Maandelijks archief: mei 2012

Nee!

Standaard

Ik ben twee en ik zeg nee? Ik dacht nog even heel optimistisch, dit blijft ons bespaard. Louie is zo braaf! En toen begon het. Ik vind het ronduit fascinerend om mee te maken hoe dat werkt in de ontwikkeling van zo’n kind: al kunnen ze amper praten, ze weten -zomaar prompt en opeens- wel perfect de betekenis van dat ene woord, en ook hoe hun omgeving ermee tot wanhoop te drijven.

Louie kan sinds een poosje aan een stuk door ‘nee,nee,nee,nee’ roepen, zonder dat hij er ook maar iets mee bedoelt. Alsof hij een soort dagdroom heeft waarin hij achtervolgd wordt, zo drentelt hij dan door het huis, armpjes voor zich uitgestrekt. Zijn eerste zinnetjes bevatten steevast een nee: “Dodo doen nee”, “ete nee”, ‘nee mama, nee mee,” enzovoort. Hij doet uiteindelijk wel wat ik hem vraag, maar hij moet het toch maar eerst gezegd hebben. Hij rent ook al ‘nee’-roepend rondjes door de kamer alvorens ik zijn pamper mag verversen of hem kan aankleden.

Ook wijst hij ‘nee’ roepend naar iets, met de bedoeling dat je het dan juist geeft, zoals een glas sap of ketchup. Of soms kom je er gewoon niet achter en leidt dit tot een wanhopige uitroep mijnerzijds, na alles op tafel te hebben opgetild dan wel aangewezen: “Ja maar, wat wil je dan?!”

Soms vraag ik me af of het mijn eigen schuld is, als ik mezelf  bezig hoor. Heel de dag loop ik als een soort papegaai achter hem aan ‘nee’ te roepen. Meestal gevolgd door een ‘Nee! blijf daar vanaf’ ‘Nee, laat maar liggen’ of ‘Nee! niet doen!’ als hij bijvoorbeeld respectievelijk een greep doet naar: een pan die op het vuur staat, een stapel opgevouwen wasgoed op de bank die ik net naar boven wilde brengen, of het pak hagelslag, dat hij geopend ondersteboven houdt.

Geldige ‘nee’s’ dus, maar wanneer is het te veel? ‘Laat hem toch,’ zegt zijn oom als Louie door de kuil met modderig zand in diens tuin wil banjeren, terwijl er in het nieuwe huis waar we net op bezoek zijn een sprankelende vloer ligt en ik zeker weet dat hij zo een poging zal ondernemen naar binnen te rennen met de klei aan zijn handen en voeten. En misschien moet ik ‘m die loslopende kip in de tuin maar bij zijn nekvel laten grijpen (echt gebeurd, hij is snel, die zoon van ons), met het risico dat hij zal merken dat ook pluimvee niet met zich laat sollen. En die plakhandjes vol appelstroop (hoe kan ik dat nou weer niet gezien hebben toen ie van tafel ging?) waar hij nu zo fijn mee op de muur slaat, en al zijn speelgoed mee vastpakt, ach, dat kan ik er nog best af boenen. Misschien zegt hij dan wat minder vaak ‘nee’ tegen ons, of, ook nieuw: ‘Nee da ma ni!’ (Nee, dat mag niet!’), iets wat hij echt wel van mij afgekeken moet hebben, en wat hij voor het eerst zei toen zijn vader hem uit de schommel in de speeltuin wilde tillen.

