Maandelijks archief: oktober 2012

Geen zombie met Halloween?

Standaard

De roze wolk gaat hand in hand met een chronisch slaaptekort, een periode waarin tijd noch ruimte meer lijkt te bestaan. Ook wel het ‘zombie tijdperk’ geheten.

Zo doen wij het al een hele poos met slechts drie uur ononderbroken slaap per nacht. De rest van de tijd zijn we zo’n beetje elk uur wakker, door onze dochter die het concept van doorslapen maar niet lijkt te vatten, en wat wil drinken. Dan haal ik haar maar uit haar bedje, dat in de hoek van onze kamer staat en leg haar naast me. En om zes uur begint ze dan als een enthousiaste Jack Russel te spartelen en probeert in mijn vingers of wat ze ook maar te pakken krijgt te happen, blij en luid kirrend.

Nee, je kunt dan onmogelijk boos zijn, maar het gevolg is wel dat je niet meer functioneert. Ik bevind me tegenwoordig regelmatig op plaatsen waarvan ik me afvraag wat ik daar ook alweer kwam doen (de supermarkt, de keuken) ik begin mensen af te katten en sleep me met moeite door de dagen. En opeens is het dan alweer dinsdag.

Nadat ik onze kleine nachtvlinder eens ergens op een zeer vroeg uur met een knagend schuldgevoel met bed en al in de keuken had geparkeerd (wat ik minuut volhield en waarna ik haar toch maar op mijn arm in slaap liet vallen) besloot ik dat het niet meer kon zo. Niet voor niets is iemand wakker houden een van de bekendste en effectiefste martelmethoden.

Weinig slaap is tot daar aan toe, maar als dit ervoor zorgt dat je verder nergens meer energie voor hebt, de deur niet meer uit wil en overweegt je kind in de garage te parkeren omdat je uit wanhoop niet meer weet wat te doen, dan moet er iets veranderen.

En zo geschiedde. Ik toog naar een lactatietdeskundige, een beetje een enge term voor een vroedvrouw die alles weet van borstvoeding. Een daadkrachtige en lieve mevrouw die naar mijn verhaal luisterde, en concludeerde dat het tijd werd iets strenger voor ons meisje te worden. Ze was goed op gewicht, had verder geen klachten en zou, als ik ofwel ’s avonds groentepap ging geven ofwel een fles ingedikte voeding, toch wel een aantal uren moeten toekomen. Met andere woorden: “Laat haar maar eens wat piepen, want ze is het gewoon geworden steeds wakker te zijn en dan eten te krijgen, dat moet je haar nu afleren.”

Natuurlijk was die gedachte ook al eens door me heen gegaan, maar ik ben dan zo iemand die bang is haar dochter een emotioneel trauma te bezorgen, zoals je dat in opvoedboeken kunt lezen (bioloog Desmond Morris heeft trouwens een prachtig boek over de  ontwikkeling van baby’s, waar ik me erg in kan vinden). Maar de expert stelde me gerust.”Je verwaarloost haar toch niet? Dit is een gelukkig kind. Je moet gewoon even kort op de bal spelen.Tenslotte ben je er altijd voor haar, dat weet ze heus wel.” En van iemand die 1200 gezinnen per jaar ziet, wil je dat wel aannemen.

Willen wij dus onze nachtrust terug, dan moet Anna in haar eigen bed en Cold Turky van de tiet, in ieder geval in de uren dat er geslapen moet worden. “Het kunnen een paar lastige nachten worden.” waarschuwde de lactatiemevrouw nog. Toch had ik er nog mijn bedenkingen bij, want wat als ze het heel de nacht op een krijsen ging zetten? Niet gaan kijken zou ik niet volhouden.

Maar het viel mee. Vannacht was de eerste nacht, waarop we haar met reiswieg en al in de box hebben gezet- ze slaapt bij gebrek aan ruimte normaal gesproken in onze kamer. Ze heeft een minuut of twintig gepiept, en sliep toen weer. Vanmiddag sliep ze, met tussenpozen, opeens drie uur, en ook nu ligt ze al drie uur ontspannen te knorren. Ze heeft wat in te halen. En ik vind mezelf niet meer gemeen. Want voor mijn dochter is slapen gezond, en ik vind mezelf uitgerust ook een veel leukere moeder. Hopelijk is het zombietijdperk snel ten einde.

Afbeelding

Positive Parenting

Standaard

Doe je schoenen maar uit! Doe maar uit je schoenen, ja. Doe jij je schoentjes uit? Eerst het klittenband, zo ja. Doe ze maar UIT. En nu je sokken. Je sokjes ja. Doe je je sokken uit? Nee lief, je mag je zusje niet in haar oog prikken. Anna’tje is nog zo klein. Aaien mag wel. Kijk zo, aai, aai. Ja. Een kusje mag ook. Nee! Geen kopstoot! En niet bovenop haar gaan liggen. Anna is nog een baby hè? Dat vindt ze niet fijn, als je dat doet. Dan heeft Anna pijn. Ja, Anna weent. Geef haar maar een kus. Nee! Voorzichtig! Da’s veel te hard! Zachtjes, zo. Ja. Voorzichtig!

