Meidendingen.

Standaard

Er is een nieuwe K3 opgestaan en mijn dochter is helemaal mee. Van de Sint wil ze een K3-jukebox en ook heb ik -kuch, de Sint natuurlijk-, al een regenboogjurkje voor haar besteld. Geloof me, ik weet wat ik over ons afroep (onder andere, waarschijnlijk, het bezoeken van diverse concerten en het hacken van de ipod met alleen nog studio-100 playlists) maar ze is zo enthousiast.

Niet alleen K3, alle dansmuziek vindt ze leuk. Het is zo grappig om haar midden in de Media-Markt temidden van een miljoen tv-schermen danspasjes te zien doen op de luide muziek (terwijl ik zoek naar een voicerecorder, blijkbaar iets antieks vandaag de dag, maar dit terzijde) terwijl ze ook probeert te playbacken, een tekst die ze niet verstaat noch begrijpt.
Anna is een echt meisje-meisje. ze wil alleen jurkjes of rokjes aan naar school, en haar handtas mee, waar ze al haar schatten in bewaart: een Kiddiepet-horloge, een notitieblok met hartvormige blaadjes, een roze zaklampje, een balpen in de vorm van een lippenstift, kleverige tubetjes glitterlipgloss en een croissant met hagelslag van vorige week, die ze persé wil houden. Onbeschrijflijk gelukkig was ze toen ik haar een roze Labello gaf, en ik moet ook vaak haar nageltjes lakken.

Nog steeds is het iedere dag van ‘Let it go’, plus het naspelen van scènes uit de Frozen-film (“Nu ben ik Elsa en moet jij Anna zijn, en zeggen dat ik niet weg mag gaan en dat je dan mijn handschoen  uittrekt”) Er wordt niet gedanst zonder dat mevrouw in tenue is: de cape, de handschoenen, een prinsessenjurk en haar prinsessenschoenen.

Een dingetje waar ik mee zit: ook de kusscene van prinses Anna en prins Hans wil ze eindeloos naspelen. Dan tuit ze haar lippen en moet ik haar zo terug kussen terwijl ze mijn kin pakt (“Kijk zó moet je doen”), waardoor ik niet alleen heel de tijd natte snotkussen moet ontvangen (ja, ook al is het mijn kind, ik vind het toch vies) maar me ook afvraag wat ik hier van moet vinden, mijn dochter die een romantische filmscene wil naspelen, en ze is nog maar drie. Als ze dat maar niet met vreemden doet. Ik probeer haar vriendelijk te bewegen dat gekus maar achterwege te laten, gezien er toch geen echte prins voorhanden is (naar ik hoop blijft dat de komende vijftien jaar zo) en ik haar moeder ben.

Hoe ik vroeger was, vraag ik aan mijn vader, als ik er een weekend logeer met de kinderen. Veel meer jongensachtig, zegt die. “Je speelde met auto’s en paarden van karton, waarmee je door de kamer galoppeerde”. Dat weet ik eigenlijk nog wel. Ik heb ook een hele periode zelf op handen en voeten doorgebracht, of ergens in een boom. Maar ik wilde ook graag Klara zijn uit Heidi, want die droeg een mooie hoed en zat in zo’n antieke rolstoel, en Heidi zelf, want die had een fantastische schommel en woonde in een berghut. Later was Pippi Langkous mijn heldin.
Onze dochter heeft echter ook een Tomboy-kant. Ze scheurt (met kroon op, jurk en roze schoentjes aan) op haar step, de neuzen van haar schoentjes inmiddels kaal, het tule van de jurk gescheurd en een lijfje dat perfect mee ‘hangt’ in de bocht. Ze klimt als geen ander in klimrekken en tijdens een roofvogelshow in Duitsland wilde ze alle beesten aaien (ook de fretten en een enorme Oehoe). Als ze Merida ziet in de film Brave, en hoe die vanaf haar paard met pijl en boog ziet zegt ze: “Dat wil ik ook”.

Niet dat het me verder wat uitmaakt, als zij gelukkig is in een prinsessenjurk en persé een Frozen- ijshandschoen van Sint wil, prima, al vind ik de strijd iedere ochtend van ‘Ik wil een jurk aan’ wel wat vermoeiend worden. Vooral de speciale ‘prinsessenjurken’ lenen zich helaas minder goed voor de klimrekken en tunnels op de speelplaats- en als ze dan alsnog met haar gescheurde outfit thuiskomt (“Ik zei het nog zó!” maakt op een driejarige geen enkele indruk) zijn er tranen.

Nu ik toch weer eens in mijn ouderlijk huis ben, besluit ik wat rommel van vroeger door te nemen om op te ruimen. Ik stuit op een doos met potloden, stickervellen en gummetjes in doosjes en piepkleine notitieboekjes met roze hartjes. Ja, ook ik had mijn girly-side. Al die stickers, zo leuk als ik dat vond, en nu vind ik ze terug, terwijl ze van ouderdom van het vel vallen, ik vond ze namelijk altijd te mooi om te gebruiken. Mijn dochter is euforisch als ze de doos ziet,en hamstert van alles in haar eigen tasje. Nog zo’n typisch vrouwelijk iets misschien: dingen bewaren. En het is nota bene mijn moeder geweest die mijn kinderspeelgoed zo mooi in dozen heeft gesorteerd. Uiteraard bewaar je Playmobil, maar waarom dit?
Nu ik mijn meisje gelukkig in de doos zie graaien, begint het te dagen. Er gaat niets boven meidenprullen. Ook mijn moeder wist dat al.