Maar, zo vertellen diverse opvoedkundige boeken en pedagogen in de bladen mij, je kunt er niks aan doen. Kinderen op die leeftijd ontwikkelen een eigen wil. Dat merken we. Naast het woord ‘nee’ is gewoon de boel bij mekaar gillen als meneer zijn zin niet krijgt favoriet. Negeren helpt gelukkig meestal, dan is het na een paar minuten over. Moeilijker is het, wanneer Louie zich, met alles wat hij in zich heeft, vastklemt aan papa’s hoofd & haar als die het beu is hem op zijn schouders te dragen. Dan moet je ‘m echt lospellen, met ook drama tot gevolg. Maar Nee is dus Nee, vinden wij. Duidelijke grenzen stellen. En Louie begrijpt dat heel goed. Getuige de gebiedende tik op onze hand die we tegenwoordig krijgen als meneer niet langer gevoerd wenst te worden, géén roosvicee wil hebben, maar de appelsap uit ons glas, of kaas in plaats van confituur. Want dat is ook zoiets: opeens beslist meneer zelf. Dat we dat maar even weten.

Maar meestal issie braaf hoor…:-)

Advertenties

OMA

Standaard

Gisteren is mijn oma overleden. Ze was 94 jaar. Een leeftijd waarop je het mag verwachten. De laatste jaren was ze  ook hardstikke dement, al had ze heldere momenten wanneer je ze het minst zag aankomen. Toen ik haar voor het laatst met Louie bezocht, wat tot mijn grote spijt al minstens een jaar geleden is, herkende ze me eerst niet maar zei bij het weggaan wel: ‘En niet pas terugkomen als ie veertien is hè?’ Een nicht van mij bezocht haar, na de bruiloft, (oma daar zelf mee naartoe nemen lukte praktisch gezien echt niet meer) in haar trouwjurk en met verse echtgenoot, waarop ze quasi-beledigd uitriep: ‘Maar jullie zijn dus al getrouwd’.

Mijn oma. Als ik mijn ooms en tantes moet geloven, liet ze als moeder soms te wensen over. Ze kon enorm lastig doen, en was verre van huishoudelijk aangelegd (mijn moeder en ik ook niet, dus dat verklaart een en ander), want zelf opgevoed met personeel. Ook in haar eigen huishouden was er een dienstmeisje. Tot op het einde van haar leven kon ze mensen tegen zich in het harnas jagen met opmerkingen, en bleef ze steken in negentiende eeuwse denkbeelden. Dat wij ooit een periode naast de burgemeester woonden, vond ze subliem, bier vond ze ordinair en gekleurde mensen eng. Toen ik mijn haar op een keer heel kort en punk had laten knippen, geverfd in opzichtige roodtinten, riep ze verschrikt uit: ‘Kind, weet je dan niet, het haar is het sieraad van een vrouw!’ en was ze ervan overtuigd dat er iets raars in me was gevaren-wat in zekere zin wel klopte als het om smaak ging, maar goed.

Regelmatig kon ze in de clinch liggen met iemand, omdat ze weer eens iets beledigends had gezegd, maar het is me wel vaker opgevallen dat oude mensen op den duur hun connectie met enige vorm van tact verliezen. Zo zat mijn neefje, die als kleine jongen met een groep andere jochies graag door de buurt trok, muisje belde en drollen door de brievenbussen kieperde, volgens haar in een ‘gang’ en zou hij opgroeien voor ‘galg en rad’, zo meldde ze mijn tante fijntjes.

Toch, ze kon ook heel erg lief zijn en als oma was ze top. Ik heb heel wat vakanties doorgebracht in haar boerderij in Brabant, waar ze op een hondje en een gemene ouwe vogel (een Beo die kon praten) na geen beesten had, maar wel een grote verwilderde tuin met bloemen, waar ik hele dagen doorheen hoste, ‘op avontuur uit’. ‘S ochtends vroeg dronken we thee uit kommetjes aan de keukentafel naast de koperen kachel, en lieten we de hond uit in het bos. Soms picknickten we aan een klein meertje met Milky Ways. Ik herinner me een magisch moment waarop er opeens aan de overkant  van het water een kudde schapen opdook uit de mist, die met z’n allen tegelijkertijd door de knietjes gingen om te drinken. Koekjes of cake bakken, ’s avonds met het bord op schoot voor de open haard en de tv en een middagje winkelen in een naburig stadje stond ook altijd op het programma. Net als de kauwgomlollies die we standaard gingen kopen in het buurtwinkeltje. Ze had ook een heel oude houten bank, tevens een opslagkist, die vol met al even oude Suskes & Wiskes lag die ik ’s zomers graag las op een handdoek in de tuin.