Ik heb ooit eens een doorgewinterde feministe op tv horen zeggen dat ze “opvoeden helemaal niet moeilijk vond. Gewoon een beetje bijsturen hier en daar.” Of deze mevrouw kinderen had? ze beweerde van wel. Toen de camera inzoomde op haar in de studio aanwezige kroost, vertelde ze er luchtig bij dat de tieners sinds enkele jaren haar stiefkinderen waren. Gelukkig, dacht ik. Gewoon weer iemand die je een schuldgevoel wil aanpraten over hoe je je tijd besteedt. Want hier hadden de papa en ex-echtgenote lijkt me al het nodige voorwerk verricht. Niemand maakt mij wijs dat er kinderen bestaan die na een keer iets gehoord te hebben gekregen, dit commando ook meteen uitvoeren, tenzij het per toeval is of als het robots zijn. Zoiets als die lichtsystemen in huis die aangaan als je klapt, of reageren op spraak. ‘Licht alstublieft!’  Mooi hoor. Maar dat lukt zelfs Cesar Millan niet met de meest brave huishond.

Speaking of which, de laatste tijd kreeg mijn opvoedingstactiek wel  iets van een hondentraining. Omdat mijn nieuwsgierige pup niet altijd meteen reageert op wat ik zeg, betrap ik me er wel eens op dat ik in het park heel hard ‘Kom hier!’ ‘Kom hier!’ sta te papegaaien. En laatst, toen ik Louie vroeg of hij nu eindelijk mee de trap af wilde komen, – ondertussen lag zijn zuster gillend in de box beneden en dat maakte me lichtelijk nerveus-, zag ik mezelf opeens van een afstandje en schaamde me. Dit kon toch niet de bedoeling zijn? Geen wonder dat ie niet luisterde.

Het komt ook omdat ik tegen het soort onderhandelingsopvoeding ben waarbij men met peuters uitgebreid in discussie gaat. In de speeltuin zie ik het wel eens. Het betreffende kind wordt dan vaak na een zalvende uitleg plus allerlei beloftes (snoep, bijvoorbeeld) van een halfuur alsnog krijsend uit het schommeltje getrokken. Ik ben meer voor duidelijkheid. Dus na een paar keer vriendelijk ‘We gaan over vijf minuten naar huis,” en “We gaan nu weer naar huis want het is tijd voor je dutje.” zonder resultaat ga ik tot actie over. Ofwel neem ik hem ook mee onder mijn arm ofwel zeg ik “Dag jongen!” En dan komt hij zelf. Of niet, want hij heeft het zich-languit-op de grond-werpen inmiddels ook onder de knie, en zal niet opstaan omdat hij ziet dat je doorloopt. Dat is wel lastig.

Misschien ben ik dus soms wel te snel. Terwijl ik helemaal niet als een overspannen militair aan het commanderen wil slaan, gebeurt het soms toch. Omdat we ergens naartoe moeten, zijn zus wil eten of ik niet wil dat hij de straat oversteekt ofzo. Bij Louie lijkt trouwens een soort van omgekeerde psychologie beter te werken: hoe minder aandacht ik besteed aan hetgeen ik wil dat hij doet, hoe beter het werkt. Met een vork eten bijvoorbeeld, doet hij vooral als je niet kijkt. Zodra je hem prijst over het feit dat hij er een stukje aardappel of een boontje aan prikt, is de kans des te groter dat hij zijn bestek gillend door de kamer smijt. Idem rijden op een fietsje. Hij vindt dat dus stom, en als hij er dan toch eens op zit en wij er juichend naast staan,  stapt hij er met een boos gezicht vanaf. Hier hapert triple P- opvoeden dus schromelijk.

Opvoeden is herhalen, hoor ik wel eens. Maar Positive Parenting vereist dat je met je geduld tot het alleruiterste en weer terug gaat. Helemaal nu het tijd wordt voor zindelijkheidstraining. Ik denk dat het me nog eerder lukt een zeeleeuw in het circus een bal op zijn neus te laten balanceren. Aan het gedrag (beentjes over elkaar, beetje wringen) kan ik zien dat hij zijn plas best wil ophouden als ik ‘m zonder pamper laat lopen. Maar zodra ik hem richting pot dirigeer, wordt er hevig geprotesteerd.

Mijn kind verandert in een plankje, denk maar niet dat hij gaat zitten. Aandringen doe ik dan maar niet, ik wil niet dat ie een plasprobleem krijgt. Ik probeer het ook met het geijkte stickertjes plakken, maar dat snapt hij niet. Dus dan wachten we maar weer een poosje. Overal hoor en lees ik dat de meeste kindjes trouwens veel later zindelijk zijn dan op hun 2,5 jaar, en dat het, op het juiste moment, vrijwel vanzelf gaat. En iets zegt me, dat dit niet gaat gebeuren in de vier weken die ik nog heb eer het zover zou moeten zijn. Hoewel. Een tijdje terug probeerde ik hem  dingen in de prullenbak te laten gooien. Iets waar hij nu de lol van in ziet. Er is nog hoop.