IMG_4542

Real Life

Standaard

Het is maandagmorgen en aan nieuws niks te kort. Spoorstakingen, spreidingsplannen, een hoger stroomtarief, Syrië. Maar vooral lijkt het nieuws te worden gedomineerd door een uitspraak die radiopresentatrice Siska Schoeters van Studio Brussel hier afgelopen zaterdag deed in een interview dat ze had met De Morgen, in de rubriek ‘De Tien Waarheden’. Op nummer twee: ‘Kinderen hinderen’: “Soms denk ik, als ik ze in bed leg, ‘Yes! Nu ben ik weer zeven uur van die little fuckers verlost’.” Ja, dat klinkt niet zo mooi inderdaad. Niet dat Siska haar kinderen niet graag ziet, dat wil ze wel benadrukken, en dat geloof ik zeker. Wanneer je het in de context leest, valt de opmerking ook heus te snappen, en er was dan ook veel begrip en bijval. Zelfs de website van het Nederlandse magazine Linda wijdde er een stukje aan. Gelukkig, Hoera. Meer eerlijkheid, ik ben voor. Maar ook streek ze veel mensen tegen de haren in. ‘Dat zeg je toch niet?” En ergens kan ik die groep ook begrijpen. Ik begin me namelijk stilaan te storen aan de teneur van sommige dergelijke artikelen: fijn dat we een taboe doorbreken, maar mag het wat minder alsjeblieft? Little fuckers: really?

Niet zo lang geleden stond in Volksrant Magazine een heel betoog over hoe het leven écht is met kleine kinderen, een artikel afkomstig van de hand van de schrijfsters (Femke Sterken en Barbara van Erp, zie links hieronder) die nota bene een jaar ervoor al een boekje open deden over hoe niet leuk kinderen kunnen zijn. Het is niet dat ik perse op het eind van zo’n stuk wil lezen dat ‘je er zoveel voor terug krijgt’ of iets van dergelijke strekking, maar nu begon ik bij  mezelf te denken: waarom beginnen die mensen er dan aan?
Dat feministes pur sang dan weer klaar staan met de bekende dooddoeners dat vrouwen teveel zeuren terwijl het huishouden tegenwoordig toch een makkie is en de meeste moeders verwende prinsesjes zijn, kun je dan verwachten. Zo verzandt de discussie voor je het weet weer in een hoop clichés over emancipatie.

Siska Schoeters maakte een opmerking die mij veel meer raakte dan de constante uitlatingen over haar ‘fuckers’ ‘etters’ en ‘draken’: namelijk dat ze, toen ze bij een vriendin eens haar hart luchtte over hoe zwaar het stiefmoederschap haar viel (ze heeft naast een zoontje twee stiefkinderen) deze reageerde met: “Zo mag je over je stiefkinderen niet praten.” En dat ze het gevoel had iets niet te mogen zeggen omdat het niet goed stond. Als vrouwen en vriendinnen tegenover elkaar niet eerlijk mogen zijn of de schijn moeten ophouden dat alles altijd fantastisch moet gaan is natuurlijk erg, en kan je inderdaad het idee geven dat je gek bent of een slechte moeder. Had ze het hierbij gelaten dan had ik de boodschap ook wel begrepen.

Had ik, net als Siska, wat meer eerlijkheid gewild van ouders om mij heen alvorens kinderen te krijgen? “Degene die ooit de Roze Wolk heeft uitgevonden, die moet eraan.” zegt Siska ook. Zat ik op een roze wolk? Bij zwangerschap nummer een zeker ja. Al hield het me wel bezig of ik een goede moeder ging zijn. Wat mensen verder ook zeiden over kinderen, wat ik er zelf over wist, een eigen kind, ik kon me er geen voorstelling bij maken. Ik weet ook niet wat ik ermee had gemoeten als iemand me had verteld dat het eigenlijk vooral een heel gedoe is. Het had me niet tegengehouden, in ieder geval. Toen ik mijn zoon eenmaal had, schrok ik wel. Ik vond het zwaar. Ouderschap overviel me. Die verantwóórdelijkheid, man, man, dat gevoel was zo alles overweldigend.

De eerste keer dat ik tijdens de eerste kraamweek even 100 meter liep naar de apotheek om borstcompressen huilde ik heel de weg. Wat moest dat kind zonder mij? En mijn man die dan lief in de deuropening stamelde, het manneke op zijn arm: “Maar ik ben er toch?” Ik wist dat ik nooit meer dezelfde zou zijn. En ik denk dat ik door een best wel hevige postnatale dip ben gegaan. Toen onze dochter werd geboren, werd die periode sowieso overschaduwd door de dood van mijn mama. En dochterlief bleek een huilbaby. Soms vind ik het oneerlijk voor haar, dat ik niet ten volle van haar heb kunnen genieten als klein baby’tje. En ja, die periode was…zwaar.

Sowieso heb ik het gevoel dat er gaten in mijn geheugen zijn gevallen wat betreft de eerste twee jaren van haar leven: we sliepen zo slecht door die kleine refluxbaby, en mijn zoontje het peuterpubertijd in het kwadraat, wat mijn weerstand wat betreft leven in het algemeen behoorlijk kon doen dalen. Zo heb ik toen eens naar mijn schoonzus geroepen, toen we een ochtendje markt gingen doen en ze me bij de voordeur aantrof met twee schreeuwende kinderen- waarvan een in maxi-cosi: “Een tweede kind: Doe. Het. Niet!” Het zijn toen juist de ervaringsverhalen van moeders, in bladen, op internet en het echt, geweest die mij zo geholpen hebben, te weten dat ik niet de enige was. Die trend zie je wel al langer, dat moeders toch openhartiger zijn dan vroeger. Maar nu lijkt het door te zetten naar een soort overtreffende trap. De roze wolk moet en zal doorbroken.