Maar op een dag kreeg ze eens een flinke griep en besefte de familie dat ze te oud werd om in haar boerderij, nou niet bepaald het middelpunt van de bewoonde wereld, te blijven. Gejankt heb ik toen we er voor de laatste keer wegreden. Maar er werd een huis gekocht in de buurt van mijn ouders, ook een broer van mijn moeder woonde in de buurt. Zo konden we haar  in de gaten houden. Ik zat er minstens een paar keer in de week, liet haar hondje uit en bleef er vaak slapen als mijn ouders weg waren, ook toen ik al  lang en breed op de middelbare school zat. Als ik in het weekend dan uitging, zat ze in haar kamerjas in haar oude oorfauteuil te wachten tot ik terugkwam. Een keer hebben we toen nog eens een stoffige fles bessenlikeur opengetrokken (mijn favoriete drankje toen) en heb ik haar uitgehoord over haar liefdesleven. Giechelend vertelde ze over een stille liefde en hand-in-hand-lopen.

Ze was ook heel ijdel. Toen mijn vader, die op een middag onderweg was naar het tuincentrum, eens voorstelde bloemen te kopen voor haar plantenbak voor het raam zei ze: “Graag, maar geen geraniums. Anders lijk ik net zo’n oude vrouw achter de geraniums” . Mee op excursies wilde ze ook niet. “Zo’n bus vol oude mensen”. Ze heeft, zo rond haar 85e, ook nog even plastische chirurgie overwogen “Want mijn buik hangt zo”.

Sinds ik Antwerpen woon, zag ik haar veel minder. Ze weet dat ik ben getrouwd, dat Louie er is, man en kind en trouwfoto’s heeft ze gezien, maar ik weet niet of ze het ook onthouden heeft. Ik vind het heel jammer dat ik geen echt afscheid meer van haar heb kunnen nemen. Ze is, zo werd me verteld, naar bed gegaan met een slaapmiddel omdat ze zich niet goed voelde en kort daarop ook echt ingeslapen. De beste manier om te gaan, lijkt mij.

Ik heb, toen ik jonger was, altijd gehoopt dat ik haar boerderij op een dag zou kunnen terugkopen. Maar los van het feit dat ik er nu een bedrag voor zou moeten neertellen dat ik van zijn leven niet kan opbrengen, zijn ook de tijden veranderd. Ik geloof niet dat ik echt in the middle of nowherewil wonen. Ik ben er nog een paar keer langs gereden en in tegenstelling tot mijn herinneringen is de plek veranderd. En nu is oma er niet meer. Het einde van een tijdperk. Dat ik nu nog graag Milky Ways eet en er Cosmos-bloemen in de tuin staan, is indirect een erfenis van haar. Net zoals ik de Margriet soms graag lees omdat het me aan haar doet denken. Ik koester de  twee bundels Margrieten uit 1939 (meer dan 70 jaar trouwe lidmaatschap!) die ik mocht meenemen toen ze naar het bejaardenhuis vertrok en het huis werd leeggeruimd. Het leven mag vluchtig zijn en soms ook veel te kort lijken, op een bepaalde manier is alles wat je dierbaar is, voor altijd.

leeftijdsverschil:92 jaar…:-)

Beestjes

Standaard

‘Bzzzz,’ zegt Louie terwijl hij de keuken in komt lopen met een ernstig gezichtje. ‘Bzzzz.’ Ik kijk hem onderzoekend aan, de pollepel nog half in de pan tomatensoep. Wat heeft hij daar in zijn hand? Bij een tweejarige kun je daar maar beter alert op zijn. ‘Bzzzz,’ zegt hij nog eens en legt zijn kleine trofee  -als een hond die zijn jachtvangst aanbrengt- voor me op de grond.

