief: november 2012

baby food processing

Standaard

Net als zoveel nieuwbakken moeders ben ik een freak als het aan komt op het eten van mijn kinderen, dus toen zoonlief mocht beginnen aan vast voedsel, was alleen het beste goed genoeg. Dat betekende: met een babycook iedere dag verse groenten- en fruitprut bereiden. Ik had natuurlijk ook zo’n beetje ieder boek en iedere website erop nageslagen om te weten hoe je kinderen ’t beste aan het eten kreeg. Zo  werd mij verteld dat je het beste vers klaarmaakte en potjes des duivels zijn want die stimuleren de smaak- en kauwontwikkeling niet genoeg. Zelfs invriezen deed ik zelden.

Inmiddels ben ik minder fanatiek. Ik bedoel: op je hotelkamer gaan staan prutsen met die stoomkoker, omdat je persé vers wilt en zo paranoïde bent te denken dat je kind na het proeven van een potje Olvarit (wat naar gymschoenen ruikt, dus die koop ik eigenlijk nooit) of Hipp nooit meer iets anders blieft of geen stukjes gaat eten: dat soort taferelen had ik na een tijdje wel gezien. Te ingewikkeld. Dus zo kreeg de kleine ook wel eens een potje, als we haast hadden of onderweg waren.

Er schijnt trouwens een heel ‘makkelijke’ manier te zijn waarbij je baby’s gewoon stukjes gekookte groenten aanbiedt, die de ‘Raplymethode’ heet, en is uitgevonden door een verpleegster die beweert dat op deze manier baby’s optimaal leren eten. Dit kwam me nogal onlogisch voor. Een zuigeling heet toch niet voor niets zo, en bejaarden zonder tanden laat je toch ook geen hompen broccoli of wortel weg knagen?

Louie vond de Hipp-potjes trouwens inderdaad vaak lekkerder dan mijn verse groentenbrij. Het klopt wel dat de smaak ervan eentonig is: of het nu het macaronihapje of de couscous met groenten is, het heeft altijd een wat weeïge tomatensmaak. Maar laten we wel wezen, broccoli, courgette of sperzieboontjes gemengd met aardappel smaakt toch ook naar niks. En daarbij  was er steeds weer iets anders wat hij eerst wel lustte en later weer niet.

Zo at hij zelfs een periode braaf spruiten. Ik was natuurlijk erg trots en ging er vanuit dat dit volledig mijn verdienste was, omdat ik ook tijdens de zwangerschap en borstvoeding braaf zo gevarieerd was blijven eten en zo vaak vers kookte. Ik juichte natuurlijk te vroeg, want tegenwoordig eet hij groenten amper. Broccoli krijg ik er alleen in als ik het vermeng met Tikka-massala curry, en sperziebonen mogen niet te gaar zijn. Spinazie alleen als ik het vermeng met puree en dan wel dusdanig in de foodprocessor dat je niks meer merkt van de enigszins slijmerige blaadjes, want dan eet ‘ie het niet. En het liefst wil ie altijd mayonaise -wat hij ‘mees’ noemt- over zijn aardappeltjes, of ‘petsjup’ (en wat hij niet krijgt, dus: strijd)

Een ander ding was het Vooral -Geen- Suiker-principe, want owee als hij daar gewend aan zou raken. Dus het eerste jaar probeerde ik het met rijstwafels en biokoekjes. Maar Louie vond die niet te vreten, En ik wist dat mijn principe sneuvelde op het moment dat ik hem  bij mijn schoonmoeder glunderend aantrof met een mini-stroopwafel in zijn knuist.

Dochterlief had een moeilijke start qua spijsvertering, maar nu dat goed loopt mag zij ook groenten- en fruitmoes proberen. Een baby die vast voedsel leert eten leren eten heeft iets hulpeloos vind ik; als een giraffenweesje dat de fles krijgt van de dierenverzorger. Het is aandoenlijk om te zien en een hoop geknoei. Ik ervaar weer dat geen enkele slab daartegen bestand is. Ik zou haar beter een slagersschort en kaplaarsjes aan trekken, gezien het moeras dat iedere keer ontstaat rondom haar. Ze laat de wortelprut gewoon langs haar mondhoeken naar buiten stromen, en kijkt me daarbij aan alsof ik haar spul uit de compostbak probeer te voeren. Maar goed, ze moeten schijnbaar vaak proberen, eer  je mag concluderen dat een kind echt  iets niet lust. Er is dus nog hoop, en in de tussentijd draait de babycook overuren….

louie&cake

 

Advertenties

Back to school

Standaard

Het is een moment waarop ik mijn 2,5-jarige zoon niet kon voorbereiden, omdat kleine kinderen nou eenmaal niet veel begrijpen van concepten als ‘morgen’ of ‘straks’. Dus ik hield mijn hart vast voor het moment waarop we voor het eerst de poort door zouden lopen van het schooltje in onze straat en waar we al honderd keer voorbij waren gekomen. Al had ik het vaak proberen uit te leggen tijdens die wandelingetjes: “Louie,” had ik gezegd, “Louie, straks mag je hier naar school, met de kindjes spelen!” “Niet met de kindjes pele!” was daarop het hartgrondige antwoord, want ik krijg nooit zomaar ergens een ‘ja’ op tegenwoordig, tenzij ik hem rozijnen beloof of een Thomas-De-Trein-filmpje.