Er wordt gescoord met populistische uitspraken en de nuance is zoek aan het raken, wee te zeggen dat je er ook nog een beetje van geniet! Had de radiopresentatrice het vast niet zo bedoeld met haar ‘kleine fuckers’? Ik geloof het niet, ze wilde graag een reactie uitlokken en dat is gelukt. Ik heb zelf overigens helemaal niet het idee dat ik nooit iemand hoor over de dagelijkse strijd en chaos die baby’s en kleine kinderen met zich meebrengen, en heb het geluk mensen om mij heen te hebben van wie ik allerlei dingen mag zeggen die ‘niet goed staan’, heb ze denk ik ook opgeschreven. Wellicht dat dit scheelt. Ja, Siska zegt wat wij soms ook wel eens denken, soms zelfs dus hardop zeggen. En ik begrijp haar. Ouderschap ís dubbel: het is zwaar en fantastisch tegelijk, mogen we het daar over eens zijn? En laat vooral weten dat je leven niet perfect is, Fuck perfectie! (Zo, ik gebruik ook een krachtterm). Maar laten we er alsjeblieft geen wedstrijd van maken.

http://www.volkskrant.nl/leven/waarom-het-moederschap-niet-altijd-even-leuk-is~a4138664/?utm_source=twitter&utm_medium=social&utm_content=free&utm_campaign=shared+content&hash=7f34c7729781801cef1fc484a6058529067b18a8 (sorry voor de lange link, maar anders was het niet gratis te lezen)

Wel dit artikel: http://www.demorgen.be/opinie/beste-siska-laten-we-de-fuckertjes-maar-even-weglaten-uit-onze-kranten-en-facebook-bf939b8d/

http://www.me-to-we.nl/waren-ze-maar-alvast-de-deur-uit-barbara-schrijft-het-van-zich-af-de-volkskrant/

Het artikel van De Morgen valt niet online te lezen. Maar google ‘ Siska Schoeters’ en je komt genoeg samenvattingen tegen.

Papegaaienman.

Standaard

De zomervakantie duurde twee maanden, en soms vroegen mensen mij wel eens: hoe doe je dat dan, met de kinderen? Tsja, wij hadden dit jaar het geluk in totaal zo’n vier weken weg te zijn, dus bleven er nog zo’n vier over waarin ze door mij geëntertaind dienden te worden, of in ieder geval niet naar school gingen. Het moet gezegd: tegenwoordig zijn slakken, lege slakkenhuizen, torren, spinnen, zand en water dé perfecte ingrediënten om ze bezig te houden, naast al wat er is aan buitenspeelgoed.
En we gingen er best wel veel op uit -al dan niet met andere volwassenen- en zo niet, dan ontmoette je wel eens iemand. Het begon die middag leuk in het park, toen ik een mama van school uit de buurt tegenkwam met haar dochters en we samen wat kletsten tijdens een picknick in het gras, tussen het zwemmen door. De kinderen bibberend op een handdoek want het water was koud. De rust duurde niet lang want daar was Papegaaienman.

Papegaaienman fietst op een driewieler en heeft altijd een prachtige rode ara bij, heel tam maar voor de zekerheid is de snavel toch gekortwiekt. Als papegaaienman (die ergens midden vijftig is en blijkbaar onbekend met deodorant hetgeen in combinatie met een synthetisch shirt geurgewijs geen goed nieuws is) verscheen, liepen alle kinderen op de weide bij het zwembad uit. Dit baarde mij als moderne moeder, die eenzame oudere mannen best wel wantrouwt , natuurlijk zorgen.

Maar de kinderen moesten en zouden die vogel zien dus vooruit dan maar, die dag liepen we er heen en ik liet hem Anna’s armpje beetpakken om het beest op te parkeren, waar ze erg fier op was, en stond zelfs toe dat hij haar op de driewielerfiets tilde, wat mijn dochter uiteindelijk toch minder vond. Louie hield zich wijselijk afzijdig, al vond hij Sara, want zo heette het beest, wel erg mooi. Tevreden togen ze terug naar de handdoek, terwijl ik me afvroeg wat die man toch eigenlijk wilde. Waren het de dagelijkse five minutes of fame, was hij dol op kinderen of ging het gewoon om hier en daar een praatje met niemand in het bijzonder? Was hij gewoon apetrots op zijn vogel en zijn fiets en kon hij het wel van de daken schreeuwen? Hield hij ietsje teveel van kinderen? Wie zou het zeggen.

Niet veel later begaven we ons naar het restaurant waar buiten een ijscokar stond. Daar kwam een oude, zeer magere man met een grote vierkante ziekenfondsbril en een pet aan lopen met een pluchen puppy onder de arm die aan een leiband zat. Hij achtervolgde ons met omtrekkende bewegingen en ik maakte me met de kinderen uit de voeten. Later bleek dat de moeder met wie ik in het park was en die wél een echt hondje bij zich had, ook door hem benaderd. Hij had haar verteld dat hij zelf geen hond mocht hebben en daarom met dit exemplaar liep, en hij vroeg hier en daar mensen of ze het wilden aaien. Wegens het hoog Arjan-Ederveen gehalte (u weet wel, van ‘Theo en Thea’ ‘Creatief met Kurk’ en de fantastische reeks ’30 minuten’) vond ik het wel weer aandoenlijk. Maar ik vervloek mezelf erom dat ik dit soort ontmoetingen weinig onbevangen meer aanga.
Ik bedoel, come on: hij had ze duidelijk niet allemaal op een rij en wilde alleen maar wat praten over het hondje. En papegaaienman is gewoon heel trots op zijn vogel, gek op kinderen en waarschijnlijk wat alleen. Maar ja. In onze buurt is onlangs de apotheek op de hoek overvallen, de krantenwinkel beroofd en vorig jaar kreeg ik een brief van school dat er een kinderlokker (hoewel dat woord tegenwoordig niet meer bestaat denk ik) actief was die had geprobeerd een kind van zijn fiets een auto in te sleuren- de ouders liepen er nota bene achter. Een heel erg ver van je bed show zijn dit soort dingen dus ook al niet meer.