Het is een kever. Een kakkerlakachtige kever met lange voelsprieten, die nu, liggend op zijn rug, wanhopig trappelt om overeind te komen, al kan ik aan een hier en daar geknakt pootje al zien dat hij Louie’s verrassingsaanval niet gaat overleven. ‘Ja, dat is een mooi beestje dat je daar hebt gevangen,’ prijs ik hem, me ondertussen afvragend hoe hij dat voor elkaar gekregen heeft. ‘Bij,’ wijst hij, een vingertje uitgestrekt naar het spartelende beest op de grond. Sinds hij weet dat een bij ‘bzzzz’ doet (geleerd uit zijn Bumba-boek) noemt hij elk insect ‘bij’. Vandaar mijn gealarmeerde reactie, want stel dat hij op een dag echt een steekbeest te pakken heeft. Dat is al eens gebeurd, alleen vond de betreffende wesp hem toen eerst, en dat was erg zielig. Voor mijn zoon, welteverstaan, die  in zijn gezicht werd gestoken en op dat moment nog nooit eerder een dergelijke confrontatie met pijn had ondergaan.

Nu port hij de kever die voor hem op de grond ligt. Wat is wijsheid, bedenk ik me. Ik wil zo snel mogelijk van dat gore beest af, waarvan Louie denkt dat het speelgoed is. ‘Kom maar, we zetten het beestje buiten,’ zeg ik op mijn meest educatieve toon, en samen brengen we het kreupele dier naar het terras, waar het vluchtig hinkend en met een geknakte voelspriet, het hazenpad kiest. Ziezo. Opgeruimd staat netjes. Louie verlegt zijn aandacht weer naar de Duplo.

Als ik wat later even op de bank zit, zie ik vanuit mijn ooghoek iets wegvliegen. En Louie ziet weer iets op het parket, wat hij met zijn kleine vingertjes probeert te grijpen. Nog meer kevers. ‘Bzzzz,’ doet mijn zoon maar weer eens. Het zou zo maar het onheilspellend begin van een horrorfilm kunnen zijn. Waar komen die beesten vandaan? We hebben de ramen aan de voorkant van het huis eigenlijk nooit open. Hebben de mormels zich soms een weg naar binnen geknaagd via de kozijnen of de muur? ‘S avonds, als de kleine in bed ligt, ziet ook echtgenoot de kevers. Samen gaan we op zoek naar  hun schuilplaats, en vinden die op de achterkant van onze grote loveseat naast de kachel, waar een stuk of twintig kevers een bijeenkomst houden.

Mijn dappere wederhelft gaat onmiddellijk aan de slag met het uitroeiingsproces. Toch blijf ik onrustig. Een zwangere vrouw met nesteldrang en opdringerige torren vormen geen gouden combinatie. Voeg daaraan toe een vleugje bijgelovigheid (de Apocalyps, was daar niet ook iets met insecten?) en je begrijpt mijn positie. Ik krijg opeens ook overal jeuk. De volgende dag vertelt manlief over de nachtmerrie die hij had: dat hij de stoel omdraaide in de kamer en uit de voering allemaal kevers zag kruipen, het ding door het raam naar buiten wierp (held!), waardoor hij in tweeën barstte en er een zee van torren naar buiten kwam gekropen en gevlogen… Hij staakt zijn relaas als hij de afschuw op mijn gezicht ziet.

Ik moet opeens denken aan de laatste scènes uit de film ‘The Day The Earth Stood Still,’ waarbij Keaunu Reeves, Jennifer Connely en haar film-stiefzoon het hoofd bieden aan en overstroming van buitenaardse dodelijke beestjes, die onder je huid kruipen. Ik vond dit eigenlijk wel een afknapper aan die film, (ik bedoel: metalen torren, come on) maar nu heeft het idee wel echt iets heel onheilspellends gekregen…Waar komen die rotbeesten vandaan, ik moet het weten, nu! Achter de stoel zijn ze verdwenen, een ander nest vind ik niet. De komende dagen zie ik er wel nog regelmatig een vliegen.

