Beestjes

Standaard

‘Bzzzz,’ zegt Louie terwijl hij de keuken in komt lopen met een ernstig gezichtje. ‘Bzzzz.’ Ik kijk hem onderzoekend aan, de pollepel nog half in de pan tomatensoep. Wat heeft hij daar in zijn hand? Bij een tweejarige kun je daar maar beter alert op zijn. ‘Bzzzz,’ zegt hij nog eens en legt zijn kleine trofee  -als een hond die zijn jachtvangst aanbrengt- voor me op de grond.

Het is een kever. Een kakkerlakachtige kever met lange voelsprieten, die nu, liggend op zijn rug, wanhopig trappelt om overeind te komen, al kan ik aan een hier en daar geknakt pootje al zien dat hij Louie’s verrassingsaanval niet gaat overleven. ‘Ja, dat is een mooi beestje dat je daar hebt gevangen,’ prijs ik hem, me ondertussen afvragend hoe hij dat voor elkaar gekregen heeft. ‘Bij,’ wijst hij, een vingertje uitgestrekt naar het spartelende beest op de grond. Sinds hij weet dat een bij ‘bzzzz’ doet (geleerd uit zijn Bumba-boek) noemt hij elk insect ‘bij’. Vandaar mijn gealarmeerde reactie, want stel dat hij op een dag echt een steekbeest te pakken heeft. Dat is al eens gebeurd, alleen vond de betreffende wesp hem toen eerst, en dat was erg zielig. Voor mijn zoon, welteverstaan, die  in zijn gezicht werd gestoken en op dat moment nog nooit eerder een dergelijke confrontatie met pijn had ondergaan.

Nu port hij de kever die voor hem op de grond ligt. Wat is wijsheid, bedenk ik me. Ik wil zo snel mogelijk van dat gore beest af, waarvan Louie denkt dat het speelgoed is. ‘Kom maar, we zetten het beestje buiten,’ zeg ik op mijn meest educatieve toon, en samen brengen we het kreupele dier naar het terras, waar het vluchtig hinkend en met een geknakte voelspriet, het hazenpad kiest. Ziezo. Opgeruimd staat netjes. Louie verlegt zijn aandacht weer naar de Duplo.

Als ik wat later even op de bank zit, zie ik vanuit mijn ooghoek iets wegvliegen. En Louie ziet weer iets op het parket, wat hij met zijn kleine vingertjes probeert te grijpen. Nog meer kevers. ‘Bzzzz,’ doet mijn zoon maar weer eens. Het zou zo maar het onheilspellend begin van een horrorfilm kunnen zijn. Waar komen die beesten vandaan? We hebben de ramen aan de voorkant van het huis eigenlijk nooit open. Hebben de mormels zich soms een weg naar binnen geknaagd via de kozijnen of de muur? ‘S avonds, als de kleine in bed ligt, ziet ook echtgenoot de kevers. Samen gaan we op zoek naar  hun schuilplaats, en vinden die op de achterkant van onze grote loveseat naast de kachel, waar een stuk of twintig kevers een bijeenkomst houden.

Mijn dappere wederhelft gaat onmiddellijk aan de slag met het uitroeiingsproces. Toch blijf ik onrustig. Een zwangere vrouw met nesteldrang en opdringerige torren vormen geen gouden combinatie. Voeg daaraan toe een vleugje bijgelovigheid (de Apocalyps, was daar niet ook iets met insecten?) en je begrijpt mijn positie. Ik krijg opeens ook overal jeuk. De volgende dag vertelt manlief over de nachtmerrie die hij had: dat hij de stoel omdraaide in de kamer en uit de voering allemaal kevers zag kruipen, het ding door het raam naar buiten wierp (held!), waardoor hij in tweeën barstte en er een zee van torren naar buiten kwam gekropen en gevlogen… Hij staakt zijn relaas als hij de afschuw op mijn gezicht ziet.

Ik moet opeens denken aan de laatste scènes uit de film ‘The Day The Earth Stood Still,’ waarbij Keaunu Reeves, Jennifer Connely en haar film-stiefzoon het hoofd bieden aan en overstroming van buitenaardse dodelijke beestjes, die onder je huid kruipen. Ik vond dit eigenlijk wel een afknapper aan die film, (ik bedoel: metalen torren, come on) maar nu heeft het idee wel echt iets heel onheilspellends gekregen…Waar komen die rotbeesten vandaan, ik moet het weten, nu! Achter de stoel zijn ze verdwenen, een ander nest vind ik niet. De komende dagen zie ik er wel nog regelmatig een vliegen.

Ik vermoord ze, allemaal. Met de krant, of de achterkant van de afstandsbediening, of wat er maar binnen handbereik ligt, totdat ze krakend openspatten. En dan opeens horen we tijdens het ontbijt een raar getik uit de houtmand komen. En dan weten we het. Tom doorzoekt het hout en uit diverse stukken valt wat zaagmeel plus een enkele tor. Hun alien-spacekraft blijkt gewoon een stuk dennenhout. En we gaan die mand voorlopig maar even buiten zwieren en daar leegmaken. De apocalyptische proporties blijven ons bespaard. Nu Louie nog leren dat je geen insecten mag martelen.

Advertenties

Over carolinelikescoffee

37-jarige, dromerige en chaotische, koffie- en rodewijndrinkende,rotan-en poep-op-de-stoep hatende liefhebber van comfortfood, singer-songwriter- en klassieke muziek maar ook een goede johnnenbeat op zijn tijd, die guilty pleasures vindt in candlelight romans en roddelboekjes ,als reservebelg per ongeluk in Antwerpen belandde maar wel van nieuwe plekken ontdekken houdt, vindt dat ze nodig weer aan yoga moet doen en ooit het paardrijden weer wil oppakken, uit nood maar is gaan fietsen en lopen, de deugden van het internetshoppen heeft ontdekt maar ook graag boetieks binnenloopt, of boekenwinkels, echtgenote van haar allerliefste, moeder van een zoon van vijf en een dochter van drie-my pride and joy- schrijver; eerst mijn beroep, en nog steeds iets dat bij me hoort.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s