Onlangs zag ik een programma op tv, over een omstreden moeder uit New York, een journaliste geloof ik, omdat ze haar negenjarige zoon alleen met de metro naar school liet gaan. Aan de schandpaal genageld was ze daar, maar er was blijkbaar ook een grote tegenbeweging: nu coacht ze overbezorgde ‘helicopterparents’ om hun kinderen weer wat meer vrij te laten.
Naast het kamp dat haar dus het liefst op de brandstapel zag waren er namelijk ook de nuchteren, die konden beamen dat het er maar vanaf hangt wat voor kind je hebt, of je vindt dat het bepaalde verantwoordelijkheden en vrijheden aankan. Maar zelfstandig worden gaat dus nooit lukken als je, zoals in het geval van het gezin uit de aflevering, je kinderen (ze hadden er vijf) altijd in de buggy houdt. Altijd. Ook de zevenjarige dochter zetten ze er rustig in. De oudste twee moesten ernaast blijven lopen. Ze lieten de oudste kinderen nooit alleen naar school gaan, ook al was het een wandeling van vijf minuten over de stoep. Naar feestjes van vriendjes mochten de kinderen niet, tenzij de ouders mee konden. Alleen in de tuin spelen: ook een no-go. En meer van dat soort dingen. En toch, ik begréép die mensen.
De moeder goed bang gemaakt door wat er allemaal kán gebeuren, de vader in zijn jeugd in Brooklyn een keer flink in elkaar geslagen door twee kerels die uit een auto sprongen. Hij zou ten alle tijde willen voorkomen dat zijn kinderen zoiets overkwam. Hoe maak je ze dan weerbaar als het moment aanbreekt dat je niet meer over hun schouder kunt meekijken?

Ik doe mijn best, echt waar, maar ook ik vind het moeilijk. Stiekem vind ik het wel oké dat Louie niet meteen iedere vreemdeling uitgelaten begroet en zich over zijn bol laat aaien, en hoewel Anna zich makkelijker laat overhalen, is ze ook wel voorzichtig. ‘Wees maar lekker achterdochtig’ denk ik dan. Ik wil natuurlijk niet écht dat ze zo worden. Ze moeten situaties uiteindelijk ook zelf leren inschatten, zonder meteen op de vlucht te slaan voor iedereen die ze aanspreekt. Terwijl ik mijn hoofd breek over hoe ik dit nu het beste aanpak (Het: ‘Je mag niks aannemen van vreemden en ook nooit zomaar met iemand meelopen’ wordt er natuurlijk al in geramd) zijn er situaties die waarschijnlijk een nog groter gevaar vormen: zoals daar zijn de mensen die het bord dat aangeeft dat je in onze straat dertig mag rijden straal negeren en er lekker met zestig de bocht omvliegen.

Laatst nog werden mijn kinderen bijna met step en al van de stoep geveegd door een mevrouw in een klein autootje die bedacht dat ze toch de andere kant op moest, en zich zonder boeh of bah (in de zin van: remmen, om je heen kijken, richting aangeven) de stoep op zwenkte om haar auto te gaan keren-juist toen mijn kindjes er net aan kwamen met hun stepje. Ik had gezegd: ‘Op de stoep, en wachten op de hoek’ iets waar ze heus naar luisteren. Nu hoorden ze mijn gebrul niet om te stoppen, zagen zelf de auto niet waarvan de bestuurder net lekker in z’n achteruit schakelde. Zij moest daar helemaal niet zijn, had drie meter verderop gewoon een heel plein om te draaien, en het scheelde maar een haartje of mijn kids hadden acuut naar de spoed afgevoerd kunnen worden, want uiteindelijk zag de vrouw mijn wilde armbewegingen wél. Wat moet ik nu doen? Ze de rest van hun jeugd een maximale afstand van een meter gunnen als ik met ze over straat -de stoep!- ga?
Geloof me, het ligt niet alleen aan ‘overbezorgdheid’ dat kinderen minder buiten spelen. Kleine kinderen ontbreekt het gewoon aan verkeersinzicht en ze verweren zich slecht tegen een wegpiraat die ze simpelweg niet zag oversteken omdat hij te snel reed. Of een slok op had en na tal van vermaningen en boetes nog steeds achter het stuur zit, zoals ik regelmatig in de krant lees. Of die zelfs in een op dat moment bijna lege straat niet uit haar doppen kan kijken. Ik heb de scheldkanonnade hier achterwege gelaten maar mijn kinderen waren danig onder de indruk, dat kan ik je wel vertellen.
Ik droom weg over mijn jaren tachtig jeugd waarin we allemaal hele middagen op straat rondhingen, onze moeders floten richting het bos -waar we hutten bouwden- als ze vonden dat we thuis moesten komen voor het avondeten. Ze wezen ons wel op het bestaan van kinderlokkers, maar de enige keer dat iemand er mee geconfronteerd werd, kon deze zich er gelukkig gillen en trappend (zoals ons aangeleerd) aan ontsnappen. En niemand werd vervolgens de rest van zijn jeugd binnen gehouden. Tijdens lange autoritten rolden we zonder gordels over de achterbank.
“Jullie hadden vroeger toch minder zorgen,” verzuchtte ik laatst tegen mijn vader. Die keek me eens aan en zei toen: “Dat leek voor jou misschien zo. Wij maakten ons ook om van alles druk, en vaak terecht.”-Doelend op de keer dat ik uit het zicht verdween op vierjarige leeftijd en een uur later bij vrienden voor de deur werd gevonden- twee kilometer verderop waarbij ik gewoon een weg was overgestoken. Niemand heeft de gouden tip, maar ook wij zijn groot geworden.

IMG_3783

Bang

Standaard

Onze jongen is bang. Voor zo’n beetje alles. Honden. Spinnen. Het donker. De Boze Wolf. Kinderangstjes, niks bijzonders, ik ben zelfs nog wel eens bang in het donker. Harde geluiden: als mijn man een gat moet boren staat Louie op de gang, of ben ik met ‘m naar de speeltuin. Tot zover nog alles normaal. Dat hij bij een vriendelijke vreemdeling achter mij wegkruipt kan ik eigenlijk alleen maar toejuichen- hoewel ik wel vind dat hij ook beleefd moet wezen natuurlijk. Schreeuwen tegen vriendelijke bommaatjes die iets aardigs zeggen, da’s niet ok. “Je mag best lachen en hallo zeggen,” vermaan ik hem dan, maar ja, ik kan hem moeilijk dwingen.