Ik vermoord ze, allemaal. Met de krant, of de achterkant van de afstandsbediening, of wat er maar binnen handbereik ligt, totdat ze krakend openspatten. En dan opeens horen we tijdens het ontbijt een raar getik uit de houtmand komen. En dan weten we het. Tom doorzoekt het hout en uit diverse stukken valt wat zaagmeel plus een enkele tor. Hun alien-spacekraft blijkt gewoon een stuk dennenhout. En we gaan die mand voorlopig maar even buiten zwieren en daar leegmaken. De apocalyptische proporties blijven ons bespaard. Nu Louie nog leren dat je geen insecten mag martelen.

HEMA

Standaard

Een van de weinige dingen die ik aan Nederland kan missen is de Hema.Gelukkig heeft de Hollandsche Eenheids Prijzen Maatschappij ook voet over de landsgrenzen gezet. Wat ik fijn vind aan de Hema? Het is gewoon een soort van nostalgie denk ik, in combinatie met de heerlijke kneuterigheid van leuk vormgegeven spullies- waardoor je altijd thuiskomt met iets dat je eigenlijk niet nodig had. Ik loop er nu de deur plat voor babyspul, maar ben vandaag akelig besluiteloos. En ik moet plassen, dat leidt ook af.

Maar ook dat is fijn aan de Hema:  Waar je, bij hoge nood nogal eens geneigd bent een café in te vluchten en je wat schaamt omdat je ‘alleen moet plassen’ en dan aan de bar vijftig eurocent moet afgeven aan een chagrijnig kijkende ober (of gewoon slinks de WC invlucht), kan ik nu gewoon aanschuiven in de ruimte naast de Hema-lunchroom. Ook hier zit, net als in zowat iedere horeca- of openbare toiletgelegenheid in België, een toiletmevrouw of soms een -meneer bij het meubilair inbegrepen. Zo iemand die  met een  geel doekje plichtmatig over de bril wrijft voordat je naar binnen mag (god mag weten hoe vaak dat lapje al dan niet uitgespoeld wordt!), en schaaltjes snoep op een tafeltje bij de ingang heeft staan, meestal samen met een schaaltje voor ’t geld en een bosje treurige nepbloemen.

Net wanneer ik aan de beurt ben, laat ik mijn dertig cent uit m’n handen vallen en wil bukken, maar de toiletjuf, die eruitziet alsof ze zowel vijftig als honderd kan zijn, en een wit schort over haar bloemetjesjurk draagt, is me voor en raapt het op. ‘ Oh bedankt,’ zeg ik, ‘Dat lukt me niet meer zo snel op het moment,’ Het magere vrouwtje glimlacht en ik kijk haar aan. Haar wenkbrauwen zijn met potlood in een te rond boogje op haar witte, ingevallen gezicht onder haar korte roodgekleurde krullen getekend, wat haar een permanent verbaasde uitdrukking geeft. ‘Tis geen ziekte he, se!’ lacht ze met onvervalst Antwerpse tongval. ‘Nee…zeg ik rustig. ‘ Maar anders blijft m’n lunch niet zitten waar het moet.’ Ze moet weer lachen en vraagt dan ‘hoe lang ik nog moet’ om dan te vervolgen dat zij ‘het wel acht keer gedaan heeft.’ Waarbij ze haar gekromde vingers opsteekt. Acht kinderen heeft ze, jawel mevrouw.