Louie en de molshoop

Louie aan het dabben in en om een molshoop.

Lasagne van Tante Joke

Standaard

Tot voor kort aten wij iedere maandagavond bij mijn schoonouders. Dat is nu dinsdagavond geworden, maar dat terzijde. Eerst wilde schoonmama het hele event maar helemaal afschaffen, wegens de steeds grotere omvang van de familie. Maar ze kan het niet laten. Koken voor twaalf man.

Ze kookt dan ook geweldig. Ze gaf er ooit les in en heeft een diploma vis bereiden behaald via de koksopleiding. Iedere week tovert ze weer een maaltijd op tafel, variërend van zuurkool met spekjes, verse vol- au -vent tot varkenshaas met sinaasappelsaus, meestal ook nog met een salade naast de verse groentjes erbij. “Dat is nikske” zegt ze als je haar bedankt voor het eten, en vervolgens: “Het is maar iets simpels”. En dan gaat ze weer verder met roeren in een pan of dingen in de oven zetten, of thee maken voor het hele spul, terwijl ze ondertussen snotneuzen afveegt (van de kleinkindjes), discussieert over iets uit de krant, een baby op de arm heeft of een was vouwt.

Ik ben zelf geen huishoudelijk wonder dus van dit alles altijd zeer onder de indruk. Zeker omdat ze er, voor zo’n avond, al een dag met allerlei administratieve taken op heeft zitten, op de kleinkinderen heeft gepast en/of een muur geschilderd en het huishouden deed. Ze heeft in de vier jaar dat ik haar ken maar één keer de puf niet gehad en Chinees op tafel gezet. Ook een keer worstenbrood en appelbollen. Die ik sindsdien niet meer lust, omdat ik juist  op die dag voor het eerst hoorde van de ‘verloren maandag’ -traditie (heeft iemand trouwens een idee waar dit vandaan komt?) en toen echt een overkill aan worstenbrood en appelbollen heb gegeten.

Normaal gezien komen er alleen verse ingrediënten op tafel. Maakt ze vooraf een soep of een ander voorgerecht, een andere keer een dessert. Een tarte tatin, verse fruitsalade, cake met aardbeiensaus of een bosbessentaart, en ooit een legendarische Sacher Torte, die nog steeds op mijn ‘ wishlist’ van recepten staat. Een van mijn favoriete hoofdgerechten is ‘Lasagne van tante Joke’, waar nog net niet om gevochten wordt wanneer ‘ie op tafel komt.  En altijd als er lasagne op het menu staat en ik vraag naar het recept dan zegt schoonmama: ‘Ja maar nee,’ (dat is zo’n stopzinnetje) ‘Ja maar nee, dat komt van tante Joke, die heeft in Italië gewoond’. Ze is dan zo druk dat ze de eigenlijke vraag weer vergeet, en zo blijf ik in het ongewisse over die geheime touch die er voor zorgt dat de lasagne van tante Joke ver uitstijgt boven de kleffe inspiratieloze eetcafe-brij waar ik het altijd mee associeerde voordat mijn schoonmoeder het me voorschotelde.

Het zit ‘m er vast in dat tante Joke het recept first hand uit Italië meebracht natuurlijk, maar, zo bleek, ook omdat de kennissen die hun versie aan tante Joke prijsgaven, er erwtjes en spinazie door doen en geen champignons en wortels, bijvoorbeeld. En ze maken de béchamelsaus lichter door minder kaas. Maar erwtjes en spinazie, ik zeg het je. Ik heb nog wel eens  goede lasagne gegeten, maar niet zo goed als deze. Ik vind het trouwens ook maar eens tijd voor een dikke dankjewel aan schoonmama Christine, voor alle keren dat ze kookt en babysit, mijn inspiratiebron op dagen dat ik niet meer uit mijn ogen kan kijken en toch iets op tafel moet zetten (en ook wat betreft het relativeren van het runnen van een huishouden en het geven van praktische tips, maar dat is weer een ander verhaal).

(P.S: voor de nieuwsgierigen: hierbij een linkje naar het recept van Jeroen Meeus: http://www.een.be/programmas/dagelijkse-kost/recepten/lasagne. Ik hoor je denken: ‘Oh nee, niet van zo’n tv-kok.’ maar het is een lekker recept. Ik vergeet steeds met welk laagje je nu een lasagne begint, zo vond ik de versie van Jeroen. Ik heb alleen een verandering aangebracht, en de tomatensaus heel basic gehouden (saus, gehakt, uitje, knoflook en een scheut rode wijn, en in plaats van de groenten in de saus te verwerken breng ik apart twee laagjes erwtjes en verse spinazie (van te voren geslonken in de pan) aan. Bij de klassieke béchamelsaus doe ik minder kaas, zo smaakt het minder machtig. Zo lijkt ’t wel op de lasagne van tante Joke. Een heel moeilijk recept is het niet, en toch is er iets mee dat maakt dat ik mijn lasagne zo het liefst eet. Het exacte recept? Ik zal er wel nooit achter komen. Of misschien is het gewoon dat ‘ie nog lekkerder smaakt als mijn schoonmoeder hem heeft gemaakt.

Afbeelding