Lastig is dat, als je op een familiefeest staat met een hoop mensen die je lang niet hebt gezien. Iedereen bedoelt het goed, maar Louietje flipt van het lawaai én alle onbekenden, zo erg dat we een stuk met hem moeten lopen eer hij kalmeert, om bij het maken van een foto weer net zo opgedraaid te raken. Goedbedoelde en luidkeelse grappen, opmerkingen als ‘Laat mij maar even,’ het maakt alles alleen maar erger, laat staan dat hij ook maar iemand een handje wil geven.
Hij heeft het ook bij sommige eigenlijk bekende mensen. Een vriend van ons, die ons nota bene in Nieuw- Zeeland heeft bezocht en waar hij de dikste maten mee was (Louie houdt niet van vreemden, maar als ie besluit dat hij je mag, dan is het ook voor de volle 100%), kwam eens langs bij ons thuis om zijn nieuwe motor te showen. Maar het pak en de helm moeten onze zoon zeer verontrust hebben. Hij wilde niet naar beneden komen….En toen we de vriend in kwestie later nog een troffen op de kinderboerderij, waar hij ook af kwam met de supermachine en in het zwarte pak, is Louie ergens verderop op een bankje gaan zitten (ik moest hem eerst achter een heg vandaan zien te krijgen, en dit was het compromis) waar hij bleef tot nonkel S. uit het zicht was. Pas nu hij hem weer een paar keer bij andere gelegenheden heeft gezien is het weer OK.

In een groot aantal van die dingen kan ik hem echt wel volgen, herken er veel in zelfs. Het heeft te maken met de manier waarop hij dingen beleeft, het is voor hem gewoon intens -ik denk dat veel kinderen dit hebben- al die indrukken en dingen die je niet echt snapt, en ik vermoed dat hij een grote fantasie heeft en gevoelige oren.

Ik heb ooit toen ik klein was eens een nachtmerrie gehad over paddenstoelen die plots op ons tuinterras stonden, en die, toen ik naar het gras wilde lopen, tegen me aan begonnen te duwen zodat ik klem kwam te staan. Dus ik heb ik een tijd een groot wantrouwen tegen alle soorten champignons en zwammen gehad die je tegenkwam in het bos, vooral de redelijk uit de kluiten gewassen types. Ik mocht ook met mijn moeder naar de film E.T, toen die net in de bioscoop draaide. Ook ik moest er bij huilen, zo zielig, dat bijna dode ruimtewezen, maar vanaf het moment dat ik thuis kwam had ik een heilige schrik voor het washok boven ‘Want daar woonde E.T’. Ik had mezelf iets in m’n kop geprent dat er niet meer uitging.

Louie’s meest bizarre angst speelt zich ook af in dat hok. Daar is De Pomp. En daarom wil Louie niet meer bij opa logeren. “Bij mijn opa is de pomp en die maakt geluid,” vertelt hij aan iedereen die het maar horen wil, ja het zit hem hoog. Korte uitleg: in het huis van mijn vader bevindt zich een pomp die condenswater van de CV-ketel afvoert, en dat maakt een vreemd geluid dat weerklinkt in de leidingen van het huis. Ik ben er natuurlijk al eeuwen aan gewend -het is bovendien maar een geluid- maar Louie vertrouwt het niet. “Waarom ben je bang, wat denk je dan dat die pomp doet?” Vragen we hem nog maar eens nadat we al voor de tiende keer hebben uitgelegd wat het geluid is en waar het vandaan komt, en waar zo’n pomp dan precies voor dient. “Omdat dat waar is.” zegt hij dan plechtig, en een uitgebreider antwoord krijgen we niet. Hij kan het ons niet echt vertellen, maar bang is en blijft hij. Oprecht ook, want wanneer ik tijdens zo’n logeerpartijtje naast hem in slaap sukkel, om elf uur wakker schrik en dan toch nog maar even met m’n vader een wijntje drink, klinkt er tien minuten later een luidkeels geroep. “Maaamaaaaa!!” En vind ik hem rechtop in het grote logeerbed, in tranen. “Waar was je nou?”

Ook de juf op school reageert lief en begrijpend. Eens in de drie weken gaan ze zwemmen met de klas. Watergewenning heet dat, en dat doen ze in een kinderbad. Louie wil er niet in. Zit er soms een afvoerputje bij de trap?” Vraag ik. “Ja dat kan wel,” zegt ze nadenkend, en dan weet ik al hoe laat het is. Ik weet dat, omdat ik deze angst als kind zelf had, en nu heeft Louie het ook. Let wel: ik ben er even voor alle duidelijkheid- al jaren vanaf en zwem heel graag.
Louie peddelde rond zijn tweede jaar nog hele rondjes door een Frans zwembad in zwemvest en vleugeltjes. Alleen (we stonden er wel naast hè). En in onze tijd in het buitenland was Louie net als zijn zusje gek op de golven en het strand. Op de terugweg, ergens in een motel met een zwembad in de Verenigde Staten, vermoed ik dat het misging. “Wat is dat?” vroeg hij, wijzend naar zo’n rooster. En al onze goedbedoelde pogingen hem het water in te lokken ten spijt, hij moest er niet meer van weten.
Ik ben overigens niet op zoek naar goede raad. Die ken ik namelijk al: het is een fase. Ik heb me er een tijd vreselijk druk om gemaakt, gedacht: ‘Wie weet moet ik er wat mee’. Daar ben ik inmiddels overheen. Onze jongen heeft een beetje een handleiding ja, en sommige mensen vinden hem ‘speciaal’ en ik vind dat ook, want het is mijn kind.