“Acht kinderen, en ik heb altijd moeten werken. Ik was zelfstandige, en het is niet makkelijk geweest! Maar weet u,” fluistert ze me toe, onverstoorbaar voor het feit dat ik met mijn hoge nood al half in het toilet sta, “Moest ik kunnen kiezen, ik zou er vandaag de dag niet meer aan willen beginnen.” Ik frons. Wat gaat er nu weer komen? “In mijn tijd, woonde ik op den buiten en de deuren hoefden nooit op slot. De kinderen speelden buiten. Maar nu! Mijn zoon heeft net een huis gekocht. Van bijna zeven ton. Precies wat ze wilden, dat wel, maar het is altijd maar werken, werken, om voor de hypotheek te kunnen zorgen. En wat ik voor m’n kleinkinderen moet kopen! Vroeger, dan kon ik wat voor ze opzij zetten. Maar nu….dit jaar, vijf communies en een cadeau van honderd euro is heel normaal. Dat gaat voor mij niet hoor.”

Mijn bekkenbodemspieren draaien ondertussen overuren. “Vroeger kocht ik schoenen voor de kinderen voor 2000 franc tezamen, en dat waren ook mooie hoor, lakschoentjes enzo,” Gaat ze rustig verder, en zegt dan: “‘K zou toch denken dat je zo lang niet meer moest.  Zit ie al gedraaid?” Ik knik en bijt op mijn tanden. “Ik ben bevallen bij de nonnen.” oreert ze verder. “Die non zat nota bene met haar knie op mijn buik bij de laatste. Ik had het idee dat het nooit ging lukken, maar zij was zo van ‘Het is erin gegaan dus het gaat er ook weer uit’, maar toen de dokter kwam, bleek dat de baby in stuit lag. Die heeft het kind zo, ‘hoep!’ in mijn buik nog gedraaid. Nou, dat was geen pretje hoor.”

Er komen nieuwe klanten het toilet binnen. “Ik moet nu heel nodig,” piep ik verontschuldigend, want ik hou het echt niet meer. Als ik weer buiten kom, zeg ik haar gedag en ze knikt me vriendelijk toe: “Succes nog!” Ik zie nu pas dat ze eigenlijk vast dik in de zeventig moet zijn, en hardstikke krom loopt. Ik ga nog even bij babykleding kijken, maar kan me er niet op concentreren. Ik koop maar niks vandaag. Voor je het weet sta je  in de toiletten op je zeventigste je mager pensioen aan te vullen temidden van de gele lapjes en de rookworstgeuren. Sommigen missen  alleen de Hema. Sommigen alles wat ze vroeger hadden.

Nestdrang

Standaard

Het is zover. Al een paar weken bespeur ik bij mezelf een sterke drang tot opruimen, en de neiging voor iedere kruimel veger en blik te pakken. Ook de verzamelwoede heeft toegeslagen. Extra rompertjes en kleertjes moeten er komen, in meisjestinten ditmaal-  en zomerkleren voor Louie -straks geen tijd om die nog aan te schaffen- en soep moet er gemaakt worden! Voor in de vriezer! Ja, ik ben zwanger van nummer twee en sta op springen. Nog vier weken, dan is het zover. Naast een hele hoop logische klussen die ik nog wil doen, geboortekaartje, commode nog maar eens een schrobbeurt geven (na intens gebruik door nummer een, die de gewoonte had zich midden in een verschoonsessie wel eens om zijn as te draaien terwijl je net met de vochtige doekjes in de weer was), wipstoeltje opknappen en de tetradoeken in de machine, kent mijn opruimwoede geen grenzen.