Dus was ik de avond tevoren degene die zenuwachtig was, want hoe zou hij reageren? Twee-en-een-half jaar was hij bij mij geweest, lazen we ’s ochtends een boekje op de bank en dronken een flesje melk (hij dan) en staarde hij daarna, met Beest in zijn mond, nog een half uur naar buiten. Of hij ging meteen spelen, terwijl ik me aankleedde. Of ik gaf hem een boterham terwijl we naar het park liepen. We zijn dus niet echt gewend aan routine, hij en ik. Nu ging om zeven uur de wekker, trok ik eerst wakkere zus een schoon pakje aan, smeerde ik boterhammen, plukte ik een versuft jongetje uit bed dat nogal tegenspartelde bij dit nieuwe ochtendritueel, plus mijn hele eigen aankleed-opruim-en ontbijtroutine. En moest ik het versufte jongetje voortdurend aansporen: “Ko-hom- nou!” Want hij slaagt er in een half uur te doen over een afstand van 100 meter, als je hem laat doen. Maar hee, we waren op tijd. Louie stoof meteen het overvolle schoolpleintje op, Anna gilde in de buggy omdat ze schrok van de herrie en opeens allemaal nieuwsgierige kinderhoofdjes boven zich zag die die baby wel eens wilden zien. Louie was ik kwijt toen ik een seconde later opkeek.

Ik vind 2,5 jaar vroeg voor ‘school’ , vijf dagen in de week, zelfs al zijn het halve dagen. Ik had er dus al bedenkingen bij, en vroeg me af of ik wel afstand kon doen van mijn kleine makker, die daar in het geheel niet mee bezig leek te zijn. Hij had een speeltoestel met een glijbaan ontdekt, waar hij heen draafde, Beest zielig aan een poot uit zijn mond bungelend. In het tumult en de chaos op het schoolplein vond ik zijn klasje, en even later ook mijn zoon zelf weer, die nu toch wat paniekerig om zich heen keek, tot hij me zag.

Enthousiast rende hij langs me heen een lokaaltje binnen met een stuk of twintig kindjes die braaf en stil in een kring zaten, te wachten op wat komen ging. Dit bleek het verkeerde klasje. In het juiste lokaaltje waar mijn zoon even enthousiast binnen rende, zaten een stuk of vijftien kindjes erg hard te huilen (de overige vijf keken verdwaasd om zich heen) en te wachten op wat komen ging. Ik stond nog op de gang, terwijl Louie een minuut later verrukt naar buiten kwam met een grote plastic Thomas-de-Trein die hij me liet zien, waarop hij zich weer omdraaide en ging spelen, het jankende grut in de kring verbaasd bekijkend. Hij snapte er niks van, maar besloot dat er te veel speelgoed was dat onderzocht moest worden. Ondertussen had ik zelf tranen in mijn ogen om al deze hartverscheurend huilende kindertjes, een jongetje moest zelfs gillend en wel van zijn mama af gepeld worden. “We houden het afscheid kort,” gebood de juf me.

Ik was  in de veronderstelling dat ouders bij een kennismaking mochten blijven en moest hier even van slikken. Let wel: we spreken hier over drie uurtjes waarin peuters spelen en liedjes zingen enzo, niet over kinderarbeid in een Chinese fabriek, maar toch.  En het was mijn zoon die nog steeds te druk was met spelen toen ik hem een kus op zijn wang drukte en zei dat ik snel terug zou komen, en mijn hart zwol van trots. Ik besloot ook niet kinderachtig te zijn en draaide me zonder omkijken om. Drie uur later haalde ik hem op. De juf vroeg of ik even wilde blijven. Ze vertelde me voorzichtig dat hij in het geheel niet had willen blijven zitten, niet op de bank tijdens een verhaaltje en niet op het toiletje in een hokje in de hoek van de klas. Dat ze merkte dat hij misschien toch nog wat jong was, omdat hij nog niet echt meedeed.

Ik keek naar mijn zoon, die helemaal hyper door het lokaaltje stuiterde, speelgoed uit dozen haalde en ook vrijpostig de spullen van juf haar bureautje greep en de lunchdoosjes van de andere kindjes wilde openmaken.Twee maanden kunnen een hoop verschil maken, zei ze me ook nog. Komt ie na de kerst gewoon terug. En toch ben ik trots. Op mijn kleine vent die in het geheel niet bang is en een onderzoekende geest heeft. En stiekem ook een beetje opgelucht. Nog even bij mij. Want ik begrijp concepten als ‘straks’ ‘morgen’ of ‘over twee maanden’ maar al te goed. De tijd gaat veel te vlug.