Ik werd ontzettend slecht gezind van een tandartsassistente die beweerde dat we met hem ‘in therapie moesten’, omdat hij de behandelruimte nog niet eens in wilde (ik hoor u denken: de tandarts? en zij vindt dat gek?), terwijl ik perfect wist dat het komt omdat hij een halfjaar ervoor naar het ziekenhuis had gemoeten met een abces in zijn voet. Dat moest worden doorgeprikt en sindsdien koestert meneer een gezond wantrouwen tegen mensen in witte jassen die op de koop toe, een vreemd uitziend metalen voorwerp vasthouden. Tsja, hoe zou je zelf zijn, ik was na die dag ook aan therapie toe.

Sommige angsten zijn volstrekt normaal en andere misschien wat minder,  maar mag  een klein ventje alstublieft gewoon ontdekken hoe de wereld in elkaar zit? Hoe kun je nou boos op iemand worden die aangeeft dat hij iets gewoon niet prettig vindt? Moet je dan echt meteen  naar een therapeut? Wanneer hij op een dag – deze week was dat- opeens niet meer wegduikt achter de bank als er even iemand onverwacht langs komt en zelfs iets durft te vragen, weet ik dat hij zijn angsten zelf wel zal overwinnen. Aan ons om uit te vinden wanneer hij een duwtje in de rug moet, of wanneer we hem gewoon met rust laten.IMG_3859

Glutentolerantie.

Standaard

Ik ga het maar heel eerlijk toegeven: Ik ben ook zo’n sucker die valt voor iedere nieuwe kooktrend, die weet hoe je ‘quinoa’ uitspreekt en het nog te pruimen vind ook. ik flirt met tarwegras, ben in het bezit van een ‘slowjuicer’ en heb een tijdje de oorlog verklaard aan de koolhydraat. Ik ben echter wel iets te nuchter om er compleet in door te slaan en net zo vast van plan de nieuwe Snickers hazelnoot te testen als een nieuw Allerhande-recept met Farro-graan. Ik ben gewoon niet zo’n ‘met-een-been-op-de-stoep-met-een-been-in-de-goot’ persoon ( voor wie nu vragen heeft: liedje van kinderen voor kinderen, dat eigenlijk over dwangneuroses gaat), het gevoel dat ik toch wel krijg bij sommige mensen die een complete sugar-ban doen. ‘Boterham met vlokken’ lijkt sowieso tegenwoordig meer een soort vloekterm of belediging dan synoniem voor ‘fijn ontbijt’.
Iedereen lijkt bevangen door de anti-suiker, anti-witmeel oorlog, en het helpt dat er talloze boeken zijn geschreven door vooral knappe dames die kek salades en sappen verpakken in jampotjes en in een designjurk met een bakblik in de hand of een mand groente op de foto gaan. Ik kan nu losgaan over hoe belachelijk het allemaal wel is, maar dat zou hypocriet zijn; zodra ik de foto van Gwyneth Paltrow op een kookboek zag, werd ik toch nieuwsgierig. Wat at zij dan, dat ze er zo uitzag? Met die giraffenbenen en vlekkeloze huid? Ik moest dat toch eens onderzoeken. Nu moet ik zeggen: als ze was afgekomen met gebakken krekels of ingewanden, dan had ik ervoor bedankt.
Het was eigenlijk een combinatie van TimTams (Nieuw-Zeelandse lekkernij), een daardoor toegenomen dijomvang en zinsneden in het boek over hoe je slank en gelukkig wordt, met vooral de nadruk op het woordje ‘slank’ natuurlijk.