Opeens heb ik bedacht dat ik mijn schoenen wil poetsen: mijn Uggs zijn vlekkerig en moeten nodig behandeld, leren schoenen in het vet. Ook de witte eetkamerstoelen moeten dringend eens met Cif te lijf worden gegaan, en de boekenkast die nu in de garage staat moet leeg, want het is een stofnest en bevat alle boeken die we toch nooit lezen dus ik wil alles sorteren en er een hoop naar de kringloop brengen. Niet dat ik tijd heb voor langdurige sessies, met zo’n klein ventje dat er ook nog is, en bovendien heb ik de gang van een nijlpaard dat uit het water klimt. Ik hijg, kan amper vanuit hurkzit omhoog komen, en als ik buk blijft mijn ontbijt of lunch ook niet zitten waar ze thuis hoort. Ondertussen graai ik in dozen met babykleding, en haal ik vergeten spullen weer tevoorschijn: de borstcompressen, het reiswiegje, sterilisatieset en afkolfapparaat, waardoor het eerder lijkt alsof er een explosie van rotzooi in huis heeft plaatsgevonden. Het dringt nog niet echt tot me door dat al die dingen straks weer een functie krijgen, en dat ik, hoewel ik zo gezellig aan het nesten ben, straks weer zal kampen met chronisch slaapgebrek. Net als mijn echtgenoot, die nu al geen oog dichtdoet omdat ik ben veranderd in een legendarische snurkmachine. “Alsof er iemand midden in de nacht keer op keer een brommer start,” zo verwoordt hij het.

Enerzijds komt het de sfeer soms niet ten goede, maar aan de andere kant is het allemaal ook wel romantisch, die chaos en dat nesten. En met de laatste loodjes komt er naast een begin ook een einde aan tumultueuze periode. Nog niet zo lang geleden zag ik het allemaal somber in. Ik was zes maanden zwanger toen we hoorden dat mijn moeder ongeneeslijk ziek is en niet lang meer te leven heeft. Een bizar en heel verdrietig gegeven op zich, waardoor ook de aanstaande geboorte een dubbele betekenis kreeg. Het werd heel moeilijk er nog naar uit te kijken met het positieve lentegevoel dat altijd wordt omgeven door zoiets. Want met de hoop van een nieuw baby’tje op komst was er ook het gegeven dat mijn moeder de geboorte van haar kleindochter niet ging meemaken. Wat er precies voor heeft gezorgd weet ik niet, maar het tij is in ieder geval tijdelijk gekeerd: het gaat op het moment zo goed, dat ze het hoogstwaarschijnlijk wél zal halen, en wellicht ook een hele periode daarna. We durven weer een beetje vooruit te kijken. Maar helemaal onbezorgd ben ik niet, natuurlijk.

Afgelopen week werd Louie twee. Cadeautjes hadden mijn ouders al gegeven toen ik onlangs zelf met hem op bezoek was -reizen zit er op dit ogenblik voor mijn moeder niet in-, een prachtige driewieler en een kiepauto. Niet dat hij iets begrijpt van het verjaardagsprincipe, al werden de gaven enthousiast ontvangen. Feest is het voor hem altijd, als opa’s en oma’s er zijn en ooms en tantes, want dat betekent pret en aandacht. Herinneringen die hij later vooral zal herbeleven dankzij foto’s -want onthouden kan ie ze natuurlijk nog niet- maar die ook zijn ouders voor altijd zullen bijblijven. En daarvan verzamel ik er zoveel mogelijk, met hetzelfde fanatisme als rompertjes en soorten soep.