En eerlijk waar, er staan echt leuke recepten in, al heb ik een haat-liefde verhouding met de actrice zelf. Ik vind haar interessant en razend irritant op het zelfde moment; hoe zit dat? Ik weet het ook niet. Misschien heeft het te maken met de perfectie die ze lijkt te willen uitstralen, ondertussen lees je in een gerenommeerd roddelblad dat ze kettingrookt en een team van mensen om zich heen heeft die haar ‘gezond en gelukkig’ moeten houden. Hoe vaak, denk ik wel eens -en waarschijnlijk velen met mij- staat ze werkelijk met een pollepel in een pan te roeren? Anyway, ik wilde dezelfde dijomvang als Gwyneth, met daarbij dezelfde serene glimlach omdat ik het allemaal zo lekker vind wat ik eet en daarom zo gelukkig (en slank) ben (al wil ik het mijn kinderen nooit aandoen ze alleen maar quinoapannenkoeken te laten eten).
Toen kwam Pascale Naessens. Zij is, naast Jeroen Meeus, een soort van oer-kookgodin/voedselexpert voor de Vlaming, zo’n beetje wat Thor, Wodan en Freya waren voor de oude Germanen. Ze wordt nog net niet aanbeden. Manlief bezocht onlangs een bijscholing waar diëtisten aanwezig waren, en het eerste wat hij groot zag oplichten op een wit scherm was een foto van Pascale Naessens (also known als de wederhelft van Paul Jambers en zelfbenoemd eetdeskundige, voor wie onder een steen geleefd heeft de afgelopen tijd) iets wat zijn humeur meteen tot het vriespunt deed dalen. Mijn man houdt niet van Pascale Naessens, want zodra ik zeg ‘Ik heb vanavond iets gekookt uit Pascale Naessens’, betekent dat zéker geen patatten en worst voor hem. En daar wordt hij diep ongelukkig van.
Had u al door dat in de kookboeken van Pascale zowat op iedere pagina een mooi sfeerbeeld staat van haar en haar gerechten, al dan niet met vrienden of man, immer met een glas wijn in de hand? ‘Paul zorg altijd voor de wijn’ staat er dan bij. En valt het u ook op dat bijna in geen enkel trendy kookboek iemand rept over overmatig gebruikt van zout, volgens kenners de enige echte killer voor je nieren? Maar dat terzijde. Pascale heeft me helemaal enthousiast gemaakt met haar fruitontbijt.
Als tegenwicht -iets typisch mannelijks dacht ik- probeerde ik ook wat Paleo-gerechten (het holbewoner-dieet, zeg maar). Maar wie wat meer onderzoek doet, ontdekt dat als er iets milieuonvriendelijk is, het dit dieet wel is. In een artikel in De Morgen werd uitgerekend dat de benodigde zes ons vlees per dag je eco-foodprint zo erg verhoogt, dat zelfs een file vol dieselwagens er niet tegen op kan, los nog van wat voor water en energie er verder voor de productie van vlees verspild wordt.
Nieuw zijn de Engelse hipsters/zusjes Hemsley en Hemsley, ook al zo anti-suiker en anti-graan, waar ik natuurlijk acuut wild van was, en op slag de paar recepten die ‘De Morgen Magazine’ mocht publiceren uitprobeerde. Wat moet ik zeggen? Het was voor het eerst in mijn leven dat ik een kokosmassa in 80% pure chocolade dompelde met twee vorken, de zogenaamde ‘Paradise Bars’, een gezonder equivalent van de ons welbekende Bounty. Ik vond ze zeer geslaagd, de rest van mijn gezin vond ze niet te vreten.
Sowieso is dat een beetje een hiaat in heel die gezondheidstoestand: allemaal leuk en aardig als je in je eentje bent, maar courgettes tot sliertjes snijden voor vier personen-in plaats van pasta, snap je-, dure organic en raw cacaopoeder, tarwegras en wat al meer aan pitten en granen, het is een hoop gedoe en best kostbaar. Op zich kun je je weg daar nog wel in vinden op den duur: vooral iemand als Pascale wist mij te overtuigen door het feit dat wat ze doet, vrij simpel is: ik bedoel, sperzieboontjes en kip in een sojasausje, dat kan iedereen en het kost weinig tijd. En daar houden we van.
Maar mijn kinderen zijn daarnaast echter heel erg dol op allerlei dingen die mannen in witte pakken in een fabriek produceren: Maya-worst, smeerkaas, chocopasta en Lulu-cakejes, salamisticks en Smarties. Als tegenwicht verorberen ze weliswaar hopen fruit en ook best wat groente, maar ik krijg erg betrokken gezichtjes van heel de familie als ik afkom met bloemkoolrijst, biologische speltpasta of tartex (voor wie het niet kent: een paté achting substantie die geen paté is en naar behangplaksel met kruiden smaakt. Ik vind het ook vies).
Ook kan niemand me wijsmaken dat taart of muffins gemaakt van glutenvrij meel lekker zijn. Of dat je mijn hersens kunt foppen door in plaats van meel zwarte bonen als basis voor brownies te gebruiken, of avocado in plaats van slagroom in de chocomousse. Alstublieft lieve gezondereceptenbedenksters, stop daarmee, het is goor, het smaakt naar plant waar ik gewoon vettigheid of chocolade wil proeven, zo’n heerlijke smaak die nazindert op je tong en die een acute verslavingsreactie veroorzaakt, iets wat bijvoorbeeld Nigella Lawson wél begrijpt. Liever dát een keer in de week dan mezelf steeds laten geloven dat ik vullend, maar vreemd smakend snoepgoed dagelijks naar binnen kan proppen. Nah. Of noem het dan tenminste geen ‘dessert’. Als ik gezond wil doen, kies ik wel een van jullie andere recepten, met noten en groente enzo.En anti-aardappel ben ik ook niet meer. Al was het maar omdat ik anders iedere avond sterf van de honger.
Hoe dan ook, ik heb de waarde van de gezondheidshype ontdekt. Ik ben me er tegelijkertijd van bewust dat het deels dus om een trend gaat, zoals het een aantal jaren geleden zongedroogde tomaten was wat de klok sloeg, en er driftig op los gesonjabakkerd werd. Dat u het maar even weet.
Wat mij wel enorm stoort aan de kritiek van veel mensen/experts op de hele gezondheidsbeweging echter is niet dat ze soms best terecht is, (veel van de beweringen die er in die boeken gedaan worden zijn gewoon nooit bewezen, en zoiets als ‘ glutenintolerant’ is een enorm vaag begrip, waar veel superfood-bedrijven flinke winst uit halen) maar wel dat ik zou willen dat er met hetzelfde fanatisme ten strijde werd getrokken tegen bedrijven (ik noem geen namen), die gezondheidsclaims doen op zaken die gewoon boordevol zitten met suiker en andere rommel. Of frisdrankautomaten op school. Of McDonalds en Coca Cola die denken door hun logo groen te kleuren, mensen wijs te kunnen maken dat ze eigenlijk helemaal zo ongezond niet zijn (aub mensen, lees etiketten).

Overigens is er een ding dat zeker goed is aan de voedselhype: er blijkt wel degelijk een bewustwording op gang gebracht. Zelfs mijn slager wist te vertellen dat ze wel degelijk merken in de winkel dat klanten geen supermarktshit meer willen, maar goed vlees, en daar graag meer voor betalen, en dat ze een zekere druk voelen extra hun best te doen voor kwaliteit. En dat er veel mensen zijn die liever een paar keer per week lekker vlees eten dan iedere dag kipfilets vol water en worst waarvan je de inhoud niet wilt weten. Maar ja. De gulden middenweg, gezond boerenverstand….er zullen wel nooit kookboeken verschijnen met dergelijke titels.

(P.S) Of ja toch: Michael Pollan schreef al een poos terug het boek ‘ Een pleidooi voor echt eten’ Zijn credo: ‘Eet niet wat je grootmoeder niet als voedsel herkent’. En dat is best gemakkelijk te onthouden, en ook in de praktijk te brengen.

IMG_3571

Jaren van verwondering

Standaard

Op een regenachtige januaridag zie ik haar, een van de vriendinnen die ik ken sinds ik moeder ben. Ze vertrekt binnenkort naar China voor twee jaar, gaat een groot avontuur aan met haar gezin. Ik ben oprecht blij voor haar, omdat ik het gevoel ken van een nieuwe, spannende bocht nemen, een weg die weer eens open ligt: eng en opwindend tegelijk. Wanneer iemand je ernaar vraagt probeer je net zo enthousiast te reageren als degene die erover begon, maar je bent zelf niet altijd helemaal zeker. Maar je weet: we gaan het doen! En je zult er nooit spijt van hebben.
We zijn in de koffiebar waar we afspreken sinds de eerste keer dat ik haar ontmoet heb, tijdens mama-babyyogales. Bij het raam zit een jong koppel met een spiksplinternieuwe,donkerblauwe Bugaboo-kinderwagen, het dochtertje van de vriendin wil er even in kijken. “Een hele kleine baby nog,” concluderen het meisje en haar moeder, en samen zitten we opeens te mijmeren over de tijd dat wij zo zaten, een stuk of zes moeders met kinderwagens rond een tafel bezaaid met spuuglappen, half opgedronken lattes en, terwijl we net iets te hard zaten te tetteren over slecht zittende voedingsbeha’s, spuitluiers, fruithappen en hoe het je leven verandert, een kind. Nu is dit stel erg rustig, maar ze doen ons denken aan die periode, omdat het zo bijzonder was. Hoe verwonderd we waren over alles en hoe heerlijk dat voelde, naast het feit dat we niet sliepen, en in een complete babyshock verkeerden, maar dat terzijde. Alles was bespreekbaar, en juist dat was fijn. Dat het hele café kon meegenieten, deerde ons niet echt.
Er zijn veel eerste keren in het leven, waarvan ik er een stel zeer zeker liever niet overdoe, maar een aantal wel.
Moeder worden, de slapeloze periode met een baby en de hectische tijd met twee kleine kinderen- ondanks alles is het een van de weinige dingen in mijn leven  die ik zó weer over zou doen,  ja, ik meen dat echt. Er waren lows enkele heftige ook, maar die wegen niet op tegen de ongelofelijke highs.
Ouder worden is een en al verwondering, alsof er een magisch drakenei in je armen wordt gelegd (“Jee, het is echt een baby” was het eerste wat ik dacht toen Louie op mijn buik werd gelegd, ook al had ik ‘m toen al best vaak gezien tijdens de echografieën, maar op de een of andere manier bleef het toch een beetje abstract allemaal), en hoewel ik heus de eerste ben om de roze wolk te ontkrachten, en toe te geven dat het ook voor komt dat je denkt: ‘Waar ben ik aan begonnen?’ als je peuter zijn 47e driftbui heeft, of je maar niet kunt achterhalen waarom de baby al weken om de drie uur wakker wordt, ben ik het toch eens met wat ik ergens las (vergeten waar) dat het zoiets is als een berg beklimmen: ‘Het is zwaar en speciaal tegelijk en als je eenmaal boven bent, vergeet je de mindere momenten en je denkt alleen nog maar: ‘Wow, dat heb ik toch maar meegemaakt’. Nu we als meer ervaren moeder van de ergste schok bekomen zijn, realiseren we ons, al filosoferend, dat je zo gauw de gave verliest om je nog ergens over te verwonderen. Alles is al snel gewoon. Kinderen vinden alles nog bijzonder. Alleen op sommige momenten realiseer je hoe snel alles gaat, en wat er achter je ligt. Hoe bijzonder een ervaring was.

Dus nu, op mijn 37e, nog enkele jaren verwijderd van een midlifecrisis, is dat wat ik mezelf mee wil geven: dat ik me mag blijven verwonderen.
En ik verwonder me, al ben ik nog niet eens halverwege mijn ‘berg’. Want opeens ben ik moeder van een bijna vijf- en een tweeeneenhalfjarige, wat is er toch gebeurd? Ze praten opeens in hele volzinnen. “Mama jij bent heel erg mijn vriend,” zei Louie laatst voor het slapengaan, een van de liefste dingen die ik al te horen kreeg. Anna staat tegenwoordig iedere ochtend ergens tussen 6 en 7 aan ons bed met een “Mama het is buiten” (ze bedoelt: het is licht) en dan: “Je moet kleren aan doen.” Waarna ze dingen uit de kast begint te graaien en op bed te gooien en ik haar tot kalmte probeer te manen “Kom maar even bij ons liggen!” Wat ze ongeveer drie seconden volhoudt, dan is het weer van: “Mama het is buiten”. Dus dan zeg ik maar: “Ja, het is buiten, mama komt.” Ik trek een trui aan en ga koffie zetten, ons Miepie in mijn kielzog, met haar stapel knuffelbeesten en haar deken, want ze wil nog even op de bank zitten. Even later komt er dan nog een slaapdronken jongetje aangewankeld. Hij is een langslaper maar die rust gunt zijn zus hem niet, aangezien ze op een kamer slapen. Dan zit hij daar zo wat versuft, terwijl zijn zus inmiddels pogingen doet een pak hagelslag op een boterham te mikken, liefst als ik het niet zie. Maar dat doe ik toch, al is het over mijn schouder, terwijl ik worstel met het espressoapparaat, dat moeilijk te bedienen is als je over je schouder kijkt, en je de stoompijp dan te diep in de melk laat komen maar dit terzijde- en ik kijk naar haar, en naar het jochie op de bank, en ik weet dat er nieuwe wegen zijn om in te slaan, er zijn nog zoveel avonturen voor ons. Voor hen, voor mij, voor mijn vriendinnen die allemaal aan een nieuw hoofdstuk lijken te beginnen: verre reis, tweede kind, een nieuw huis, begonnen aan andere jobs. De tijden in ons favoriete koffietentje zijn lang vervlogen maar oh, wat denken we vaak terug aan die eerste keren. Terwijl ik dit denk komt de man ook de keuken in gesjokt en ik wil zeggen, “We mogen niet vergeten ons te verwonderen”. Dat zal ik nog maar even laten want ook hij slaapt nog half. Eerst is er koffie. Maar ik weet zeker dat hij begrijpt wat ik bedoel.

IMG_3425