COFFEE&KIDS

Standaard

Waarom deze blog? Wat heeft koffie te maken met kinderen? Welke ‘life issues’? En…houden niet de meeste mensen van een bakkie troost op zijn tijd? Nou, precies. Koffie is zo’n beetje een rode draad in mijn leven. Ik dronk het al toen ik nog een kind was. En net als sommige zelfbenoemde wijnkenners ben ik echt een koffiesnob. Ik laaf mij aan latte’s, maar kom niet aan met van die zwarte gruwel die al heel de middag op het plaatje in de glazen kan staat te fermenteren. Espresso graag. En we willen opgewarmde, schuimende melk, niet gewoon een klots recht uit het pak in ons kopje. En dat moet trouwens een kop zijn. Maar goed, ik houd dus van koffie, en dat was zo’n beetje het eerste wat in me opkwam toen ik een titel moest hebben voor mijn blog. Dus in feite slaat het niet ergens op,ware het niet, dat ik de droom heb ooit nog een klein koffiezaakje annex boekwinkeltje te bezitten…en een heel duur, authentiek Italiaans espressoapparaat. Maar dat is voor later. Ik heb ook kinderen. Een jongetje van twee, en er is een tweede op komst. Op het moment dat ik dit schrijf, vind ik het nog steeds gek. Zeggen dat ik moeder ben, klinkt me vreemd in de oren, omdat ik mezelf nog altijd associeer met dat compleet chaotisch persoon, bezig met van alles en nog wat maar bepaald geen op koers varend schip dat het allemaal op orde heeft, zo’n houding die ik meer bij ouders vind passen. ‘Moeder’, blijft dus een beetje een onwennige titel voor me, anders dan de rol zelf, overigens. Kinderen krijgen is een groots project. Niet altijd makkelijk, maar wel het mooiste van mijn leven, en daar schrijf ik over, naast alles wat me verder bezig houdt (en dat zijn heel uiteenlopende dingen. Van een bepaald boek of artikel dat ik gelezen heb, muziek waar ik van houd, plek waar ik ben geweest tot de vraag waarom ik gevallen ben voor een paar Isabel Marant Wedge sneakers die ik niet kan kopen want te duur en of mijn nieuwe organic dagcreme echt organic is. En oh ja, voedsel). Ik heb trouwens mijn werkzaam bestaan als freelancer opgegeven en ben nu thuis bij mijn kind. Dit tegenwoordig in het openbaar verkondigen staat ongeveer gelijk aan  in de middeleeuwen beweren dat de aarde rond was. Zo voel ik het soms dan toch. Maar het is onze keuze, die van mijn man en mij, en ik ben blij dat we die hadden. Er heersen redelijk veel vooroordelen over huisvrouw zijn, en die mag ik graag bestrijden. Dat is ook een reden voor dit blog. Ja, en kinderen dus. Het verandert je leven. Je gaat anders denken. Niemand had je ooit verteld dat het zo zou worden. Ik vind het geweldig, maar ik vind ouder zijn soms ook best wel moeilijk. De 24/7 verantwoordelijkheid, en het feit dat ze daardoor altijd, maar dan ook altijd in je gedachten zijn, ergens, en je nooit meer zo onbezorgd zult zijn als toen je bijvoorbeeld zeventien was. En dat je je steeds afvraagt of je het goed doet, en dat je vindt dat je nog steeds interessant moet zijn, en een leuke vriendin en vrouw, (en) Lara Croft en Nigella Lawson tegelijkertijd…En dat je  je druk maakt dat je ze margarine met E-nummers hebt gegeven en dat je je zoon verpest door hem te verwennen met een doos Cars-Duplo, want eigenlijk is verantwoord houten speelgoed toch beter. Dat  soort dingen gaat ook maar niet over. Mijn inspiratiebronnen zijn de dames van ‘Club De Luxe’, de yogamama’s met wie ik tijdens de kraamtijd eindeloos kon leuteren (tegenwoordig een stuk minder tijd voor) over het wel en wee binnen onze levens en over het moederschap, onder het genot van veelzijdige soorten latte’s en cappuccino’s in koffiebar Barnini-daar zit de link met koffie dus!-. en die zulke trouwe vrienden blijken te zijn. Mijn blog is ook een ode aan klein geluk, leven in het nu en alle andere dingen die mijn kind en mijn echtgenoot me dagelijks laten zien. En omdat ik ook van eten en het bereiden ervan houdt, knal ik er af en toe ook nog een recept of suggestie tussendoor. Veel leesplezier!
(Ik wil Barnini trouwens hartelijk bedanken voor hun choco-latte’s en het feit dat ze het geen probleem vonden in een bepaalde periode vijf baby’s plus kinderwagens tegelijkertijd in hun piepkleine zaak te hebben. Je weet niet wat dat voor ons heeft betekend).